Psychische nood bij verkrachte Bosniërs; "We kunnen ze slechts adviseren aan hun conditie te werken'

Een groep van 130 Bosnische ex-gevangenen in de Haarlemse Ripperda-kazerne staat onder psychiatrische behandeling, ondermeer omdat ze in Servische kampen elkaar onder dwang seksueel moesten misbruiken. Gedwongen "daders' en slachtoffers delen nu vaak één vertrek.

HAARLEM, 25 MAART. Hoe ze heten, willen ze niet zeggen. “Mijn naam is kampoverlevende, mijn beroep is kampoverlevende”, zegt een van hen. De 130 Bosnische ex-concentratiekampgevangenen in de Haarlemse Ripperda-kazerne hebben afgesproken geen details over zichzelf naar buiten te brengen die het leven van hun in het oorlogsgebied achtergebleven familieleden in gevaar kunnen brengen. De 130 mannen - overlevenden uit de beruchte kampen Keraterm, Manjaca, Trnopolje en Omarska - leven in volstrekte onzekerheid over hun toekomst. Sommigen verkeren inmiddels in het gezelschap van vrouw en kinderen, anderen niet.

De 130 moslims en hun gezinnen - in totaal ongeveer 275 mensen - zijn na hun bevrijding uit de kampen door de overheid uitgenodigd naar Nederland te komen. De eersten arriveerden in december in Nederland, de laatsten twee maanden geleden. De mannen zijn tijdens hun verblijf in de Servische kampen vrijwel allen zwaar mishandeld. Ook moesten ze elkaar onder dwang seksueel misbruiken. "Daders' en slachtoffers van deze martelingen verblijven nu bij elkaar in het Haarlemse opvangcentrum, soms zelfs delen ze één vertrek. In dezelfde kazerne bevinden zich ook andere vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië: Macedoniërs, Slovenen, Kroaten en Albanezen. Het opvangcentrum herbergt ook uitgenodigde moslim-vluchtelingen die niet in concentratiekampen hebben gezeten en vluchtelingen die vorig jaar op eigen gelegenheid Nederland wisten te bereiken.

Het ministerie van justitie maakte tot voor kort geen principieel onderscheid tussen al deze vluchtelingen. Gisteren deelde Justitie mee bij besluiten over de toekomstige status van vluchtelingen uit het voormalig Joegoslavië voorrang te zullen geven aan de bijna 3.000 door Nederland uitgenodigde vluchtelingen en hun gezinsleden. De kans is groot dat deze groep voor de zogenoemde A-status in aanmerking komt. De 130 ex-concentratiekampgevangenen wensen echter als aparte groep oorlogsslachtoffers erkend te worden.

De mannen staan allen onder behandeling van twee Kroatische psychiaters die tot 1 juli de Bosnische vluchtelingen in Haarlem zullen begeleiden. Volgens psychiater B. Drozdjek, zijn de ex-kampgevangenen op grond van hun gruwelijke ervaringen vaak getraumatiseerd. Ze hebben last van slaapstoornissen, nachtmerries, concentratieverlies en black-outs. 's Nachts leiden ze aan angstaanvallen, overdag voeren depressies de boventoon. Emotioneel zijn ze labiel. “Extreme uitingen van blijdschap en somberheid wisselen elkaar af”, aldus Drozdjek. “Anderen bevriezen hun gevoelens, zij hanteren het mechanisme van de verdringing.”

De twee Kroatische psychiaters zijn bezig de ervaringen en psychische klachten van de ex-gevangenen te inventariseren. Drozdjek verhaalt over broers die elkaar onder de ogen van hun ouders moesten misbruiken, over zoons die de penis van hun vader moesten afbijten en daarna opeten, over een speciaal ontworpen stalen "hockey-stick' waarmee geslachtsdelen werden afgehakt, over martelingen en slachtpartijen.

De stemming onder de ex-kampgevangenen is somber. “Tot nu toe ontbrak een centraal aanspreekpunt”, zegt de in de kazerne werkzame maatschappelijk werkster F. van Haren-Loman. “Ze komen voortdurend naar ons toe met vragen op juridisch en volkenrechtelijk terrein. Wij kunnen niet veel meer dan ze adviseren aan hun conditie te werken, in beweging te blijven. Niet leuk voor deze mensen want voor hen zijn die vragen een levenszaak.” Vorige week brachten vertegenwoordigers van het ministerie van justitie en van Vluchtelingenwerk Nederland (VVN) een bezoek aan het centrum, nadat de spanning onder de vluchtelingen dreigde te escaleren. De vluchtelingen zijn daarbij voor het eerst duidelijk geïnformeerd over de te volgen procedures. Maandag zal Vluchtelingenwerk een permanent kantoortje in het centrum openen, waar de vluchtelingen met hun vragen terecht kunnen.

Ondanks deze toezeggingen zijn de ex-kampgevangenen nog altijd niet gerustgesteld. “We zijn geestelijk overbelast”, zegt een van hen. “Ons leven hier is een zacht soort sterven.” Soms leiden de opgekropte emoties van de bewoners tot onderlinge spanningen en vechtpartijen. Maatschappelijk werkster Van Haren: “We proberen nu voor elkaar te krijgen dat de mannen een sportschool kunnen bezoeken. Door het beoefenen van vechtsporten kunnen ze misschien leren gedisciplineerd met hun agressie om te gaan.”

De huisvesting van de groep is krap bemeten. Per twee à vier gezinnen - tien tot vijftien personen in totaal - staat één vertrek ter beschikking. Provisorische afscheidingen van afgedankte stalen ziekenhuiskasten bieden nauwelijks enige privacy.

“Binnen de bestaande mogelijkheden proberen we het iedereen zo veel mogelijk naar de zin te maken”, stelt W. de Lange van de Interim Stichting Opvang Asielzoekers (ISOA). “In eerste instantie” wordt daarbij geen onderscheid gemaakt naar het land van herkomst of de aard van de beproevingen die de vluchtelingen hebben doorstaan. De karige inrichting van de kazerne in Haarlem wijt hij aan “het moordende tempo waarmee het complex voor de opvang van vluchtelingen gereed is gemaakt”. Dat (gedwongen) daders en slachtoffers van seksueel geweld nu bij elkaar zitten, was volgens hem niet te voorzien. “Doorgaans is het voor vluchtelingen met vergelijkbare ervaringen juist prettig om in elkaars nabijheid te vertoeven. Bij deze ex-kampgevangenen is dat misschien anders, maar dergelijke feiten komen nu eenmaal pas in een later stadium naar voren.”

Niet bekend

De ex-gevangenen spreken over zichzelf als “wij kampmensen”. In de kazerne hebben ze zich ook als zodanig georganiseerd. Maar veel steun aan elkaar hebben ze niet. Een star voor zich uitkijkende man vertelt hoe dertig van zijn familieleden “voor mijn ogen zijn afgemaakt”. Zijn drie broers zijn dood, zijn moeder spoorloos. “Mijn enige zuster is verkracht en daarna door haar mond geschoten. Wie moet ik nog helpen? Wie kan ik steun geven? Mijn hoofd is leeg en beschadigd.”