Dominee Beyers Naudé: symbool van de goede blanke

Werelden: Afrikaner buiten de kraal, Ned. 1, 22.20-23.12u.

De strijd tegen het blanke apartheidsbewind in Zuid-Afrika nam in Nederland soms een bijna religieus karakter aan. Het lag dan ook voor de hand dat velen binnen de anti-apartheidsbeweging een speciale verering koesteren voor de Zuidafrikaanse dominee Beyers Naudé als symbool van de goede blanke die het opnam tegen het verwerpelijke racistische regime. Vanavond eert de IKON, die de Nederlandse kijker altijd graag het goede en het kwade in de wereld wijst, de inmiddels 77-jarige dominee met een speciaal programma.

We horen hoe Beyers Naudé, die was grootgebracht in het besef dat de blanken vanzelfsprekend superieur waren aan de zwarten, geleidelijk aan een catharsis onderging en het racistische gedachtengoed van zich afschudde. Zeer geleidelijk poogde hij zijn instelling te wijzigen, een moeizaam proces want de “racistische wortels waren diep gegroeid in mijn gehele wezen”. Vooral het bloedbad van Sharpeville in 1960 sterkte hem in zijn opvatting dat de zwarten diep onrecht werd aangedaan. Maar zelfs nu nog, zo bekent Beyers Naudé, is hij er niet zeker van dat hij werkelijk totaal vrij is van alle racisme.

Het programma volgt verder in min of meer chronologische volgorde het conflict dat zich ontwikkelde tussen Beyers Naudé en de Nederduitse Gereformeerde Kerken, nadat de gedreven dominee begin jaren zestig openlijk kritiek was gaan uitoefenen op het systeem van de apartheid. Beyers Naudé vertelt hoe hij werd gedwongen om zijn ambt van predikant neer te leggen en hoe hij op dramatische wijze zijn toga aflegde in zijn kerk. Zijn vrouw Ilse en hij waren zich ervan bewust dat op dat moment de toegang tot het milieu waarin ze hadden geleefd onherroepelijk was afgesloten.

Tot in 1977 zette Beyers Naudé zijn werkzaamheden zo goed en zo kwaad als dat ging voort op het Christelijk Instituut, maar op bevel van de regering werd dat gesloten. Van toen af begon een periode van grote kwellingen. Op grond van een "banning order' werd het hem onmogelijk gemaakt om meer dan één persoon tegelijk te ontmoeten. Samen met zijn vrouw op bezoek gaan bij vrienden was voortaan verboden. Overmand door depressieve gevoelens overwoog hij naar het buitenland te vluchten. Zijn vrouw en zijn geloof weerhielden hem hiervan.

Anders dan zijn vrouw die de blanke gereformeerde kerk trouw bleef, voelde Beyers Naudé zich daar niet meer op zijn gemak. Hij begon een kerk van de zwarte gemeenschap in de arme township Alexandra te bezoeken en werd daar tenslotte zelf predikant. Waarmee zijn "bekering' van blanke racist tot voorvechter van de rechten van de zwarte bevolking een nieuwe climax bereikte.

Dat de strijd tegen de apartheid met de formele afschaffing daarvan door de regering van president De Klerk ten einde is, gelooft Beyers Naudé allerminst. Volgens hem streven verscheidene leidende figuren binnen de regering er naar een “onzichtbare apartheid” te bewaren, die de blanke dominantie garandeert. Niettemin is hij ervan overtuigd dat ze in deze opzet op den duur niet zullen slagen omdat de zwarten hun rechtmatige democratische rechten zullen opeisen. Zolang dit doel echter niet bereikt is, zal Beyers Naudé zich met volle kracht hiervoor blijven inzetten. Op de vraag of hij nu niet eens zin heeft om van het leven te genieten, antwoordt Beyers Naudé op hem typerende wijze: “Hoe kan ik genieten van het leven in Zuid-Afrika als er zoveel pijn en hartzeer en droefheid en onrecht nog bestaan? Het spijt me, dat kan ik niet.”