Gymleraar bigt en buffelt

Ook de gymles kent tegenwoordig "kerndoelen'. Leerlingen moeten kunnen rollen, vallen en "stoeispelen'. ""Je opent de wereld van het bewegen voor ze.''

"Dit is biggen, ook wel buffelen genoemd.'' Docent "stoeispelen' J. Kallenbach heeft alleen zijn judobroek aan wanneer hij op de mat plaatsneemt. Hij gebaart een student ruggelings tegen hem aan te gaan zitten. Met zijn zitvlak op de mat beweegt Kallenbach zich achterwaarts. De veel lichtere student wordt moeiteloos van de mat geduwd.

Terwijl de studenten tegen elkaar duwen, aan elkaar trekken of over elkaar heen rollen, loopt Kallenbach corrigerend rond. ""Niet bij de polsen grijpen'', roept hij. ""Geen onderarm tegen het strottehoofd drukken!'' ""Mogen we wel met twee handen het hoofd van de tegenstander beetpakken?'', vraagt een student. De meisjes giechelen, de jongens zwoegen fanatiek verder om van hun tegenstander te winnen.

"Stoeispelen' behoort tot de nieuwe vaardigheden waarin aankomende gymleraren op de Amsterdamse Academie voor Lichamelijke Opvoeding zich moeten bekwamen. Terwijl in de sportzaal een oude Oosterling onbewogen vanuit zijn lijst naar het gespartel op de matten kijkt, onderhoudt Kallenbach zijn zwetende studenten over het nut van "biggen'. Veel islamitische kinderen zouden lichamelijk contact onprettig vinden, zegt hij. "Biggen' kan die schroom volgens hem helpen overwinnen. Na het "biggen' kan de docent geleidelijk overgaan tot andere mogelijkheden van "stoeispelen", zoals "staand wegduwen' en vormen van worstelen.

Zelfverdediging

Ook het vak lichamelijke opvoeding moet sinds kort voldoen aan door het ministerie van onderwijs vastgestelde "kerndoelen'. ""De tijd dat een leraar lichamelijke opvoeding kon doen wat hem toevallig goed leek is voorbij'', zegt afdelingsmanager drs. J. Beenen van de Amsterdamse Academie. De kerndoelen voor leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs hebben betrekking op "bewegingssituaties' binnen de gebieden gymnastiek/turnen, spelen, zelfverdediging, bewegen en muziek, atletiek en zwemmen. Het kerndoel "stoeispelen' valt onder het gebied "zelfverdediging'.

Het moderne gymnastiek-onderwijs, aldus de brochure "Vakwerk in de Basisvorming' is ""erop gericht dat de leerlingen vaardigheden ontwikkelen om te handelen in bewegingssituaties om zodoende hun bewegingsmogelijkheden uit te bouwen binnen die activiteiten die deel uitmaken van onze bewegingscultuur''. Aan zijn bureau geeft afdelingsmanager Beenen tekst en uitleg: ""De leraar geschiedenis opent de wereld van het verleden, de gymleraar de wereld van het bewegen. Doe je het slecht als docent, dan sluit je die wereld voor de leerlingen af.''

"Bewegen' blijkt het leven in een notedop. Beenen: ""Je probeert kinderen enthousiasme voor bewegen te leren. Als je ergens vaardig in bent, vind je het leuk. Je leert hoe je zelf verantwoordelijk kunt zijn voor je eigen bewegen. Mensen leren lezen, en wat ze ermee doen is hun zaak, of ze gedichten van Keats willen lezen of pornografie. Dat geldt ook voor bewegen. Als ze van school af zijn, kunnen ze hun eigen keus maken. Wordt het wielrennen of tennissen?''

De Academie verzorgt ook een nascholingscursus "zelfverdediging voor meisjes', om leraren dit eigentijdse doel bij te brengen. In totaal zijn al zo'n 800 tot 1.000 leraren bijgeschoold, zegt de coördinatrice van de cursus, andragoge Marije Bosdriesz. Het gaat niet alleen om fysieke zelfverdediging: ""Het is de bedoeling dat docenten ook leren alert te worden op signalen dat kinderen worden misbruikt. We horen heel vaak van die verhalen'', zegt Bosdriesz. Volgens haar zitten in elke klas ""wel twee kinderen die misbruikt zijn''. Ligt daar een taak voor de gymleraar? ""Ja, de docent lichamelijke opvoeding zou zich, als zijn collega's op school, met veel meer dan alleen lichamelijke onderwerpen moeten bezighouden. Kijk naar projecten tegen pesten op school en over faalangst.''

Buiten spelen

Jaarlijks melden zich driehonderd nieuwe studenten, vertelt manager Beenen, zelf in 1962 student aan de Academie in Groningen geworden omdat ""ik vaak buiten speelde en mijn moeder de academie wel iets voor mij vond.'' Van de driehonderd kandidaten kunnen er ongeveer honderdtwintig worden toegelaten. Nog eens honderdtwintig komen op een wachtlijst, want menigeen valt het eerste jaar al af. Beenen: ""Beginnende studenten denken vaak dat ze hier alleen maar een beetje lekker hoeven te sporten. Ze struikelen dan over de theoretische vakken.''

Voor de volhouders wacht een baan in het onderwijs. Gerard (24), tweedejaars student aan de Academie, heeft al eens een les "stoeispelen' gegeven op een basisschool - en het was hem niet meegevallen. ""Stoeispelen leidt op de Academie al tot rotzooien. Maar op de basisschool merkte ik pas echt wat een overwicht je op die kinderen moet hebben.'' Gelukkig werd hij bijgestaan door een ervaren leerkracht.

Zo iemand als Han Schwantje (56) uit Rotterdam. Met zesendertig dienstjaren als gymleraar achter de rug, vraagt hij zich ""in alle gemoede af of het wel wat wordt met die nieuwe kerndoelen''. In zijn kamertje boven de sportzaal van het Rotterdamse Montessori Lyceum filosofeert hij: ""Ons vak kun je niet uit een boekje leren.'' Misprijzend bladert hij door een brochure over de kerndoelen. ""Er wordt altijd weer wat uitgevonden. Nu heb je ook weer acro-gym, een mengeling van acrobatiek en gymnastiek. Dat komt rechtstreeks uit de vorige eeuw.''

Met "stoeispelen' heeft hij al evenmin veel op. Terwijl de brugklassers zich warmlopen in de sportzaal, rekent Schwantje voor hoeveel tijd het kost om iemand een spel te leren. ""Ze krijgen twee uur gym per week. Als je ze een spel wil leren, volleybal of zo, dan heb je daar een half uur per les voor. Vier keer een half uur oefening per maand. Dat is evenveel als het Nederlandse team op een dag oefent. Zou je al die nieuwe dingen er ook nog bij doen, dan krijg je helemaal hap-snap-werk.'' De veteraan-gymleraar staat sceptisch tegenover wel meer nieuwe dingen. Met gemengde gevoelens heeft hij een nascholingscursus "zelfverdediging voor meisjes' gevolgd; binnenkort moet hij het vak gaan geven. ""Sommige meisjes zouden er ook juist banger van kunnen worden'', vreest hij.

Modieuze sportkledij

Schwantje zet zijn brugklassers (HAVO en VWO) aan het werk. Een vijftiental twaalfjarige kereltjes in modieuze sportkledij luistert rustig en alert naar zijn opdrachten. Toestellen worden binnengereden, matten op de grond gelegd, touwen uitgehangen en trampolines klaargezet. Enthousiast hollen ze naar de trampoline, zetten zich af en maken een handstand overslag op de kast. Na de "wendsprong' gaat de groep basketballen. Wanneer de gymleraar fluit en ""Vast!'' roept, is iedereen meteen stil. Ook de jongen met het lange t-shirt met de opdruk Kill'em all.

""Tot op zekere hoogte zijn ze nu braver en gewilliger dan wij waren'', meent Schwanke. ""Vroeger was je bang voor de leraren, en als het even kon ging je dwarsliggen of je tegen ze afzetten. Nu hoeven de leerlingen nergens meer bang voor te zijn. Leraren en leerlingen staan meer als gelijken tegenover elkaar. Misschien zijn ze wel wat meer bijdehand geworden, maar ze hebben nu ook een redelijk stuk zelfdiscipline.''

Niet overal. ""Ga maar op het geluid af'', zegt gymlerares Anneke Barnas, gevraagd waar de sportzaal in haar school is. Barnas kreeg na de Academie werk op een basisschool in een Amsterdamse volksbuurt, met vooral allochtone leerlingen. Op de vraag of haar vrouwelijke pupillen les in zelfverdediging moeten krijgen reageert ze verbaasd. Nee, haar leerlingen zijn al assertief, die hebben zo'n cursus niet meer nodig.

Luidruchtige elfjarigen vullen de zaal. Er is één blank, blond jongetje bij. Van "zelfdiscipline' is niet veel te merken. ""Kan jij Saïd uitleggen wat de regels zijn'', vraagt Anneke boven het gegil uit aan een zwartharig kereltje. Nee, dat kan hij niet, want hij is geen Marokkaan. Dan moet Najad het maar doen. Saïd luistert met een blanco uitdrukking op zijn gezicht. Virgil holt tomeloos enthousiast achter iedereen aan, bezig met een geheel eigen spel. Mitchel moet wegens grove overtredingen aan de kant zitten. Hij maakt een gebaar alsof hij de juffrouw een mep wil verkopen. ""Padua'', roept Anneke tegen een meisje dat de klus kwijt lijkt te zijn, ""wat moet je doen?'' ""Je bek houden'', roept een rank, zwart meisje ongevraagd. Twee jongens heffen zachtjes een Turks lied aan. Kinderen op de speelplaats buiten beginnen tegen het raam te schoppen.

Nee hoor, dit is zeker geen uitzonderlijke les, zegt Anneke. ""Deze kinderen hoef je geen plezier in bewegen bij te brengen. Dat hebben ze al van huis uit.''