Groeimarkt voor verzekeraars en pensioenfondsen; Het nieuwe stelsel wordt zeker duurder dan de huidige WAO

Eigenlijk is het een rare situatie. De WAO-maatregelen staan nog niet vast - de Eerste Kamer moet er zich nog over buigen - maar op de "reparatiemarkt' is de strijd al ontbrand en in het CAO-overleg vormt het WAO-gat het gesprek van de dag.

Onbegrijpelijk is het niet, want er staan aanzienlijke belangen op het spel. De ingreep raakt circa 5 miljoen werknemers. Daarmee is een interessante groeimarkt ontstaan voor verzekeraars en pensioenfondsen, bevestigt actuaris drs.M.W. Dijkshoorn, voorzitter van de Kontaktcommissie Arbeidsongeschiktheids-, Ziekengeld- en Ongevallenverzekering (KAZO) en directielid van Nationale Nederlanden. Te meer daar door de op handen zijnde aanpassing van de Ziektewet nog meer groeikansen in het verschiet liggen.

Bij de WAO gaat het volgens Dijkshoorn om “een marktpotentieel van 4 à 5 miljard gulden”. Dit bedrag wijkt nogal af van de 2,7 miljard gulden die Sociale Zaken aan bezuinigingen op de WAO heeft ingeboekt. Zijn de verzekeraars te optimistisch? Zit Sociale Zaken te laag? Of maakt de kabinetsingreep de arbeidsongeschiktheidsverzekering uiteindelijk alleen maar duurder?

Dijkshoorn is er van overtuigd dat het ministerie te laag zit, door “een denkfout” over de gemiddelde uitkeringsduur. T. Roorda van het pensioenadviesbureau en actuariaat Consultass houdt het erop dat het allemaal duurder wordt. Ga maar na, redeneert hij. Het getuigt van goed werkgeverschap ervoor te zorgen dat werknemers de gelegenheid krijgen zich in te dekken tegen het risico van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Dus mag men ervan uitgaan het WAO-hiaat op grote schaal wordt gerepareerd.

“Hierdoor wordt het nieuwe stelsel van de herziene WAO met daarnaast aanvullende verzekeringen zeker duurder dan de huidige WAO”, concludeert Roorda. “De uitvoeringskosten zullen zo goed als verdubbelen doordat de berekeningen ingewikkelder worden en het aantal uitkerende instanties praktisch verdubbelt. Ook de fiscale rompslomp die de gesplitste uitkering geeft zal tot extra kosten leiden en ook tot ergernis en onbegrip bij de uitkeringsgerechtigde”, aldus Roorda.

Globaal zijn er volgens de Verzekeringskamer, die toeziet op verzekeraars en pensioenfondsen, drie manieren waarop werkgevers en werknemers - met of zonder tussenkomst van de bedrijfsvereniging die ook de WAO-nieuwe-stijl uitvoert - het WAO-gat kunnen dichten: 1. Via een verzekeraar. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is een schadeverzekering. De regeling moet dan worden ondergebracht bij een schadeverzekeraar. De verzekering kan echter ook worden gecombineerd met een levensverzekering (een pensioenverzekering). In dat geval kan de regeling ook worden ondergebracht bij een levensverzekeraar. In beide gevallen kan het om collectieve danwel individuele polissen gaan. Verschillende bedrijfsverenigingen betonen zich inmiddels actief op dit terrein. 2. Via een pensioenfonds. Circa duizend, meestal grotere bedrijven in Nederland hebben een eigen pensioenfonds. Daarnaast bestaan er ongeveer tachtig sectoren waarin bedrijven een gezamenlijk pensioenfonds hebben. Een regeling ter compensatie van de verlaagde WAO-uitkeringen kan bij zo'n pensioenfonds worden ondergebracht in de vorm van een invaliditeitspensioen. Maar dan moet de voorziening wel worden geïntegreerd in de totale pensioenregeling, òf worden opgenomen in een aparte regeling waaraan de werkgever een aanmerkelijk deel van de premie betaalt. Het is niet toegestaan een aparte regeling bij het pensioenfonds onder te brengen die geheel voor rekening van de werknemers komt, omdat het fonds zich dan op het terrein van de verzekeraar zou begeven en dat mag niet. 3. De werkgever houdt de regeling in eigen beheer. Dit kan alleen als de betrokken werknemers nog in dienst zijn. De arbeidsongeschiktheidsuitkeringen hebben dan plaats in de loonsfeer en gelden niet als invaliditeitspensioen of verzekeringsuitkering. De werkgever mag niet voor eigen rekening verplichtingen jegens ex-werknemers aangaan. Het is volgens de Verzekeringskamer niet toegestaan een regeling ter reparatie van het WAO-gat onder te brengen bij een VUT-fonds of andersoortig fonds. De verplichtingen van zo'n fonds zouden namelijk vrijwel steeds moeten worden gekwalificeerd als verzekeringsverplichtingen, en die mogen alleen worden aangegaan door erkende verzekeraars of pensioenfondsen. Deskundigen zijn het hierover niet eens, maar als de Verzekeringskamer gelijk heeft, kunnen inmiddels opgerichte "reparatie-stichtingen' in het uitgeverijbedrijf en bij de Bijenkorf in de problemen komen.

Vooruitlopend op de ingreep in de WAO toonden de particuliere verzekeraars zich het meest slagvaardig. Al in een vroeg stadium werden ze het onderling eens over premiestructuur, acceptatiebeleid en uitwerking. Hun uitgangspunt is premiedifferentiatie per bedrijf gebaseerd op leeftijdsopbouw, gezondheid en beroepsrisico's van de werknemers. “Reparatie op bedrijfstakniveau vinden we een slechte zaak. Dan zouden we het oude WAO-systeem met een uniforme premie voor het hele land vervangen door een vrijwel identiek stelsel”, zegt Dijkshoorn. Bij volledige reparatie op bedrijfsniveau ligt de premie volgens hem gemiddeld tussen de 1,75 en 3 procent van de loonsom.

In beginsel is zo'n aanvullende verzekering verplicht voor alle werknemers, maar dispensatie is mogelijk, zeker voor werknemers bij grotere bedrijven. “Het aanbod van de KAZO-verzekeraars vergt een zeker draagvlak. Als dat te smal wordt, bijvoorbeeld doordat goedkope risico's zich individueel gaan bijverzekeren, kunnen we het niet gestand doen”, zegt Dijkshoorn. De cesuur zal bij ongeveer 50 werknemers liggen. “Bij minder werknemers eisen we volledige deelname. Zijn het er meer, dan zal het totstandkomen van een collectieve regeling afhangen van de mate waarin men meedoet en eventueel op basis van individuele acceptatie plaatshebben.”

De verzekeraars zijn bereid alle werknemers voor een verzekering van het WAO-gat te accepteren. Wordt uiterlijk omstreeks 1 mei over de collectieve aanvulling beslist, dan zullen de KAZO-verzekeraars de regeling met terugwerkende kracht laten gelden voor iedereen die na 25 januari ziek werd en kans loopt een jaar later in de WAO te komen. Bij de beoordeling zullen ze zich de komende jaren conformeren aan de WAO-keuring, maar over enkele jaren zijn ze van plan ook zelf keuringen te (laten) verrichten.

Bij de pensioenfondsen is de situatie minder overzichtelijk. WAO-reparatie vergt meestal aanpassing van het pensioenreglement. Sommige pensioenfondsen kennen al wel een zogenoemd invaliditeitspensioen. In dat geval hangt het van de formulering van de pensioentoezegging af of de verlaging van de WAO-uitkering automatisch tot een verhoging van het invaliditeitspensioen leidt. In beide gevallen - met of zonder automatische WAO-compensatie - zal het fondsbestuur zich moeten bezinnen op de gevolgen van de WAO-ingreep voor het invaliditeitspensioen. De meeste fondsbesturen zitten hier nog middenin.