"Elke maatschappij moet leven met zijn gekken'

AMSTERDAM, 25 MAART. In een emotionele tocht trokken gisteravond de familieleden en de buren van het twaalfjarige Turkse meisje dat dinsdag werd vermoord in de Amsterdamse Vrolikstraat naar het stadsdeelkantoor Zeeburg. “We willen voorkomen dat dit ooit nog gebeurt”, zei de broer van het meisje. Op weg naar school was ze door een buurman met een tafelpoot tegen de stoep werd geslagen. De man stond bij de politie bekend als een "verwarde buurtbewoner'. Geluidsoverlast, schreeuwen op straat, een verwaarloosd huis zonder gas of electra. Een Marokkaanse buurvrouw vertelt hoe ze eens door hem in het gezicht werd geslagen. Toen ze de politie belde kwamen die niet. “Ze vroegen of er bloed was. Maar ik had geen bloed. Nu is er wel bloed. Maar wat heb je aan bloed als je dood bent?”, vraagt de vrouw.

De angst en de woede die deze schijnbaar zinloze moord door een "gek' in Amsterdam zijn losgemaakt, werd gisteravond door burgemeester Van Thijn meteen opgepakt. “Mensen die door hun omgeving als een bedreiging worden gezien moeten eerder in bewaring kunnen worden gesteld”, aldus Van Thijn.

“Ik heb geen flauw idee hoe Van Thijn dat voor zich ziet”, zegt de Amsterdamse psychiater L. van der Post. Hij is hoofd van de crisisdienst van de RIAGG centrum-oudwest. Dagelijks worden hij en zijn medewerkers erbij gehaald als verwarde, gekke, psychotische mensen huisraad naar buiten gooien, hun polsen doorsnijden of tieren tegen de buren, familie en de hemel. In zijn 22-jarige carrière als psychiater heeft Van der Post het één keer meegemaakt dat een patiënt een moord pleegde. “En in dat geval was het te betwijfelen of de moord ook niet zou zijn gepleegd als de vrouw nét verward was.” Er wordt gedreigd, gescholden en gesmeten met voorwerpen. “Maar zelden komt het voor dat een patiënt fysiek geweld tegen zijn medemens gebruikt.”

Een van de meest hardnekkige misverstanden die er bestaan, zegt Van der Post, is de veronderstelling dat psychiatrische patiënten kwaadaardiger of agressiever zouden zijn dan de gemiddelde burger. “Uit alle onderzoeken van de afgelopen twintig jaar blijkt het tegendeel. Psychiatrische patiënten zijn niet gevaarlijker. Waar het om gaat is de reactie die een agressieve daad van hen in ons oproept. De moord in de Vrolikstraat is zo verschrikkelijk, omdat we hem niet kunnen begrijpen. Zomaar, opeens is er die moord. En we weten niet waaròm. Dat maakt ons razend en wanhopig. Want we kunnen ons er niet tegen beschermen. Als een kind door een dronken automobilist was overreden, of een volwassene door een junk was geslagen en beroofd, dan konden we er iets van begrjpen. Er was een motief. Maar juist omdat dit zo zinloos en irrationeel is roept het de meest elementaire angsten in ons op.”

De mensen in de Vrolikstraat zeggen dat dit voorkomen had kunnen worden als gemeente, de politie en de psychiater eerder hadden ingegrepen. Eigenlijk zegt Van Thijn dat ook.

“Het klinkt heel hard. Maar de bittere waarheid is dat noch de politie, noch de gemeente noch wij ooit kunnen voorkomen dat er in een stad dit soort dingen gebeurt. Simpelweg omdat de psychiatrie niet in staat is betrouw te voorspellen wanneer iemand gevaarlijk wordt. De familie en de buren zeggen: die man had allang opgenomen moeten worden. En het is logisch dat ze dat zeggen. Maar de vraag is of we dit van tevoren konden weten? Het antwoord is neen. De psychiatrie heeft geen karaktertests op basis waarvan je kunt voorspellen of en wanneer iemand iets gaat doen. Dat zou mooi zijn, maar zo is het niet.”

Maar moeten mensen niet veel vaker en eerder worden opgenomen?

“In Amsterdam zijn er 7.000 en misschien wel 10.000 structureel verwarde, psychotische mensen. Daarnaast is er nog een groep die bij vlagen over hun toeren raken omdat ze alcohol of drugs gebruiken. Het zou prettig zijn als we al deze mensen konden helpen. Als we tegen hun wanhopige familieleden konden zeggen, we sluiten uw zoon of dochter een tijdje op en dan komt het goed. Maar zo is het niet. In Amsterdam geven we jaarlijks 220 krankzinnigheidsverklaringen uit. In sommige gevallen helpt het. Maar in andere gevallen helemaal niet.

“Het is een afschuwelijk gezicht mensen met blote voeten en ontstoken tenen over straat te zien lopen. Het liefst zouden we dat niet zien, natuurlijk. Maar helpt het als we al die mensen opsluiten? Het helpt niet tegen geweld en het verlicht ook niet altijd het lijden. Elke maatschappij heeft zijn gekken, zijn verwarden en zijn psychotici. Dat is een vast wetenschappelijk gegeven waar we mee moeten leven. Als u dan de vraag wilt stellen: moeten we uit preventieve overwegingen niet al onze gekken opsluiten, dan is dat een zeer zware en politieke discussie over vrijheid en mensenrechten.”