Kok en De Vries geven in '94 voorrang aan werk boven inkomen

DEN HAAG, 25 MAART. Minister Kok (financiën) en minister De Vries (sociale zaken) streven volgend jaar naar "werk boven ieders inkomen'. Daarom willen zij enerzijds de sociale uitkeringen bevriezen en anderzijds de inkomens boven modaal zwaarder belasten. De opbrengst kan worden gebruikt om arbeid goedkoper te maken.

Dit blijkt uit stukken die de ministers gisteren aan hun collega's in het kabinet hebben gestuurd. Volgens minister De Vries, zo blijkt uit zijn Voortgangsrapportage Sociale Zekerheid, moeten volgend jaar alle inkomens in de collectieve sector worden bevroren. Dus ook de sociale uitkeringen en de kinderbijslag. Dan hoeven de sociale premies per saldo niet omhoog.

De Vries wil het koopkrachtverlies, net als dit jaar, compenseren met lastenverlichting. Ook wil hij via lastenverlichting arbeid aan de onderkant van de arbeidsmarkt goedkoper maken. Zonder "flankerend beleid' zou de koopkracht van de sociale minima volgend jaar met 2,1 procent dalen, die van modale werknemers met 1,5 procent, terwijl twee keer modaal er slechts 0,5 procent op achteruit zou gaan.

Minister Kok oppert voor de verlaging van de arbeidskosten twee ideeën: een verlaging van de werkgeverspremies, of een verlaging van het tarief van de eerste schijf in de loon- en inkomstenbelasting. Om het geld te verkrijgen komt hij met drie voorstellen. Als eerste stelt hij een verhoging van de belasting op milieugrondslag voor, als tweede een verhoging van de brandstofheffing (“waar dat internationaal mogelijk is”) en als derde vervanging van de belastingvrije som door een heffingkorting (“tax credit”).

Tot dusver kent de loon- en inkomstenbelasting een belastingvrije som waarvan hogere inkomens, omdat zij onder een hoger belastingtarief vallen, méér profiteren. De belastingvrije som van 5769 gulden levert iemand met een inkomen van een ton 3461 gulden op, en iemand met een modaal inkomen of lager slechts 2215 gulden.

Als de belastingvrije som wordt vervangen door een heffingskorting van 2215 gulden wordt het voordeel voor alle inkomensgroepen gelijk. Een heffingskorting van 2215 gulden zou de lagere inkomens niets opleveren, maar de koopkracht van twee keer modaal zou met circa 2 procent dalen. De koopkrachtverhoudingen zouden daarmee in 1994 min of meer gelijk worden getrokken.

De PvdA is vóór het voorstel-Kok, dat overigens vorig jaar al werd geopperd door minister De Vries. Het CDA was tot dusver tegen, omdat het de inkomensverhoudingen nivelleert. De Tweede Kamerfractie van het CDA weigerde vanmorgen op de kabinetsstukken te reageren.

Volgens het Tweede Kamerlid Van Zijl (PvdA) zou de vervanging van de belastingvrije som door een heffingskorting van 2215 gulden de fiscus per saldo 1,5 tot 2,5 miljard gulden opleveren. De PvdA wil dat geld gebruiken voor een verlaging van de ziekenfondspremies voor werkgevers. Zo'n verlaging zou de arbeidskosten méér drukken dan Koks andere idee, de verlaging van het tarief van de eerste schijf. De PvdA legt zich erbij neer dat de koopkracht van de sociale minima volgend jaar daalt, maar hoopt dat die daling minder dan twee procent kan bedragen.

Als de uitkeringen en de kinderbijslag volgend jaar niet worden bevroren treedt bij de sociale uitgaven waarvoor minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld verantwoordelijk zijn, een overschrijding op van 1,5 miljard gulden. Tegenover meevallers van bij elkaar 2,0 miljard gulden (voor de helft vanwege de bevriezing van de uitkeringen in 1993) staan namelijk tegenvallers als gevolg van de stijgende werkloosheid (2,5 miljard gulden) en als gevolg van het uitstel van diverse wetten inzake ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid (1,0 miljard).