Duitsland moet sterk fundamenteel onderzoek houden

In Duitsland moet een redelijk deel van het nationaal inkomen besteed worden aan fundamenteel onderzoek.

Dat is een van de belangrijkste aanbevelingen die gedaan worden in een onlangs verschenen publicatie van de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG), de grootste organisatie voor de bevordering van de wetenschap in Duitsland. In deze publicatie, Perspektiven der Forschung und ihrer Förderung (VCH Verlagsgesellschaft, Weinheim), worden de ontwikkelingen op wetenschappelijke gebied doorgelicht en wordt vooruit gekeken tot het jaar 1996.

Duitsland staat wat zijn wetenschappelijk potentieel betreft mondiaal op de derde plaats: na de Verenigde Staten en Japan. De samenstellers van het rapport vrezen echter dat deze positie zal worden aangetast wanneer de voorzieningen voor wetenschappelijk onderzoek onder de nu heersende economische druk op hetzelfde niveau blijven staan of mogelijk zelfs worden teruggeschroefd. Ook de langere studietijden aan universiteiten en hogescholen baren zorg, evenals het feit dat in de Oostduitse deelstaten het onderzoek voor het grootste deel plaatsvindt buiten de universitaire instellingen. En deze laatste situatie zal slechts langzaam kunnen veranderen.

De president van de DFG, Wolfgang Frühwald, wees tijdens de presentatie van het rapport in Bonn op het gevaar van de algemene trend om bij fundamenteel wetenschappelijk onderzoek meer de nadruk te gaan leggen op het produkt dan op de kennis. Fundamenteel onderzoek is tegenwoordig vaak al wat toepassingsgericht, maar zou beslist onafhankelijk van praktijkbelangen moeten blijven. Dit zou vooral moeten gelden voor onderzoek op het gebied van de moleculaire biologie, de computertechnologie en de neurowetenschappen, die volgens Frühwald zelfs "een omwenteling in het mensbeeld' zouden kunnen inleiden.

De auteurs van het rapport wijzen ook op het probleem van de toenemende reglementering van het onderzoek. De talrijke wettelijke en andersoortige voorschriften, zoals veiligheidsvoorschriften tijdens het verrichten van experimenten, veroorzaken een ongewenste inperking van het onderzoek. Door deze toenemende reglementering zou een deel van het onderzoek "onnodig worden gehinderd', waardoor het tevens een bedreiging vormt voor de wetenschappelijke positie van Duitsland in de wereld.