Een ernstige zaak (2)

Kort geleden keurde de Kamer Wallage's plannen voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs goed. De plannen, deels verstandig en deels ijzingwekkend, zullen het onderwijs op zijn kop zetten. Hier worden de plannen besproken en waar nodig gekraakt.

Na '96 moet de leerling in de derde klas één van vier doorstroomprofielen kiezen. Keuze van pretpakketten is dan niet meer mogelijk. Invoering van profielen moet de aansluiting van HAVO en VWO op HBO en universiteit verbeteren. Kletskoek. Niet de pretpakketten hebben aansluitingsproblemen. De pretpakketten gaan naar Schoevers. Beginnende studenten op de HTS en de TU hebben aansluitingsproblemen. Zelfs het zwaarste pakket, met in ieder geval wiskunde b en natuurkunde, schiet nog tekort voor een probleemloze overstap. Zware vakkenpakketten stemmen overeen met het toekomstige "natuurkunde en techniek' profiel. (Lees Dieteren en Van Dijk in Didaktief, 2/'92). Een zelfde redenering geldt voor de overstap naar HEAO en de studie economie. Kiest een leerling straks zo'n profiel dan is het aansluitingsprobleem nog net zo groot.

Conclusie 1: De profilering verbetert de aansluiting met het tertiair onderwijs niet.

Ieder doorstroomprofiel bestaat voor 40% uit een algemeen verplicht deel, het profiel-specifieke deel (30%) en het vrije-keuze deel (ook 30%). Het algemeen verplichte deel zal voor driekwart deel worden besteed aan reguliere vakken. Dat komt overeen met 9 lesuren per week. De strijd om deze lesruimte is inmiddels losgebrand.

Opsplitsen in "deelvakken' maakt het mogelijk een deel van een vak aan alle leerlingen aan te bieden en een ander deel profiel-specifiek te maken. Zo zal iedere leerling in het algemeen verplichte deel taalvaardigheid Engels krijgen, maar Engelse literatuur zal alleen behandeld worden in het profiel-specifieke deel van het profiel "cultuur en maatschappij'. (N.B.: Engelse literatuur kan ook gekozen worden in de vrije 30%. Ja, gut, ik leg het maar een beetje uit. Het stond al in de krant, maar het is nogal ingewikkeld.)

Voorgesteld worden 8 deelvakken in de 9 uur lestijd per week van het algemeen verplichte deel. Eén uur per vak per week: dat is net zo effectief als fitness op een tekstverwerker. De oplossing hiervoor: clustering, projectondewijs en vakoverstijgende leereenheden. Van die dingen. Misschien modules? In het eerste semester van 4h Duits und weiter nichts? Deelvakken is een wanconstruct.

Conclusie 2: Het invoeren van deelvakken leidt tot versnippering.

De volgende vakken worden voorgesteld voor het algemeen verplichte deel: Nederlands - maatschappijleer - lichamelijke oefening - kwantitatieve informatieverwerking - Europese cultuurgeschiedenis - taalvaardigheid van de moderne vreemde talen.

Ergerniswekkend. Het is zonneklaar dat er een principieel verschil bestaat tussen het belang van enerzijds Engels, anderzijds alle andere vreemde talen. Engels is lingua franca wereldwijd. Iedereen met enig ontwikkelingsniveau heeft Engels nodig. Dat geldt niet voor Frans en Duits. Bedenk: er moet gekozen worden. De tijd, besteed aan Frans en Duits, gaat ten koste van bijvoorbeeld Nederlands. (zie Kohnstamm, NRC H van 25/2).

Hier geef ik een privé voorkeur: Nederlands - Engels - lichamelijke oefening - kunstzinnige vorming (omdat de jonge mens zich op zoveel mogelijke manieren moet leren uit te drukken) - science (omdat de wetenschappelijke methode de grondslag is bij verdere studie). Maar inderdaad, natuurlijk, geschiedenis is van belang, en maatschappijleer ook. Techniek, filosofie, en nog wel tien andere vakken: ze zouden er wat van moeten weten.

Conclusie 3: Frans en Duits horen niet in het algemeen verplichte deel van de profielen. Een evenwichtige samenstelling met een beperkt aantal vakken is niet goed mogelijk.

Ach, konden we ze maar tot hun dertigste op school houden. Maar alleen als ze net zo argeloos en mooi blijven als met zeventien.