Maij-Weggen ziet kansen voor Fokker in Estland

TALLIN, 25 MAART. Nederland draagt op zijn eigen, bescheiden manier bij aan de ontwikkeling van Oost-Europa en vergeet daarbij de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven niet. In de Baltische republieken Estland, Letland en Litouwen heeft de hulp van het Nederlandse ministerie van verkeer en waterstaat van zo'n 20 miljoen gulden per jaar een voorbeeldfunctie: kleinschalige projecten in landen die qua grootte niet veel van Nederland afwijken maar door hun geringe bevolkingsdichtheid overzichtelijk zijn.

“Ik denk dat Fokker hier een heel redelijke kans maakt”, zei minister Maij-Weggen gisteravond na gesprekken met de Estlandse regering in de hoofdstad Tallin, genietend van een paar toostjes met kaviaar, een van de weinige luxe produkten die hier betaalbaar zijn. De regering in Tallin wil binnenkort een beslissing nemen over de aanschaf van drie middelgrote vliegtuigen om de vloot van de nationale luchtvaartmaatschappij Estonian Airways, die nu nog voornamelijk bestaat uit Russische Toepolevs, te moderniseren en uit te breiden.

De Fokker-100 is een uitstekende kandidaat, bevestigt Maij-Weggens gastheer, minister Andi Meister van verkeer. Het gaat Estonian vooral om regionale vluchten, zoals de lijnverbinding tweemaal per week met Amsterdam. “Ik heb begrepen dat Boeing hier in de markt is, òf Fokker”, aldus Maij. “Als het Fokker wordt, zijn er toch weer drie F100's van de grond. Er staan er genoeg klaar in Woensdrecht.”

Ze ondertekende de afgelopen dagen in de drie Baltische hoofdsteden verdragen voor samenwerking op het gebied van de lucht- en de scheepvaart, noodzakelijk omdat de oude verdragen met de voormalige Sovjet-Unie zijn vervallen. In Tallin opende Maij een KLM-vestiging, vooral bedoeld als boekingskantoor voor vluchten vanaf Schiphol naar andere Europese en transatlantische bestemmingen.

Van meer belang voor de economische ontwikkeling van Estland is de studie voor ontwikkeling van de haven van Tallin, uitgevoerd door Logion, een dochterbedrijf van het Rotterdamse transportconcern Nedlloyd, en gesubsidieerd door Nederland. Als dat "Masterplan' wordt uitgevoerd, zijn daarmee de komende vijf tot tien jaar enkele miljarden guldens gemoeid en Nederlandse bedrijven maken een goede kans op een deel van de opdrachten.

Tallin krijgt zijn oude functie van een drukke haven uit de periode toen het een Hanzestad was, weer terug. Voor het hele Noordwestelijke deel van Rusland zijn de Baltische landen onmisbaar als doorvoergebied naar de Baltische Zee en de Finse Golf, maar de haven van Tallin is de meest aantrekkelijke door zijn diepte van 18 meter en zijn goede toegankelijkheid, ook in de winter. Sint Petersburg en de Noordelijker gelegen Russische havens zijn daarentegen 's winters vier maanden of langer onbereikbaar omdat ze dichtvriezen.

Via Tallin importeert Rusland al grote hoeveelheden graan en fruit en worden steenkool en hout uitgevoerd. Sinds gisteren zijn daar ook olieprodukten bijgekomen, want minister Maij en haar Estlandse collega openden in het havengebied een olie-opslagbedrijf met laadterminal voor tankschepen, gebouwd door Paktank uit Rotterdam, samen met een Estlands bedrijf. Deze joint venture "Pakterminal' zorgde voor de eerste Westerse investering in een moderne olie-overslagvoorziening in Estland. Paktank besteedde 10 miljoen dollar aan dit project, geholpen door een lening aan Estland van de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling van Oost-Europa en een subsidie van de Financieringsmaatschappij Ontwikkelingslanden in Den Haag voor de training van Estlands personeel.

De olie-opslagcapaciteit van Pakterminal in Tallin bedraagt 57.000 kubieke meter, maar volgens Paktank-directeur mr. Jan Brouwer is dat nu al te weinig. “Er is een enorme vraag naar opslag, daarom hebben we nu al een plan voor uitbreiding tot 120.000 kubieke meter, dan wordt onze totale investering 25 miljoen dollar.” Voor die uitbreiding gaat Paktank een lening vragen bij de Nederlandse Investerings Bank. Het bedrijf heeft in Estland dezelfde milieuvoorzieningen toegepast die in Rotterdam verplicht zijn. De eerste drie jaar betaalt de joint venture nog geen winstbelasting en de daaropvolgende drie jaar de helft van het gangbare tarief van 35 procent.

De olieprodukten die via Pakterminal in Tallin worden geëxporteerd, komen van raffinaderijen in heel Westelijk Rusland en worden per trein aangevoerd. Tot nu toe reden deze tanktreinen naar de haven van Sint Petersburg of zelfs helemaal naar Finland, maar de route naar Tallin is veel korter. Bij de opening van de installatie, gisteren, stond een lange rij tankwagons klaar om gelost te worden, die van een raffinaderij in Turkmenistan afkomstig waren en bijna 6.000 kilometer hadden afgelegd naar Tallin. Dat kan alleen, zo legden de Paktankmensen uit, door de lage tarieven die de Russische spoorwegen berekenen.

De opslagtanks en het zware constructiewerk voor Pakterminal zijn grotendeels door aannemers in Estland met materiaal uit Rusland gebouwd; de pompen, motoren, afsluiters en regelapparatuur komen uit Nederland. Voor het bouwen van de tanks is een Russisch systeem toegepast: de tevoren aan elkaar gelaste platen staal worden op een gigantische rol per treinwagon aangevoerd, ter plaatse rechtop gezet, gemonteerd en afgelast.