"Een e-mailtje is zo gestuurd'

De academische wereld begint op een global village te lijken. Dankzij Internet, een soort Esperanto voor computernetwerken, kunnen studenten en docenten uit 117 landen nu elektronisch met elkaar praten.

"Het Internet bestaat niet'', zegt R. Jansz, netwerkbeheerder bij de Groningse universiteit. ""Het is geen tastbaar geheel, geen organisatie, meer een samenraapsel van initiatieven.'' Hoe het ook zij, met behulp van Internet kunnen een miljoen computers uit 117 landen nu met elkaar praten. Internet heeft de reeds bestaande computernetwerken aan elkaar geknoopt. Tientallen miljoenen gebruikers, voornamelijk wetenschappers en studenten, kunnen nu met scherm en toetsenbord met elkaar communiceren.

Ze gebruiken Internet om elkaar berichten sturen, het dagmenu van de mensa te bekijken of catalogi te raadplegen. Een op de computer getikt briefje gaat na een druk op de knop even makkelijk naar de collega in de kamer ernaast als naar een docent aan de universiteit van New Delhi. De catalogus van de Library of Congress in Washington is even bereikbaar als die in de eigen stad.

Aan de rand van Groningen, waar de vlakke velden naar de Waddenzee beginnen, ligt het Zernikecomplex van de Universiteit van Groningen. Het daar gelegen rekencentrum zorgt voor de verbinding van het plaatselijke netwerk met de rest van de wereld. Jansz is bij het centrum verantwoordelijk voor de netwerkaansluitingen. Internet functioneert, zegt Jansz, maar zonder bindende afspraken of een verantwoordelijke instantie. Daarom hadden Jansz en ook de inter-universitaire netwerkorganisatie Surfnet eigenlijk liever willen wachten op de definitieve standaard, waar de PTT's nu al vele jaren aan werken. Jansz verwacht niet dat die er deze eeuw nog komt en heeft daar nu eigenlijk wel vrede mee. Na enig aandringen van de gebruikers ging Surfnet in 1989 open voor het Internet en tegenwoordig gaat vrijwel al het universitaire dataverkeer door dat kanaal.

De PC van Jansz piept. Op het scherm ziet hij dat Gea hem een bericht, een email (van electronic mail), heeft gestuurd. ""Meteen maar even kijken.'' Als hij haar briefje gelezen heeft, gaat er automatisch een ontvangstbevestiging naar Gea. ""Contact via email is makkelijk, soms wel te makkelijk. Het is er meteen. Als je geëmotioneerd reageert kan het vervelend zijn - er is geen kans meer het bericht terug te halen. En je kunt moeilijk nuances aanbrengen. Email is keihard. Bij mensen die net beginnen zie je vaak dat ze ruzie krijgen.''

Er zijn wel spelregels ("netiquette') maar afdwingen gaat moeilijk in deze vrije wereld. De enige die iets kan doen, is de postmaster, die voor de rest van de wereld aanspreekpunt is. Na klachten vraagt hij de wangebruiker zich beter te gedragen en als dat niet baat, ontneemt hij hem desnoods de toegang tot het net.

Jansz wil binnenkort in een elektronische vergadering met collega's van andere Europese universiteiten overleggen over lesgeven via Internet. Met emailtjes zoekt hij een dag waarop iedereen tijd heeft om snel te reageren. Dergelijke ontmoetingen vinden overal plaats. Ze kunnen heel chaotisch verlopen, maar dat is niet anders bij lijfelijk vergaderen, zegt Jansz. Meestal is er wel een deelnemer die de discussie stuurt.

In het net ontstaan voortdurend groepen die elektronische gesprekken over een onderwerp voeren. Sommige doen dat al jaren, met tussen de wisselende deelnemers een handvol diehards. Jansz laat op zijn scherm gespreksgroepen over Bob Dylan en surfen zien. Het is niet duidelijk waar die zich in de werkelijke wereld bevinden - de deelnemers komen uit alle landen.

Snelwegen

Tienduizenden netwerken en 1,2 miljoen computers vol informatie, verbonden langs snelwegen waar weer kleinere wegen op uitkomen en die je vanaf je werkplek of thuis kunt volgen. Maar hoe weet je waar je de computer moet zoeken die de volledige tekst van Dantes Divina Comedia bevat? (Dartmouth College, VS) of een databank met informatie over het gat in de ozonlaag? Daar zijn oplossingen voor in de vorm van indexprogramma's. Een van die navigators heet Gopher. Gopher rubriceert informatie en wijst de weg. De gezochte hoog-gespecialiseerde kennis over deeltjesfysica blijkt de universiteit van Helsinki te bezitten. Twee toetsaanslagen later ben je in Finland. Daar vind je een verwijzing naar een universiteit in Minnesota, en enkele seconden later ben je aan de andere kant van de oceaan. Geografische grenzen vervagen in cyberspace.

Een nieuwe generatie navigators stelt alle computers op het Internet voor als één denkbeeldige computer. Gevraagd naar informatie over aardappelteelt in tropische landen, geeft dat type een lijst bronnen over dat onderwerp op het scherm. Het is niet te zien, maar het ene artikel kan afkomstig zijn uit Cairo, een tweede uit Bogata en een ander uit Wageningen. De teksten zijn vaak direct te lezen. Ook voor de eenzame landbouwingenieur achter zijn PC in Kenia. Er zijn databanken waar de volledige teksten van wetenschappelijke artikelen in zitten, anderen bevatten abstracts (samenvattingen). De volledige tekst moet in zo'n geval uit een tijdschrift in de bibliotheek komen. Soms kan de tekst bij de databank meteen worden besteld. Een deel van de databanken kan kosteloos worden geraadpleegd, voor andere wordt een vergoeding gevraagd. Er zijn ook puur elektronische tijdschriften zoals bijvoorbeeld Current Clinical Trials, waarvan de abstracts in The Lancet verschijnen.

Letterenfaculteit

In de Groningse binnenstad zetelt de letterenfaculteit in en rond het oude Harmonie-theater. Vrijwel alle 400 medewerkers hebben inmiddels een PC met aansluiting op het lokale netwerk, dat verbonden is met het RUG-net, dat via Surfnet verbinding heeft met Internet. De 3.800 studenten moeten het nog met 35 PC's in de practicazalen doen. Dank zij een subsidie van Surfnet (3 ton), aangevuld met een zelfde bedrag van de universiteit, komen er deze maand 90 schermen bij. Er wordt bij het Groningse rekencentrum gewerkt aan toegang tot het net voor studenten met een PC thuis. In Nijmegen en Wageningen kan dat al op kleine schaal, maar in Groningen zoekt het rekencentrum nog naar een goede beveiliging tegen hackers.

M. Kas, docent semantiek bij de vakgroep Nederlands, verstuurde drie jaar geleden zijn eerste email. Nu is het dagelijkse praktijk. Ook vanaf zijn PC thuis heeft hij toegang tot het netwerk. ""Ik gebruik email om zaken te regelen, vragen te stellen. Het soort dingen dat je vroeger per post deed, alleen gaat dit veel sneller. Een emailtje is zo gestuurd.''

Kas is geabonneeerd op enkele discussiegroepen, waarvan de Linguist list voor hem de belangrijkste is. Die lijst bestaat uit 3.100 taalkundigen die elkaar op de hoogte houden van ontwikkelingen. Niet iedereen is even actief en de meerderheid beperkt zich tot het lezen van wat anderen schrijven. Als een deelnemer een bericht stuurt naar de lijst, krijgen alle abonnees een kopietje. Dagelijks zijn dat voor Kas tussen de 80 en 120 berichtjes. De Linguist list is een van de zogenoemde moderated groepen, waar een vorm van selectie bestaat. Kas laat de recente bijdragen zien. Hij wijst op een correspondent. ""Dat is een beroemde taalkundige.'' De meeste beroemdheden werken onder een schuilnaam, om te voorkomen dat ze overstelpt worden met post.

Kas werkt via Internet aan een artikel - met een Groninger die in Los Angelos woont. ""Ik had hem een eerste versie gestuurd en daar had hij zo veel commentaar op, dat we het nu samen doen en dat betekent voortdurend heen en weer sturen.'' Hij heeft regelmatig informatie nodig van het P.J. Meertens institituut voor dialectologie in Amsterdam, waar ze geen email hebben. Dat moet dus met de gewone post, snail mail in het jargon.

A. van Berkel is docent bij de Groningse vakgroep Taal en communicatie en onderzoeker bij het Centre for Language and Cognition. ""Internet is belangrijk voor mijn werk, maar het omgaan met zo'n informatiebron vereist wel discipline. Om niet bedolven te worden onder de informatie, heb ik een aantal discussiegroepen geselecteerd.'' Hij roemt de mogelijkheid van gedachtenuitwisselingen die met traditionele middelen nooit tot stand hadden kunnen komen. ""Toevallig heb ik net contact gezocht met een semanticus van de Cuny Univerity - ik heb geen idee waar dat ligt - die zich bezighoudt met computers en taal. Ik ga hem uitnodigen voor en elektronisch college.''

Vandaag staat tussen Van Berkels berichten de vraag of hij vindt dat er een discussiegroep over Victoriaanse studies moet worden gevormd. Hij vindt van niet, dus gooit hij het verzoek weg. Als de initiatiefnemer onvoldoende stemmen verzamelt, wordt de groep niet gevormd. Dat is een van die vrije aspecten van het net. Er bestaan volgens de laatste opgave 2.050 openbare groepen.

""Het is ook fantastisch om met docenten van verschillende universiteiten een syllabus te maken en colleges te geven,'' zegt Van Berkel. ""Je verstuurt het materiaal, met de vragen en opdrachten en de studenten geven hun antwoorden per email. De bespreking stuur je naar een groepsadres, zodat ze allemaal een kopie krijgen. Bij sommigen ga je in een privébericht dieper op hun werk in.''

Voor Van Berkels studenten is de comgrads-groep aantrekkelijk, waar zo'n 34.000 studenten communicatiewetenschappen aan meedoen. De meeste kijken alleen maar, er zijn 10 tot 20 nieuwe berichten per dag. Er worden scripties uitgewisseld, stageplaatsen geregeld en triviale zaken besproken.

Al Gore

""Nieuwe technologiën die de mogelijkheid vergroten informatie te scheppen en te begrijpen hebben altijd tot ingrijpende veranderingen in de cultuur geleid,'' schreef Al Gore twee jaar geleden in Scientific American. ""We hebben pakhuizen vol informatie die ongebruikt ligt te rotten terwijl wezenlijke vragen onbeantwoord blijven.'' Gore is nu vice president en de Amerikaanse regering maakte onlangs bekend dat de bijdrage aan de aanleg van netwerken niet door bezuigingen zal worden getroffen.

Eind januari maakte Gore het Witte Huis bereikbaar voor email. Dat nieuws verspreidde zich razendsnel over Amerika en de rest van de wereld. President Clinton werd bedolven onder zo'n stroom berichten dat de computer van het Witte Huis het begaf. De elektronische postbus ging dicht, maar de computer is inmiddels hersteld. Sinds vorige week is de president weer on line.