Eerste patiënt met tijdelijk kunsthart

ROTTERDAM, 25 MAART. In het Academisch Ziekenhuis in Utrecht heeft een vrouw die wachtte op een donorhart op 14 maart een tijdelijk kunsthart geïmplanteerd gekregen. Ze maakt het nu redelijk.

De patiënte kreeg het kunsthart omdat haar toestand ernstig verslechterde en er geen donorhart beschikbaar was. Het kunsthart ligt in de buikholte en heeft alleen de functie van de linker harthelft overgenomen. Het pompt zuurstofrijk bloed naar de grote lichaamsslagader. De rechterkamer, die bloed naar de longen pompen en die wat minder werk hoeven te verzetten, functioneren zelf.

De energievoorziening van het kunsthart bevindt zich buiten de patiënt. De bedoeling is dat patiënten met dit kunsthart opgenomen blijven in het ziekenhuis, maar als hun toestand wat verbetert kunnen ze lopen waarbij ze de motor op een karretje mee moeten rijden. Het kunsthart kan de pompfunctie tijdelijk, maar eventueel langer dan een jaar overnemen. Het kunsthart wordt pneumatisch aangedreven met een luchtstroom vanuit de motor.

Het AZU verricht jaarlijks 20 à 25 harttransplantaties. Het AZU is samen met het Academisch Ziekenhuis Groningen een van de twee harttransplantatiecentra in Nederland. Het andere centrum is een Leids-Rotterdamse combinatie.

Er bestaat altijd een wachtlijst voor transplantaties van hoogstens enkele tientallen patiënten. Op 1 december 1992 stonden er 21 patiënten op de nationaal bijgehouden wachtlijst. Van de wachtende patiënten overlijdt volgens het AZU 15 tot 30 procent. Dat gebeurt vaak doordat de hartfunctie verder verslechtert, waardoor andere organen niet meer voldoende bloed krijgen en fatale schade oplopen.

In Utrecht zou drie- of viermaal per jaar een tijdelijk kunsthart uitkomst kunnen bieden. De operatie kost 25.000 gulden, het kunsthart 35.000 gulden en de vaker bruikbare motor 380.000 gulden. Het kunsthart wordt gefinancierd uit het totale budget voor harttransplantaties.

De Utrechtse groep werkt met een rapportageplicht aan de Amerikaanse Food and Drug Administration. In de VS levert een aantal fabrikanten kunstharten voor overbruggingsgebruik. De experimenten zijn eind vorig decennium begonnen nadat begin jaren tachtig was gebleken dat een permanent kunsthart het slechter deed dan een donorhart.

In 1985 werd een nieuw Jarvik-ontwerp gebruikt als overbrugging naar een donorhart. In 1990 werd dit hart door de Amerikaanse food and Drug Administration (FDA) vrijwel verboden vanwege technische problemen. De fabrikant van de Jarvik-harten stopte in 1991 de produktie.

Het kunsthart dat nu in Utrecht wordt gebruikt is de Heartmate van Thermo Cardiosystems Inc. Begin dit jaar kregen twee andere fabrikanten van de FDA toestemming om weer met kunstharten te experimenteren.