"Probeer als het ware door hem heen te gaan en stop niet na de botsing'; Bodychecking is teloorgaande kunst

ZOETERMEER, 25 MAART. Zijn schouder sloeg in als een bom. De Nederlandse-Canadees Rick Vangog schakelde met één klap de sterspeler van het Canadese team uit. Hij deelde in 1981 op het WK in Zweden een bodycheck uit aan Guy Lafleur van de Montreal Canadiens. Lafleur stond net veertig seconden op het ijs van het Johanneshov-stadion in Stocholm. Nederland speelde in dat jaar in de A-poule, een jaar eerder nog op de Olympische Spelen in Lake Placid. De check van Vangog staat in het collectieve Nederlandse ijshockeygeheugen gegrift als een van de "hoogtepunten' van de gouden dagen van het Nederlands ijshockey.

“Lafleur had last van jetlag, hij was een paar uur eerder na een vliegreis van negen uur in Zweden aangekomen. Hij stond net op het ijs”, herinnert de Nederlandse bondscoach Larry van Wieren zich. Van Wieren was een teamgenoot van Vangog. “Lafleur stond midden op de baan, met zijn rug naar Vangog. Hij kreeg een te lange pass, lette alleen op de puck. Zo'n pass ziet een verdediger al van ver aankomen. Een suicide-pass heet dat. Vangog nam twee passen, Lafleur draaide in en kreeg Rick vol op zijn borst. Hij was een beetje dizzy, zijn neus was een beetje stuk, hij kon niet verder spelen. Twee dagen later speelde hij weer.”

Lichamelijk contact is toegestaan bij ijshockey. IJs is hard, schaatsen zijn geslepen als messen en de boarding langs de baan geeft niet mee bij een botsing. Daarom zijn de regels streng en is de uitrusting van de spelers overvloedig voorzien van schuimrubber en plastic beschermingsstukken. Maar een beetje bodycheck kan hard aankomen, kan alle lucht uit een lichaam persen.

“Voor een goede schoudercheck moet u het lichaam laag houden, de knieën gebogen, de voeten op schouderbreedte van elkaar”, schrijft de Nederlandse expert Frans Henrichs in één van zijn vele boeken over ijshockey. “Het bovenlichaam wordt gebogen vanuit het middel, maar de rug is recht. Houd het hoofd omhoog en richt de schouder op het midden van de borst van uw tegenstander. Als het lichaamscontact wordt gemaakt, kom dan met een ruk omhoog en knal tegen de aanvaller door uw achterste been te strekken. Probeer als het ware door hem heen te gaan en stop niet na de botsing.”

Henrichs vertelt over de check die Bill Barilko van de Toronto Maple Leafs uitdeelde aan Jackey McLeod van de New York Rangers. Dat ging met zo'n kracht dat de laatste zijn kaak brak. De scheidsrechter floot niet, het was een faire bodycheck. De grens tussen fair en unfair is moeilijk te bepalen. Werken met stick, elleboog en knie is verboden, maar ook bij een faire check gaat een elleboog omhoog ten opzichte van het ijs. Scheidsrechters zeggen voor een kwart de regels toe te kunnen passen en voor driekwart te moeten interpreteren.

Gevraagd naar de bodycheck begint bondscoach Van Wieren meteen te nuanceren. “Het spel is sneller geworden. In iedere wedstrijd zie je wel een goede check. Maar in modern ijshockey ligt de nadruk veel minder op een bodycheck in "open ijs' - midden op de ijsbaan. Die is zeldzaam. Een verdediger kan het risico niet meer nemen dat hij mist en dan uit positie is. Er zijn geen specialisten meer. Je valt met vijf man aan en verdedigt met vijf man.”

"Checken' is bewaken en verdedigen in de ruimste zin van het woord. Met zijn positie op het ijs probeert de verdediger zijn tegenstander naar buiten te drijven, van de goal af naar de boarding. Op open ijs kan een aanvaller kiezen, bij de boarding is zijn vrijheid beperkt. Is een opponent binnen het bereik van de stick dan begint de verdediger te "poken' en te "vissen' naar de puck. Komt de man met puck dichterbij, dan blokkeert de verdediger de doorgang. Komt hij nog dichterbij, dan volgt een bodycheck, een schoudercheck of een heupcheck. Belangrijk is om een check af te maken. Finish the check, ride the passer. Een speler moet zijn directe tegenstander, nadat die de puck heeft afgespeeld, het schaatsen even onmogelijk maken. Vastzetten, vasthouden, klemrijden. Anders draait hij weg en heeft hij zich vrijgespeeld. “Het mooiste is een verdediger van de tegenstander uit te schakelen”, vertelt international Robert Herkenrath, één van de spelers die zijn checks afmaakt. “Het is timing, inschatten. Ik let niet op wie ik voor me heb, maar alleen op zijn schaatsen om te zien of hij blijft rijden. Als een speler voor je rijdt, pak je hem met je stick en haak je hem naar je toe. Wanneer hij vlakbij is, pak je hem stiekem bij zijn shirt en dan ga je vol de boarding in.”

“Bodychecking is een kunst. Een teloorgaande kunst”, verzucht de Canadese coach Doug Kacharvich van landskampioen Geleen. Want, zo legt hij uit, vroeger mochten kleine kinderen ook checks uitdelen, tegenwoordig is dat tot hun twaalfde jaar verboden. Na hun twaalfde oefenen de talenten er op, ook op het ontvangen. Niet met gestrekte, maar met gebogen armen tegen de boarding klappen. Op de training rijden de jeugdspelers rondjes langs de boarding en worden ze er door de trainer steeds even tegenaan geduwd. Om te leren meerollen.

“Speel op de man, niet op de puck”, legt Kacharvich uit. “Als hij onderuit gaat, zal de puck heus niet uit zichzelf de goal opzoeken.” Een goede bodycheck is voor hem een gave, daarvoor moet je kunnen dansen op het ijs. Lichaamsgewicht speelt geen rol. Tijdens een oefenwedstrijd van het Nederlands team tegen jonge en kleine Finnen wijst hij er voortdurend op hoe goed de Scandinaviërs hun lichaam gebruiken. Vooral door hun zwaartepunt laag te houden en perfect boven hun schaatsen te balanceren.

Eén van de betere bodycheckers uit de Canadese profcompetitie is een speler van de Calgary Flames, met de bijnaam de roadrunner. “Hij is klein, maar vermijdt geen enkele check. Hij vindt het prachtig. He plays with his heart.”