Een andere Hitler gezocht

Ambitieuze historici kunnen soms de verleiding niet weerstaan de geschiedenis op haar kop te zetten in de hoop dat er iets uitrolt dat algemene verbazing of verontwaardiging wekt. Succes is dan verzekerd en harde valuta doet de bankrekening zwellen. Politieke moordaanslagen en oorlogen vormen een "Fundgrube' voor de karikaturale aanpak: de moord op John F. Kennedy en het neerhalen van Flight KAL 007 zijn zo voorbeelden geworden van op de publieke fantasie inspelende winstgevende uitgeversprojecten.

De nieuwste vondst van deze soort is Churchill: The end of Glory door de Britse historicus John Charmley. De stelling van dit boek als zou de Britse oorlogsleider het Imperium hebben verspeeld door in 1940 een vredesaanbod van Adolf Hitler naast zich neer te hebben gelegd heeft al tot menige verontwaardigde reactie geleid. Was de Tweede Wereldoorlog dan niet een conflict tussen licht en duisternis geweest, een worsteling waarin Churchill en Groot-Brittannië de heldenrol hadden vervuld? Na het debâcle van "Duinkerken' maar zegevierend in de Battle of Britain hadden de Britten, geïnspireerd door de bloed-, zweet- en tranenrede van de eerste minister, de nazi-machine voor het eerst tot staan gebracht.

Maar verontwaardiging en woede weerleggen niets. Er is een heldere en geloofwaardige ontrafeling van de beweringen nodig. In de Amerikaan Edward Luttwak heeft Charmley ten slotte een overtuigende opponent gevonden. In vijf paragrafen, ondergebracht in een recensie in de London Review of Books, treft Luttwak Charmley's stelling in de kern.

De recensent begint met te erkennen dat de hoofdpersoon van oorlog hield. Ter bevestiging daarvan verwijst Luttwak naar Churchills openlijk beleden teleurstelling over de verschijning van kernwapens op het internationale toneel. Destijds werd aangenomen dat zij oorlog voorgoed onmogelijk hadden gemaakt. Ook acht hij het buiten twijfel dat Hitler aantrekkelijke vredesvoorstellen had gedaan, op voorwaarden die niet veel meer omvatten dan een herstel van de Duitse macht over de in de Eerste Wereldoorlog verloren gegane Duitse keizerlijke koloniën en Engelands loyale medewerking aan des Führers plannen voor Europa en de wereld.

Luttwak leidt zijn offensief in met een manoeuvre die een vlucht naar voren van de tegenstander blokkeert. Hij verwerpt de mogelijkheid dat Churchill al een afzonderlijke vrede had kunnen nastreven tussen september 1939 en juni 1940, de periode van de Spookachtige oorlog (de "Phoney war') tussen Frankrijk en Engeland enerzijds en de nazi's anderzijds na de ineenstorting van de Poolse strijdkrachten. Ten slotte was het Chamberlains (Churchills voorganger) unilaterale garantie geweest die na de Duitse invasie in Polen een oorlogsverklaring onvermijdelijk had gemaakt. Onder die omstandigheden kon de om zijn vechtlust befaamde Churchill zich niet vredelievender tonen dan de man van "peace in our time'. Dat zou Churchills politieke ondergang hebben betekend.

Dan volgt een omtrekkende beweging. Het is volgens Luttwak niet aannemelijk dat Churchill Engeland na 22 juni 1941 uit de oorlog had kunnen terugtrekken. De oorlog tussen de Sovjet-Unie en Duitsland zou na een afzonderlijke vrede van Londen met Berlijn zijn voortgezet, maar niet tot in het oneindige. In de termen van de recensent: de opeenvolging van Duitse nederlagen in de winter en Sovjet-nederlagen in de zomer zou op den duur tot een of andere uitkomst hebben geleid. Misschien zou Hitler, verlost van het Westfront, de betere kansen hebben gehad, maar wie ook als winnaar uit de strijd tevoorschijn zou zijn gekomen, zou zich als heerser in continentaal Europa hebben gevestigd. In die toestand zou Brittannië geheel geïsoleerd zijn geweest en volstrekt afhankelijk van Hitlers Duitsland of Stalins Sovjet-Unie. De zegevierende mogendheid zou vervolgens de vrije hand hebben gehad bij de opbouw van zijn zeestrijdkrachten. Het verloren gaan van Engelands maritieme veiligheid zou dan nog een kwestie van tijd zijn geweest. Brittannië zou op zijn best een vazalstatus hebben gekregen, het Britse Imperium zou verloren zijn gegaan.

Luttwak consolideert eerst zijn terreinwinst alvorens de hoofdaanval in te zetten. Brittannië kon zich zeker na 7 december 1941 niet meer zonder kleerscheuren uit de oorlog terugtrekken, de dag waarop Japan de Verenigde Staten dan toch nog tot deelname aan de strijd had geforceerd. Ook zonder Engeland zouden de Amerikanen en Russen de Duitsers en Japanners op de knieën hebben gebracht. Indien, meent Luttwak, de Amerikanen geen gebruik hadden kunnen maken van bases in Groot-Brittannië en daardoor geen invasie op het continent hadden kunnen uitvoeren, hadden zij Duitsland verslagen met behulp van kernbommen. Een Brittannië dat zichzelf zou hebben geneutraliseerd, zou na de Duitse nederlaag onmachtig, geïsoleerd en zonder betekenis zijn geweest.

Luttwak concludeert dat Charmleys these als zouden de Britten zonder Churchill hun Imperium hebben kunnen behouden noodzakelijkerwijs rust op de veronderstelling dat Engeland zich met succes en door middel van een afzonderlijke vrede had kunnen terugtrekken uit wat de recensent de Brits-Duitse oorlog van juni 1940 tot juni 1941 noemt. Maar Hitler had dan, om de eerder geschetste scenario's te vermijden, moeten afzien van oorlog met de Sovjet-Unie en met de VS. Anders gezegd, om het Imperium te kunnen behouden had Engeland een vredelievende Hitler nodig gehad. En in de gedocumenteerde geschiedschrijving komt die niet voor. Sterker, Hitler heeft het Chamberlain ernstig kwalijk genomen dat deze hem in 1938 Sudetenland op een presenteerblaadje had aangeboden. De door de Führer innig gewenste oorlog met Tsjechoslowakije kon daardoor geen doorgang vinden en de vrede, die Hitler verafschuwde, scheen voor geruime tijd gevestigd.

Charmley's onderstreping van Hitlers verlangen in 1940 naar vrede met Groot-Brittannië is niet zonder grond. De Führer had op sentimenteel-racistische gronden een zwak voor Engeland. (De capitulatie van Singapore tegenover Japan anderhalf jaar later trof hem om die reden onaangenaam.) Bovendien wenste Hitler bij de afrekening met de Sovjets ontslagen te zijn van de verplichting op twee fronten tegelijk oorlog te voeren. Ter ondersteuning van een nog op te bouwen positie van Duitsland als wereldmacht tegenover Amerika hoopte hij bovendien voor later op de Britten, maar dan wel in de rol van "junior-partner'.

Voor die optie heeft Churchill in een vroeg stadium bedankt, en met hem het Britse volk. Charmley's verwijt treft dan ook meer mensen dan Churchill alleen.