Mitterrand zwaait zijn laatste linkse ploeg uit

PARIJS, 25 MAART. In de salon Murat van het Elysée waren ze gisteren voor het laatst bijeen, de 41 ministers en staatssecretarissen van de regering-Bérégovoy. De laatste ministerraad van een linkse regering - het slot van een hoofdstuk in de geschiedenis van Frankrijk dat in 1981 begon - wilde geen van hen missen. De oude getrouwen, zoals Roland Dumas, die al tientallen jaren met Mitterrand optrekken, zaten naast de "quadras', die in de politiek gingen toen links al aan de macht was.

François Mitterrand, de 76-jarige die volgende week als enige socialist in een hoge gekozen staatsfunctie overblijft, nam afscheid van de kameraden. In een toespraak van ruim een half uur, zoals altijd "à l'improviste', keek de president zonder spijt terug. Links kwam tenslotte maar zelden aan de macht in Frankrijk - Blum in 1936, Mendes-France in 1954 en hijzelf in 1981. De nederlaag van de Parti Socialiste bij de parlementsverkiezingen van zondag weet hij aan slijtage “omdat regeringen, vooral linkse, het in de wereld thans moeilijk hebben”. En het resultaat van de PS ( 17,5 procent) was “slecht maar geen catastrofe” - in 1978 kregen de socialisten 23 procent.

De afstraffing door de kiezers is niettemin ongerechtvaardigd, zei Mitterrand, want “nooit was de vrijheid van de pers of van de justitie zo groot. Maar wij zijn er de eerste slachtoffers van geworden”. Hij voorzag dat “rechts meegenomen dreigt te worden door zijn electoraat, door de logica met betrekking tot de klasse. Want ik geloof dat er nog klassen zijn. Er zijn altijd rijken die nog rijker willen worden.” In het licht van de lentezon die door de ramen scheen, luisterden de ministers zwijgend. Enkele ogen waren al roodomrand.

Mitterrand blijft in het Elysée. Strijdvaardig: “Ik zal me niet laten isoleren, me in een ratteval laten opsluiten of me in de schaduw laten vermoorden. De enige grens is mijn gezondheid (Mitterrand lijdt aan prostraatkanker, red.). Sommigen zeggen dat ik alleen zal staan tegenover rechts, maar men staat nooit alleen tegenover het leven behalve als de dood komt.” Toen braken de tranen door, bij Segolène Royal, bij de altijd strijdvaardige Marie-Noëlle Lienemann en bij Jean-Louis Bianco, voormalig secretaris-generaal van het Elysée. Anderen applaudisseerden.

Na de ministerraad kwam het persoonlijke afscheid in een belendende salon. Daarna gingen ze voor de laatste keer het bordes van het Elysée af, de camera's tegemoet, met de glimlach van Bonjour tristesse om de emoties te verbergen.