Radio pad

In de Millinger Waard staat een caravan, in die caravan een kast, in die kast een computer en die computer houdt contact met padden. Luister maar. Bliepbliepbliep doet de ene, plopplopplop de andere.

Vijf gewone padden, zes rugstreeppadden. Vorig najaar werden ze gevangen door Wilbert Bosman, iemand met verstand van kruipend gedierte. Hij nam ze mee naar de universiteit. Daar werden ze ingrijpend gemoderniseerd. Je kunt ook zeggen: daar werd drie gram zendapparatuur in hun buik gestopt.

Want op zichzelf kan een computer niet zoveel met padden. Hij heeft signalen nodig. Uit signalen kan hij opmaken of ze soms aan de wandel gaan. Uit signalen kan hij ook opmaken hoeveel celsius ze hebben; dat ze zich dieper ingraven als het buiten kouder wordt, wat voor padden heel verstandig is.

Wilbert wil weten waarom niet méér padden in de waard overwinteren. Wat met het ongemak van overstromingen te maken zou kunnen hebben. Ontzettend jammer dus dat er deze winter geen overstroming is geweest - op 15 januari scheelde het niet veel, niet meer dan dertig centimeter. Maar ja. Zo'n rivier. Heb je gewoon niet in de hand. En padden trouwens ook niet helemaal. Je weet niet zeker of ze leven. Dan heeft die computer de hele winter contact met een beestje dat er niet meer is. Want dat staat vast in dit geval: er zijn signalen na de dood.