Expositie over vier eeuwen Amsterdamse kaarten; Blusemmers en schepen tussen huizen "in opstand'

Tentoonstelling: Vier eeuwen Amsterdamse buurten in kaart. T/m 8 april in het Gemeentearchief Amsterdam, Amsteldijk 67, ma-za 10-16u.

Het pronkstuk van de tentoonstelling "Vier eeuwen Amsterdamse buurten in kaart' is ongetwijfeld de overzichtskaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode. Deze grote stadskaart uit 1625 beeldt Amsterdamse straten en huizen af in een onwaarschijnlijke detaillering. Niet alleen zijn van veel gebouwen individuele kenmerken als stoepen en decoraties te zien, zelfs de afgemeerde schepen zijn nauwkeurig weergegeven. Wie op de kaart de minuscule scheepjes bestudeert die zijn afgebeeld in een bocht in de Amstel - tegenover de plaats waar zich tegenwoordig de Kleine Komedie bevindt - ontwaart er een langwerpige rij stipjes. Geen fantasie van de kaartmaker; het zijn de spanten van een gezonken schip die nog boven het ondiepe water uitsteken. Het betreft een galei die in 1604, na een overwinning van de Republiek op de Spanjaarden bij Sluis, als trofee naar Amsterdam werd gevoerd en sindsdien in de Amstel lag te verkommeren. Dat de huizen op de kaart van Florisz. zo goed herkenbaar zijn komt omdat ze "in opstand' zijn getekend. Elke straat is schuin van bovenaf weergegeven; alsof de kaartmaker ze vanuit een luchtballon vlak boven de stad hangend heeft vereeuwigd. Het is een zeer arbeidsintensieve cartografische methode die niettemin tegenwoordig een come-back lijkt te maken. Een uitgever van toeristische gidsjes is onlangs weer met de publicatie van "in opstand' getekende stadskaarten begonnen.

Cartografen die aan Balthasar Florisz. vooraf gingen hadden het in zekere zin makkelijk. Het geringe stadsoppervlak had Cornelis Anthonisz. en Pieter Bast in de zestiende eeuw nog in staat gesteld een welhaast realistische weergave van Amsterdam te maken. Vooral de kaart van Anthonisz. uit 1544 wekt - even afgezien van het curieuze perspectief - de indruk dat we vanuit de wolken op de stad neerzien. Naarmate Amsterdam verder uitbreidde werd het voor cartografen moeilijker om dergelijke 'vogelvlucht-kaarten' te maken. Het denkbeeldige punt van waaruit de toeschouwer de stad ziet, kwam alsmaar hoger te liggen. Of in de woorden van prof. W.F. Heijnemeijer bij de opening van de tentoonstelling: "Schaalvergroting betekent voor cartografen veelal schaalverkleining.'

In de loop van de achttiende eeuw werden de afzonderlijke stadswijken voor het eerst in kaart gebracht. In opdracht van officieren van de burgerwacht werden destijds schutters- of burgerwijkkaarten vervaardigd. De precieze lokaties van de blusemmers - belangrijk in geval van brand - stonden er onder meer op aangegeven. Naast een gedetailleerde weergave van gangen en stegen werd op deze kaarten bovendien bij elk gebouw vermeld of het een woonhuis, pakhuis, loods of stal betrof.

Ambtelijke bemoeienissen leidden in de negentiende eeuw tot een toenemende kaarten-produktie. Specifieke doeleinden als eigendomskwesties, pacht, bouwprojecten of waterhuishouding resulteerden in gedetailleerde kaarten van alle stadswijken. En sinds in 1832 de "Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers' voor de regulering van grondbelasting in het leven geroepen werd, is de vervaardiging van stadskaarten een officiële gemeentelijke taak.

De samenstellers hebben zich - bewust van het feit dat lang niet elke bezoeker in cartografische vervoering geraakt - ingespannen om de kaarten aan de hand van tekeningen, prenten en documenten tot leven te laten komen. De genealogie van een Amsterdamse familie loopt als een rode draad door de tentoonstelling. De straten en huizen waar deze familie door de eeuwen heen gewoond heeft worden op eigentijdse kaarten aangegeven en aan de hand van documenten geïllustreerd. De eerste telg van de familie die aan bod komt, is Simon Rijckertsz. een graankoopman, tevens Kapitein en 'scherprechter' van de handboogschutterij. Hij woonde "in den Hulck" op de Vijgendam (de huidige Dam). De tentoonstelling volgt de Amsterdamse lokaties waar Rijckertsz' nazaten zich in volgende eeuwen vestigden.

Na lange tijd in het centrum te hebben bewoond, treffen we de familie in de vroege twintigste eeuw aan in de DaCostastraat. Frans Peters en Hendrika Johanna Wijchers (getrouwd in 1897) verhuizen vandaar onder meer naar de Pijp en de Indische buurt. In 1907 vestigt het echtpaar zich in Muiderberg, waarmee een einde komt aan een eeuwenlange familietraditie.

Hoewel "Vier eeuwen Amsterdamse buurten in kaart' weer eens bewijst hoe onterecht het epitethon "stoffig" is dat vaak aan archiefstukken wordt toegekend, heeft de tentoonstelling wel degelijk behoefte aan een leidraad. Iets moet het materiaal (overwegend zwart-wit en eendimensionaal) leven inblazen. De familie-genealogie voldoet daaraan maar mondjesmaat, eenvoudigweg omdat het lot van die anonieme familie ons niet zo veel kan schelen. Het Amsterdamse publiek dat met priemende vinger de kaarten staat af te speuren geeft blijk van een andere interesse: men probeert de eigen woning te traceren.