Premie reparatie aftrekbaar voor fiscus

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) verzekert werknemers die langer dan een jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, van een loonvervangende uitkering. (Voor ambtenaren en militairen geldt een vergelijkbare regeling, zij het op andere grondslag).

De WAO-uitkering is een aanvulling op de AAW, de Algemene arbeidsongeschiktheidswet, ofwel de volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid.

Deze AAW voorziet (bij volledige arbeidsongeschiktheid) in een uitkering van 70 procent van het minimumloon. Deze AAW-uitkering bedraagt dit jaar maximaal 19.625 gulden.

De maximale AAW/WAO-uitkering bedraagt dit jaar 52.406 gulden. Dit komt overeen met 70 procent van 74.865 gulden, zijnde het maximum-jaarinkomen waarover WAO-premie wordt geheven.

De kosten van de WAO worden in de vorm van een uniforme premie omgeslagen over alle werknemers. Deze premie is voor dit jaar vastgesteld op 11,75 procent. In 1991 bedroeg de premie 13 procent, vorig jaar 12 procent. De daling komt niet doordat het beroep op de WAO is afgenomen, maar doordat er verhoudingsgewijs meer mensen betaald werk doen, zodat de kosten over een groter collectief kunnen worden uitgesmeerd.

De premie wordt door de werkgever op het loon ingehouden. Bij de berekening van de premie wordt hetgeen de werknemer meer verdient dan 286,84 gulden per dag (of 74.865 gulden op jaarbasis) buiten beschouwing gelaten. Voorts geldt dat op het aldus berekende premieloon een aftrek van 99 gulden per dag wordt toegepast. Over deze aftrek (de zogenoemde WAO-franchise) is dus ook geen premie verschuldigd.

De premie is aftrekbaar voor de loon- en inkomstenbelasting. Dat geldt ook voor de premie voor een aanvullende uitkering op de WAO, ongeacht of zo'n regeling is ondergebracht bij een verzekeraar danwel een pensioenfonds.

Over de uitkering is inkomstenbelasting verschuldigd. Verder geldt nog dat de uitkering op basis van individueel afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekeringen onder bepaalde omstandigheden onder de vermogensbelasting valt. Dat is het geval als deze uitkering meer dan circa 30.000 gulden per jaar bedraagt. Dit meerdere wordt dan gekapitaliseerd voor de vermogensbelasting.