Debatten in Groningen; Een postmodernist lacht om de waarheid

Wat is postmodernisme? Bestaat het überhaupt? Sommigen bestempelen het als de eerste stroming sinds de Romantiek met gevolgen voor zowel wetenschap als kunst, anderen beweren dat het inmiddels al dood is en weer anderen zeggen dat het nooit heeft bestaan.

Onder de titel "Waarheid...of toch maar liever schoonheid?' organiseert Studium Generale Groningen in de maanden maart en april een reeks lezingen waarin wordt onderzocht of het postmodernisme bestaat en zo ja, wat het inhoudt.

Met een "Museum van het postmodernisme' werd de lezingencyclus vorige week geopend. In acht zalen kwamen evenzovele aspecten van het postmodernisme aan bod: van beeldende kunst tot economie. Het leuke van het "museum' - dat na twee dagen weer verdween, want kunst moet je volgens de organisatoren niet te serieus nemen - is het pretentieloze. De makers suggereren niet een doorwrocht antwoord te geven op de vraag wat postmodernisme is. Integendeel, ze noemen hun museum een stoomcursus "Bluff your way in postmodernism': na een bezoek kun je op feestjes meebabbelen over "pomo', ongehinderd door kennis. Het museum pretendeert niets, maar is wel vrolijk en vermakelijk.

Het vluchtige museum is gevestigd in een neogotisch gebouw dat vroeger diende als univeristeits-laboratorium. In het wit gestoken gidsen leiden de bezoekers in groepen rond. "Vegers' letten op dat niemand verdwaalt, er in zijn eentje vandoor gaat of zich schuldig maakt aan ander "postmodern gedrag', dat de "museumdirecteur' bij binnenkomst heeft verboden. In niets lijkt dit op een traditioneel museum, het heeft meer weg van totaaltheater.

In de eerste zaal tonen twee oude, maar zeer postmoderne Grieken aan dat postmodernisme (zo het bestaat) van alle tijden is. Ze declameren teksten uit de tijd van Plato - in oud Grieks, dat door een doventolk wordt vertaald in gebarentaal. Gevraagd hoe oude Grieken iets met postmodernisme te maken zouden kunnen hebben, halen de organisatoren de Franse postmoderne filsoof Lyotard aan. Volgens Lyotard is het postmodernisme niet een aanduiding van een periode, maar van een mentaliteit. Zo kon zelfs in de tijd dat Plato op zoek was naar de eeuwige Waarheid van De Idee, een sofist als Protagoras verklaren dat er geen enkele objectieve waarheid bestaat.

Wel van deze tijd zijn de twee postmoderne politici die een "live-video' debat voeren, onder leiding van een verslaggever die het gesprek naar believen kan onderbreken en terugspoelen. Krampachtig probeert de gespreksleider het debat, dat toch al niet uitblinkt in welsprekendheid, te reduceren tot simpele statements. Een geslaagde parodie op de invloed van de media die politici dwingen tot kernachtige, liefst éénregelige, uitspraken.

De vrolijkste zaal is die van de beeldende kunst. In een voormalige collegelokaal galmt een zware stem dat kunst niet hoeft te voldoen aan het traditionele ideaal van de schoonheid, maar in de eerste plaats moet verbazen. Geen enkele stijl is de juiste en de grens tussen kunst en kitsch is zeer betrekkelijk, zo dondert de stem. Na de overrompelende inleiding, vult een orgeldeuntje de zaal. Een tiental postmoderne voorwerpen, uitgestald op de collegebanken, worden beurtelings verlicht door een ballet van lichtstralen. Nu eens zie je een "elektrische stoel' op vier lichtpeertjes, dan een bontgeschilderde boekenkast of een hyper-realistisch portret van een onooglijk hondje.

Geen moment van verveling in dit museum waar je van de ene postmoderne verrassing in de andere valt. Het museum is in feite een parodie op een parodie: het parodieert de ironie van een postmoderne kunstenaar als Jeff Koons die uitingen van massacultuur, zoals reclameposters, tot kunst verheft. Het knappe is dat dit op een speelse en geestige manier gebeurt, zonder dat het een moment flauw wordt. Serieuzer is de lezingencyclus waarin deskundige sprekers hun licht laten schijnen over postmodernisme en uiteenlopende disciplines: literatuur, filosofie, economie, politieke theorie, architectuur en beeldende kunst. De cyclus begint op 24 maart met een "debat bij kaarslicht'. Op de overige vijf bijeenkomsten - op 30 maart en 6, 15, 20 en 27 april - worden telkens een spreker en een tegenspreker aan het woord gelaten. De interpretaties over postmodernisme zullen uiteenlopen van de opvatting van de Amerikaanse architect C.A. Jencks, die meent dat postmodernisme een benaming is die gegeven wordt aan bepaalde verschijnselen, tot de mening van de historicus en filosoof prof. dr. F.R. Ankersmit, die grote overeenkomsten ziet tussen het postmodernisme en de Romantiek.

Een eenduidig antwoord op de vraag of er zoiets is als postmodernisme en zo ja, wat het dan is, geeft deze Studium Generale niet. Maar dat hindert niet, zou een postmodernist zeggen. Want (verondersteld dat hij bestaat) een postmodernist lacht om alle waarheden.

Lezingenserie "Waarheid ... of toch maar liever schoonheid?'

30 maart: "Postmodernisme en Literatuur' door prof. dr. T. Docherty (Trinity College, Dublin) en prof. dr. C. van Boheemen (UvA). 6 april: "Postmodernisme en politieke theorie' door prof. dr. F. Ankersmit (RUG) en mr. P. Kuypers (De Balie, Amsterdam). 15 april: "Postmodernisme en filosofie' door prof. dr. W.L. van Reijen (RUU) en prof. dr. M. van Nierop (RUL). 20 april: "Postmodernisme en economie' door prof. dr. D.W. Harvey (Oxford University) en dr. R. Visker (Katholieke Universiteit Leuven). 27 april: "Postmodernisme en architectuur/beeldende kunst' door C.A. Jencks (University of Califonrnia) en prof. ir. G. Daan (TU Delft).

Alle lezingen beginnen om 20.00u precies. Offerhauszaal, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen. Inl 050-635463. Syllabus ƒ 25,-