Eindelijk is het gen voor de ziekte van Huntington gevonden

Na 10 jaar intensief zoeken is het gen voor de ziekte van Huntington gevonden. Het gen was bekend onder de codenaam IT15 en codeert voor een eiwit dat de naam Huntingtine heeft gekregen. Het eiwit was nog niet eerder gevonden en een biologische functie was onbekend.

Niet bekend

De ziekte van Huntington komt meestal pas tot uiting tussen het 35ste en 45ste levensjaar. Hersencellen in de hersenschors en in de basale ganglia worden versneld afgebroken. In de basale ganglia, die diep in de hersenen liggen, worden de spierbewegingen gecoördineerd. De patiënt krijgt meestal het eerst last van kleine ongecontroleerde bewegingen, lijkend op tics. Na verloop van tijd worden het ruwe, doelloze bewegingen van lichaamsdelen. De patiënt loopt met een dronkemansgang, kan slecht op een stoel blijven zitten, krijgt spraak- en slikproblemen, stoot zich vaak en valt dikwijls. Daarnaast kunnen er verstandelijke en psychische problemen ontstaan: woedeuitbarstingen, depressie, manie, achtervolgingswanen en psychosen. De dood komt een jaar of tien, twintig na de diagnose.

De ziekte erft dominant over. De helft van de nakomelingen heeft statistisch gesproken de ziekte. Omdat de ziekte pas tot uiting komt als de drager van een aangedaan gen zich al heeft voorgeplant is de aandoening vaak tot generaties terug te traceren en is men binnen de families al min of meer vertrouwd met de aandoening.

De Amerikaanse en Engelse onderzoeksgroepen die in 1984 gezamenlijk de speurtocht naar het gen begonnen hebben nu 75 families waarin Huntington wordt overgeërfd onderzocht en in alle gevallen kwam dezelfde fout in het gen voor. Op een bepaalde plaats in het gen komt een volgorde van drie nuclenezuren repeterend voor. In gezonde mensen repeteert dat trio nuclenezuren 11 tot 34 keer, maar dragers van het ziekmakende gen hebben 42 of meer repetities, schrijven de onderzoekers in laatste nummer van het tijdschrift Cell.

Deze repeterende trio's nuclenezuren zijn de laatste paar jaar ook als veroorzaker van de erfelijke ziekten fragiele-X-syndroom, amyotrofe lateraalsclerose (ALS) en neurofibromatose ontdekt. De functie van deze repeterende trio's is nog onduidelijk. Ze zijn onderdeel van introns, de niet voor een eiwit coderende stukken DNA in een gen.

Inmiddels zijn er ook twee families gevonden waarin niet de repeterende trio's verantwoordelijk zijn voor de ziekte maar waar een jumping gene zich in het Huntington-gen heeft gedrongen (Nature, 25 maart).

De vondst van het gen heeft geen directe consequenties voor de patiënten en hun families. Het erfelijkheidsonderzoek kan misschien nog iets nauwkeuriger worden doordat er een DNA-probe beschikbaar komt die de meestvoorkomende afwijking zelf detecteert, terwijl er nu merkers worden gebruikt die vlakbij of op het gen binden.

Het belangrijkste resultaat is dat nu het eiwit beschikbaar komt waarvoor het gen codeert en dat de speurtocht naar de functie van dat eiwit kan beginnen.