LANG SOEPEL & WIJD; De definitieve doorbraak van de jaren zeventig

Onuitstaanbaar gecultiveerde grunge noemt Hadewijch Bouvard de aftandse kleren die piepjonge mannequins met hongerlijdersgezichten voor het Japanse merk Comme des Garçons showden. Tijdens de Parijse modeweek, waarin alle grote ontwerpers hun prêt-à-porter-collecties voor de komende winter presenteerden, haastte zij zich van tochtige riolen vol ecologisch verantwoorde mode naar de luxueuze shows van Lacroix, Lagerfeld, Chanel en Westwood, waar Naomi Campbell van haar plateauhakken smakte.

Het was moeilijker dan ooit om aan een uitnodiging te komen voor de prêt-à-porter-shows voor de herfst/winter van 1993-1994, die afgelopen week in Parijs plaatshadden. Dat kwam omdat niet alleen de jonge garde, maar nu ook gevestigde ontwerpers als Yves Saint-Laurent, Montana, Jean-Charles de Castelbajac originele, maar steeds veel te kleine ruimtes prefereerden boven de anonieme en peperdure tenten van de Cour Carrée bij het Louvre. Het is nog maar de vraag of de opening van het ondergrondse modecomplex "Le Carroussel du Louvre' in de Tuilerieën, waar de shows vanaf oktober gepland zijn, in deze tendens verandering zal brengen. Twee jonge Nederlandse ontwerpers, Melchior Thinister en Ton van Lingen, gingen tijdens de modeweek met de eer strijken. Dankzij hun ontwerptalenten beleefden de prêt-à-porter-collecties van twee vermaarde modehuizen, Balanciaga en Jacques Fath, een ware revival.

Wat de afgelopen twee seizoenen reeds zichtbaar was, zet de komende winter onverminderd door: lang en soepel is in, kort en strak is uit. De broek neemt een belangrijke plaats in de garderobe in. Je hebt ze wijd of met wijd uitlopende pijpen, maar er zijn ook leggings, piratenbroeken en knickerbockers. De jurk en de schortjurk hebben hun plaats veroverd, wijd en romantisch. De collecties toonden een grote variatie in transparante en opengewerkte stoffen, afgewisseld met fluweel en tricot. Veel ontwerpers zochten inspiratie in de achttiende- en negentiende-eeuwse mannenmode en in de jaren zeventig.

De jonge Japanse ontwerper Yoshiki Hishinuma, een van de steeds talrijker wordende vertegenwoordigers van de eco-hergebruik-trend en oud-leerling van Issey Miyake, opende de modeweek met een defilé in de riolering. Daar is lef voor nodig, want het is er koud en het stinkt. Hishinuna toonde moeilijk draagbare, maar interessant gelaagde kleding, uitgevoerd in glanzende stoffen, leer, papier en cellofaan. Mooi waren de van veiligheidsspelden vervaardigde bolero's, de goud- en zilveren metallic jeans en de theatrale mantels van zwart en wit geperforeerd papier.

Rei Kawakubo, de ontwerpster van Comme des Garçons, toonde haar collectie in de Carreau du Temple, een mooie negentiende-eeuwse markthal in de Marais. Na de geraffineerde en optimistische collectie die zij verleden oktober toonde, liet zij zich deze keer van haar slechtste kant zien. Ze toonde aftandse, hybride kledingstukken, zonder vorm of structuur, in elkaar geflanst uit meestal flets gekleurde, gekreukelde, oude en nieuwe stoffen. Piepjonge mannequins, opgemaakt als hongerlijders, het haar weggemoffeld onder aluminiumfolie helmpjes en geschoeid in vijf maten te grote mannenschoenen zonder veters, showden de kleding. “Poëtisch, romantisch, filosofisch”, hoorde ik om me heen. Flauwekul! Op enkele modellen na, een onuitstaanbaar geforceerde en gecultiveerde grunge. En een ronduit aanstootgevend modebeeld in een tijd waarin werkloosheid en armoede zich als een olievlek utbreiden. "Comme des Clodos' herdoopte een gedeelte van de Franse pers Kawakubo's merknaam.

Gelukkig is er Jean-Paul Gaultier, die maakt je vrolijk. Deze keer bracht hij op zijn bekende, onweerstaanbaar geestige, soms provocerende manier hulde aan het Judaïsme, met verwijzingen naar de films Yentl en Rabbi Jacob. Prachtig was zijn serie kundig gesneden, lange, zwart satijnen redinggotes, (geïnspireerd op het rabbijnkostuum) met chassidische bontmutsen en geborduurde keppeltjes. Het barokke spektakel, dat werd opgeluisterd door "Fiddler on the roof'-muziek, vertolkt door een eenzame violist, had plaats in de schemerig verlichte negentiende-eeuwse Passage Colbert-Vivienne (naast de Gaultier-boetiek), waar het sterk rook naar Gaultiers in april op de markt verwachte parfum.

“Waar het in de Europese destroy-ethiek eigenlijk om gaat, is het opblazen van honderden jaren bekroonde bourgeois-smaak”, zei Karl Lagerfeld verleden week in de Cour Carré. “Sommigen doen dat met kleren waarin je er erger uitziet dan voordat je aankleedt. Met mijn destroy-kleding wil ik dat de vrouw zich jonger, vrijer en mooier voelt.” En dat lukt Lagerfeld goed, bleek uit zijn eigen, Lagerfeld pour Lagerfeld-collectie en zijn collectie voor Chanel.

In de op de Middeleeuwen geïnspireerde Lagerfeld-collectie, stonden jasjes in het middelpunt. Hij bracht ze in vele versies: redinggot, amazone, met zwaluwstaart, met pandjes, zwart, primair rood, geel of turqoise, en gedragen boven enkellange, doorzichtige, mousseline of netwerkrokken met overwegend ongelijke zomen. Met het traditionele mantelpak is het voorgoed afgelopen. Hypersensueel was de serie van bijna geheel doorzichtige zwarte kanten en mousseline cocktailjurkjes met geometrische motieven, gedragen boven laarzen en onder zwartfluwelen en kanten, helmvormige hoofddeksels.

Voor Chanel presenteerde Lagerfeld nonchalante, jonge straatmode, waarbij sportieve acccessoires en chique Coco-kleding door en over elkaar heen werden gedragen. Onmisbaar hierbij was een wit katoenen mannenoverhemd dat nonchalant onder alle tweed en fluwelen jasjes uitbungelde. Ook moonboots met Chanel-kettinkjes en Robin Hood-petten vormden een essentieel onderdeel. Alle bekende topmodellen, zoals Claudia Schiffer, Linda Evangelista en Kristen Mc Nemany paradeerden mee. Ook was er een nieuwe vedette, Eva Salvail, een Canadese skinhead die in veel van de in totaal zevenenzeventig défilés te zien was en volgens de ontwerpers "de tweeslachtigheid van onze tijd' symboliseert.

Wel twintig centimeter hoog waren de plateauzool-schoenen op de show van Vivienne Westwood. "Een symbool' noemde de beroemde Engelse ontwerpster ze. “Ik plaats de vrouw graag op een voetstuk”. Maar dat lukte niet altijd, bleek toen het topmodel Naomi Campbell er een enorme smak mee maakte. Westwoods theatrale, kitscherige, kleurrijke en van Engelse humor doortrokken collectie was een lofzang op vrouwelijkheid en elegantie. Onweerstaanbaar waren de monumentale mantels en strapless avondjurken met omhooggepriemde borsten, de sexy pakjes in Schotse ruiten en de huzarenhoeden met felgekleurde veren. De futuristische collectie van de grote Japanse ontwerper Issey Miyake was van een heel andere aard. De vorm van de tijdloze, steeds feller gekleurde tunieken en broekpakken leken op natuurlijke wijze voort te vloeien uit de geruite stof.

“Olé!”, riep de horde fotografen in koor, toen de eerste klanken van Spaanse muziek bij de aanvang van de prachtige show van Christian Lacroix opklonken. Lacroix oogstte dit seizoen het meeste succes. Honderdzevenendertig modellen, een record aantal, en niet één flop. Zijn op de jaren zeventig geïnspireerde collectie toonde fantasierijke combinaties van materialen, kleuren en vorm. De getailleerde jasjes in patchwork van ton-sur-ton koraalrode, gestreepte en geruite tweed en zijde, boven effen suède broeken, vormden het hoogtepunt van alle shows.