Financiële wereld sluit "paria' Peru in de armen

MEXICO-STAD, 25 MAART. Peru is teruggekeerd in de internationale financiële gemeenschap. Nadat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bijna zes jaar geleden de kredietverstrekking aan het land stopte omdat het zijn buitenlandse schulden niet afloste, sloten IMF en Wereldbank vorige week weer een akkoord met de "paria' Peru. Het land krijgt een nieuwe kredietlijn ter waarde van bijna 2,5 miljard dollar.

IMF-directeur Michel Camdessus sprak bij die gelegenheid van “niets minder dan een belangrijk winstpunt in de internationale samenwerking”. President Fujimori, altijd goed voor verrassende uitspraken, zei zelfverzekerd: “Ik wist dat dit zou komen, ik had de dankbrief aan Camdessus al lang in m'n bureaula liggen”.

Door het akkoord met IMF en Wereldbank kan Peru weer om de tafel gaan zitten met zijn Westerse crediteuren, verenigd in de Club van Parijs, waarin ook Nederland met enige honderden miljoenen dollars Peruaanse schuld deelneemt. In onderhandelingen met deze Club zal Peru eind deze maand niet aansturen op schuldverlichting, maar op een langere periode waarover het land de kleine acht miljard dollar aan leningen aan deze groep van schuldverleners kan terugbetalen. “Aan de gouden regel van de Club dat er "geen pardon wordt verleend' willen we niet tornen”, zei de Peruaanse president Alberto Fujimori onlangs.

De terugkeer van de "verloren zoon' Peru in het internationale financiële systeem volgt op de bruuske stopzetting in 1986 van Peru's schuldaflossing door de toenmalige sociaal-democratische president Alan Garcá. Onder Garcá gleed het land steeds verder weg in de richting van de economische afgrond. Toen Fujimori in juni 1990 tot zijn opvolger werd gekozen, kende Peru een inflatiepercentage van meer dan 80 procent per maand. Fujimori maakte na zijn installatie meteen korte metten met de economische chaos. Een "schokprogramma' voorzag in duizelingwekkende prijsstijgingen en dompelde meer dan de helft van de 22 miljoen Peruanen van de ene dag op de andere in absolute armoede. De industrie raakte in een diepe recessie die zij nog steeds niet te boven is. In de afgelopen vijf jaar kromp de Peruaanse economie met een kwart, ondanks een lichte opleving in 1991.

Maar het saneringsprogramma, waar IMF, Wereldbank en de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank nauw bij waren betrokken, leverde wel het gewenste anti-inflatoire effect op. Kende Peru in 1990 nog een hyperinflatie van meer dan 7.500 procent, in 1991 was het percentage al gedaald tot "slechts' 139 procent en vorig jaar werd op jaarbasis 60 procent bereikt. In vergelijking met het andere notoire Zuidamerikaanse inflatieland Brazilië (gemiddeld 25 procent per maand) deed Peru het in de ogen van de internationale financiële gemeenschap helemaal niet slecht. Onder leiding van de VS en Japan werd een soort vriendenclub opgericht die Peru bijna 1,5 miljard dollar schonk via stortingen op rekeningen bij het IMF en de Wereldbank. Nederland nam met een eenmalige schenking van 40 miljoen gulden in juli 1991 deel aan deze steungroep van landen. Dat gebaar was voornamelijk te danken aan de door minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) onderschreven visie van de Nederlandse ambassade in Lima dat “deze regering zo veel mogelijk steun moet krijgen”.

Het was daarom behoorlijk slikken voor de democratische vrienden van Peru toen president Fujimori vorig jaar april de grondwet buiten werking stelde, het gekozen parlement naar huis stuurde en alle macht in het land naar zich toe trok. De autocratische handelswijze van de Peruaanse president leidde aanvankelijk tot grote internationale verontwaardiging, maar het eigenzinnige staatshoofd kreeg desondanks de gelegenheid te bewijzen dat zijn actie - ingegeven door de situatie van allesverlammende terreur in het land - zich ten goede zou keren. Eind vorig jaar kozen de Peruanen een nieuw, grondwetgevend Congres. In de ogen van de internationale gemeenschap was de democratie in het land, tot op zekere hoogte, weer hersteld.

Op dit moment, nu de weg voor Peru is geëffend om als volwaardig lid van de internationale financiële gemeenschap aan het verdere herstel van zijn economie te werken, zit het land nog steeds met een buitenlandse schuld van 22 miljard dollar. Dit bedrag bestaat uit ongeveer 7,5 miljard dollar aan bilaterale leningen via de Club van Parijs, 9 miljard van instellingen als IMF en Wereldbank en 5,5 miljard van commerciële banken. Met akkoorden met IMF, Wereldbank en, mogelijk al volgende maand, de Club van Parijs op zak kan Peru beginnen aan de laatste etappe: de onderhandelingen met de banken. Alom worden deze als de lastigste beschouwd, omdat de banken minder onder de indruk lijken van niet-financiële argumenten als stabiliteit, democratie en bittere armoede in het Andes-land.

Ondanks het internationale optimisme over Peru zit het land nog midden in een zeer diepe economische crisis. Uiterst gunstige voorwaarden ten spijt, weigeren de meeste investeerders nog altijd hun geld in Peru te stoppen. Het nog immer niet bedwongen terrorisme is hier vooral debet aan. Recentelijk circuleerden berichten dat buitenlandse (Aziatische) investeerders de Peruaanse nationaliteit zouden kunnen kopen voor 25.000 dollar per persoon.

President Fujimori erkent dat de weg terug naar internationaal respect vooral over de ruggen van de arme Peruanen is gegaan. En het eind is nog niet in zicht. Fujimori waarschuwde vorige week voor “een schrale periode” omdat het ook na het akkoord met IMF en Wereldbank “geen dollars zal regenen”.

Hoewel de Peruaanse ogen vooral op het buitenland en op buitenlandse investeringen zijn gericht, wordt ook op het binnenlandse front hard gewerkt aan een verbetering van de opbrengsten en bezuinigingen op de uitgaven. Een paar maanden geleden werd de in elk geval symbolisch belangrijke privatisering van de staatsluchtvaartmaatschappij AeroPerú gerealiseerd, waarbij de weinig aantrekkelijke vervoerder voor de helft in Mexicaanse handen terechtkwam. De belastingopbrengst in dit land van endemische ontduiking is van een schamele 3 procent van het BNP verbeterd tot bijna 9 procent, en “we hebben redenen voor optimisme ten aanzien van een verdere verbetering dit jaar”, zei belastingchef Sandro Fuentes onlangs.

Herstel van de economie over een breed front is, naast de succesvolle bestrijding van het terrorisme, cruciaal voor de politieke toekomst van president Fujimori. Zo ingenomen met zijn missie voor Peru is het staatshoofd dat hij nu zelfs de grondwet wil laten veranderen om zijn herverkiezing mogelijk te maken. De nieuwe grondwetgevende vergadering, waarin Fujimori's partij Nieuwe Meerderheid Verandering '90 de absolute meerderheid heeft, is al begonnen met de voorbereidende werkzaamheden.