De klare beeldtaal van de schoolkunst

Met de eenprocentsregeling slaan de kunstbevorderaars twee vliegen in een klap. Leerlingen komen op jonge leeftijd met kunst in aanraking en de kunstenaars worden aan zinvol werk geholpen. Maar de regeling heeft zijn langste tijd gehad.

De bulldozers zijn nog maar net vertrokken. Waar eens het bakstenen schoolgebouw van het Buys Ballotcollege een baken in de wijk was, strekt zich nu een onbarmhartige kale vlakte uit.

In de noodbarakken een paar honderd meter verderop buigt de kunstcommissie van de school zich over de tekeningen van de nieuwbouw. De centrale ruimte met de halfronde glazen wand leent zich nog het best voor een kunstwerk, veronderstelt conrector Cees de Meester. "We denken aan iets ruimtelijks', legt hij uit, "iets waarmee de leerlingen een dialoog kunnen aangaan omdat ze het elke dag tegenkomen.' De leden van de commissie knikken instemmend.

De nieuwbouw van het Buys Ballotcollege (MAVO,HAVO en VWO) in Goes gaat alles bij elkaar twaalf miljoen gulden kosten. 1% van de kale bouwsom - feitelijk gaat het om 0,86% - is gereserveerd voor kunst en dat betekent dat de commissie ruim 90.000 gulden te besteden heeft. Een mooi bedrag, waar je mooie dingen van kunt doen. Maar hoe komen welwillende leken die de weg niet kennen tot een verantwoorde keuze? Hoe weten ze of een kunstwerk de tand des tijds zal doorstaan?

Met pen en papier in de aanslag zit de kunstcommissie klaar. Naast de schoolleiding, twee docenten en een bestuurslid zijn er ook twee leerlingen aanwezig. De eerste kunstenaar, Ellert Haitjema, komt binnen. Hij krijgt drie kwartier de tijd om zich te presenteren. Haitjema laat dia's zien van zijn werk en het kost hem zichtbaar moeite om duidelijk te maken wat hij ermee bedoelt te zeggen. Liefst zou hij de kunstwerken voor zichzelf laten spreken, maar hij weet ook wel dat je op die manier geen opdrachten in de wacht sleept. Zijn gehoor wil graag een verhaal.

Vooral mevrouw Vlag, het bestuurslid, fronst regelmatig de wenkbrauwen en als ze de kunstenaar vraagt: Waarom moet die gesluierde vrouw er op staan?' antwoordt hij dat er niets moet. "Dat is juist het leuke van mijn vak.' De sluier blijkt trouwens een waaier te zijn, maar, zo legt Haitjema vriendelijk uit, als mevrouw Vlag er een sluier in ziet dan heeft ze die vrijheid.

De volgende kunstenaar die mag solliciteren naar de opdracht is Marijke van Warmerdam. Ze laat een ontwerp zien van een alfabet dat net geen alfabet is, bedoeld voor de gevel van een basisschool. "Dat zou ik wel eens willen zien als het klaar is', roept docent Nederlands, Bram de Klerk, enthousiast uit. Ook het andere werk dat Van Warmerdam toont valt meteen in goede aarde bij de commissieleden. "Ze heeft een eenvoudige filosofie', zal rector Favier na afloop zeggen. "En ook zonder die filosofie is haar werk mooi.'

De laatste drie kwartier zijn voor Raoul Teulings, die in een overdonderend tempo college begint te geven over "de abstractie school', "de oorsprong van de kennis' en "de bemiddelende instantie van de taal". Hij legt meteen een voorstel voor een kunstwerk op tafel. Verbijsterde blikken om hem heen. Bij de nabespreking vraagt Robert-Jan Proos (4 HAVO) zich af of je het werk van Teulings wel kunt begrijpen zonder dat hij er zelf bij is: "Probeer dat ingewikkelde verhaal maar eens aan een eesteklasser uit te leggen.'

120 projecten

De drie kunstenaars die op het Buys Ballotcollege in Goes hun werk presenteren zijn geselecteerd door Emilie Feij, als kunsthistoricus verbonden aan het Amsterdamse bureau Kunst en Bedrijf. Veel bedrijven en organisaties die kunst willen aanschaffen laten zich adviseren door dit onafhankelijke bureau. Daarnaast begeleidt Kunst en Bedrijf in opdracht van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen jaarlijks zo'n 120 projecten in het kader van de 1%-regeling. Per jaar wordt er in de onderwijssector voor ongeveer drie miljoen gulden opdrachten verstrekt aan beeldend kunstenaars.

De regeling bestaat dit jaar precies veertig jaar. In 1953 werd besloten dat voortaan 1% van de kale bouwsom moest worden gereserveerd voor "decoratieve aankleding' van het gebouw. Zo kon de jeugd "op ongedwongen wijze' met de kunst van haar tijd in aanraking komen.

Tot een jaar of drie geleden was de 1%-regeling overzichtelijk en aanlokkelijk. Boven op het nieuwbouwbudget kreeg de onderwijsinstelling een bedrag dat "geoormerkt' was voor kunst. Wie geen kunst wilde kreeg de bonus niet. Maar iedereen wilde kunst, want het was immers "gratis'. Sinds de 1% voor beeldende kunst in het totale bedrag voor de nieuwbouw is opgenomen wordt het gevoeld als een besteding uit eigen zak. Bovendien: niemand verplicht een school van dit bedrag kunst te kopen. Des te opmerkelijker is het dat slechts een heel klein percentage van de onderwijsinstellingen - Emilie Feij schat het op ongeveer 5% - het geld voor andere doeleinden bestemt. Goede voorlichting en enthousiasme zijn het recept om scholen te laten ontdekken dat kunst leuk en spannend kan zijn, denkt Feij die van het ministerie de gegevens over nieuwbouw krijgt en zelf contact opneemt met de instellingen. "Scholen willen graag iets uitstralen en cultuur hoort daar uitdrukkelijk bij. Zo'n kunstwerk draagt bij aan de sfeer, het biedt een meerwaarde.' Dat de dienstverlening van Kunst en Bedrijf gratis wordt verstrekt werkt ongetwijfeld drempelverlagend, in elk geval voor onderwijsinstellingen die wel "iets van kunst' willen, maar niet precies weten hoe ze hun keuze moeten bepalen.

Alles wijst erop dat de 1%-regeling zijn langste tijd heeft gehad, want het ministerie wil af van regelzucht en scholenbezit. Daarmee geeft zij meteen ook de zeggenschap over de langst bestaande stimuleringsregeling voor de kunst uit handen. Een oplossing voor dit vacuüm - dat wel eens pijnlijke consequenties voor de beeldende kunst zou kunnen hebben - is nog niet gevonden.

Muurvast verankerd

In de jaren vijftig moest het kunstwerk "muurvast verankerd' zijn, een eis die resulteerde in de vele mozaïeken, glas-in-loodramen en wandschilderingen die nu nog in oude schoolgebouwen te zien zijn. Naast een educatief doel diende de regeling ook een sociaal doel: de opdrachten leverden brood op de plank op voor kunstenaars. Kunstwerken staan tegenwoordig los, hangen of liggen op de grond; ze staan binnen of buiten, maken geluid, geven licht of laten water stromen; het kunnen fotosculpturen of zeefdrukken op glas zijn. Wat wel heeft standgehouden is de eis dat het werk speciaal voor die ene school moet worden vervaardigd. Het is kunst in opdracht en dat impliceert dat veel scholen er iets van zichzelf in tot uitdrukking willen laten komen. Heel concreet kan dat de naam of de geloofsrichting van de school zijn, of het soort onderwijs dat er wordt gegeven, maar het kan ook gaan om een sfeer van openheid of zorgzaamheid die een school graag wil uitstralen. Kunstenaar en opdrachtgever moeten daarover met elkaar tot overeenstemming zien te komen.

In de tweede helft van de jaren zeventig floreerde de omgevingskunst en werd menig schoolplein voorzien van stenen muurtjes, zitkuilen en geïntegreerd groen. De volgende generatie kunstenaars moest hier echter niets hebben, men trok zich terug in het atelier. Voor de scholen werd de stap naar de kunstwereld daardoor te groot en de 1%-regeling dreigde in de versukkeling te raken.

Diaprogramma

In 1982 werd Kunst en Bedrijf ingeschakeld om de kloof tussen onderwijs en beeldende kunst te dichten en de percentageregeling voor een langzame dood te behoeden.

Kunst en Bedrijf onthaalt de leden van een bezoekende kunstcommissie eerst op een diaprogramma. De beelden laten zien hoe de verhouding tussen architectuur en beeldende kunst in de loop der jaren is veranderd, dat wil zeggen: losser is geworden. De school geeft een kunstenaar weliswaar een opdracht, legt Emilie Feij en passant uit, maar deze moet wel de vrijheid krijgen om in zijn eigen beeldtaal iets nieuws scheppen. "Er is helemaal niets op tegen als de kunstcommissie een uitgesproken idee voor een kunstwerk naar voren brengt, zij moeten tenslotte kiezen, maar als ze het bij voorbaat al kunnen uittekenen vraag ik me af of zo'n opdracht uit het kunstbudget bekostigd moet worden. Dan kun je ook de gekleurde stoeptegels of de vrolijk opgeschilderde kozijnen wel uit deze regeling gaan betalen. In zulke gevallen heb je genoeg aan een uitvoerder of een ambachtsman.' Toen de kunstcommissie van de Hotelschool uit Amsterdam, die binnenkort met een aantal andere instellingen uit de voedingssector het Horecalyceum gaat vormen, met het idee kwam voor een smeedijzeren hek met een vork en een lepel, kregen ze een klein college over het verschil tussen ambachtelijkheid en kunst. Een hek met een vork en lepel kan, zo waarschuwt Feij, wel erg "platte beeldtaal' worden. Er moet wel iets verassends in zitten. Toch kan ze zich voorstellen dat ze voor de Hotelschool een kunstenaar weet te vinden die een spannend hek met eetgerei kan ontwerpen.

Hufterproof

Na de eerste bijeenkomst gaat de kunstcommissie van de Hotelschool zich bezinnen en als de ideeën meer vorm hebben gekregen gaat Kunst en Bedrijf op zoek naar een drietal kunstenaars die zij voor zo'n opdracht het meest geschikt acht. De school maakt uiteindelijk zelf de keuze voor een van de drie en vraagt deze een ontwerp te maken.

Het plan wordt dan door Kunst en Bedrijf op zijn artistieke, technische en financiële merites beoordeeld. Bekeken wordt ook of het kunstwerk "hufterproof' is - bestand is tegen vandalisme en geen ingewikkeld onderhoud vereist. Wat dat betreft zal de school niet voor verassingen komen te staan. De Hotelschool kwam, zo is inmiddels gebleken, voor een hele andere verrassing te staan; de kunstcommissie kon meteen met verlof want het ministerie trok voorlopig de toestemming voor de ingrijpende verbouwing in.

Emilie Feij voelt zich af en toe net een "sociaal werkster in de kunst'. De meeste onderwijsinstellingen mogen dan welwillend tegenover de 1% regeling staan, beeldende kunst blijft een moeilijk onderwerp. Een flink deel van de tijd besteedt Kunst en Bedrijf aan het bestrijden van hardnekkige cliché's als "dat kan mijn kleindochter ook' en over "smaak valt niet te twisten'. Omdat kunst wordt gezien als luxe, willen scholen er maar al te graag een nuttige draai aan geven. Kunst die op zichzelf staat en geen ander doel dient dan er te zijn wordt niet algemeen geaccepteerd. "Er worden soms onmogelijke eisen aan beeldende kunst gesteld', is de ervaring van Emilie Feij. "Het moet om te beginnen fris en fleurig zijn want daar houdt de jeugd zo van. Het moet de hal of het schoolplein een beter aanzien geven, leerlingen moeten er op kunnen zitten en als even kan ook nog onder kunnen roken.'

Een ander punt waar Kunst en Bedrijf regelmatig op stuit is de vraag waarom er eigenlijk een dure kunstenaar ingeschakeld moet worden die niemand kent, terwijl de neef van de rector en de moeder uit de ouderraad toch ook zulke aardige dingetjes maken. En dan is er natuurlijk nog de tekenleraar van de school, meestal degene die nog het meest van beeldende kunst afweet en niet zelden zelf aspiraties in die richting koestert. Een situatie die voor pijnlijke dilemma's kan zorgen. "Precaire boel', oordeelt conrector De Meester van het Buys Ballotcollege in Goes, want ook op zijn school had de tekenleraar zijn diensten aangeboden. "Hij mocht meedoen, maar hij wist dat hij geen extra pluspunten zou krijgen. Bovendien moest hij uit de kunstcommissie stappen.' Het was niet eenvoudig om tegen een alom gewaardeeerde collega te zeggen dat hij de opdracht niet kreeg, vindt De Meester achteraf. "Maar hij heeft het gelukkig sportief opgevat.'

Duidelijk verhaal

In de loop van de veertig jaar dat de 1%-regeling bestaat is de band tussen architectuur en beeldende kunst steeds losser geworden. De kunsttoepassingen verwierven een eigen, zelfstandige status, ook ten opzichte van de toeschouwers.

Tot hoever die autonomie van het kunstwerk kan gaan, is een vraag waar menig kunstcommissie zich het hoofd over breekt. Moet het werk "een voor iedereen duidelijk verhaal vertellen en meteen geaccepteerd' kunnen worden? Of gaat het vooral om de confrontatie met de beeldtaal van de kunstenaar?

Opvallend is dat de meeste scholen een uitgesproken voorkeur hebben voor abstracte kunst. "Waarschijnlijk sluit dat het meest aan bij het idee dat mensen van moderne kunst hebben', veronderstelt Emilie Feij. "Figuratief werk doet vaak een gerichtere uitspraak en dat roept meer reacties op. Het moet lijken op wat het voorstelt.'

De stille hoop die aan de 1%-regeling ten grondslag ligt is dat een schoolbevolking die dagelijks met hedendaagse kunst in aanraking komt er vertrouwd mee zal raken en er op den duur welwillender tegenover zal staan. Maar werkt het ook zo in de praktijk? In de leraarskamer en de gangen van het Leidschendamse Veurs College vallen weinig vleiende woorden op te tekenen over het kunstwerk dat John Blake maakte voor het nieuwe gebouw. De leraar natuurkunde reageert onomwonden: "Die offshore-pijp die daar in de gang staat? Ik vind het lelijk èn ik begrijp het niet.' Een andere docent meent dat kunst "iets ambachtelijks' moet hebben en "op z'n minst oogstrelend' moet zijn: "Dit is een rioolbuis.' En ook de leerlingen Gabriëlle en Geraldine, beiden uit 5-VWO, zijn bikkelhard in hun oordeel: "Afschuwelijk, deze overmaatse pleerol.' Hij staat in de weg vinden ze, liever hadden ze een mooi schilderij aan de muur gehad. "Van Picasso ofzo'. Conrector Kees Booij blijft opgewekt onder al deze moordende kritiek en staat nog steeds achter de keuze van de kunstcommissie. Als hij een cijfer mocht geven, gaf hij het een zeven. Maar of hij het echt mooi vindt? "Het is een mysterieus ding, je loopt er meteen op af. Het roept vooral verwondering op en dat is volgens Blake ook precies de bedoeling.' De zwarte cilinder heeft een functie gekregen in de hal, stelt de conrector tevreden vast. Leerlingen leggen hun tassen erom heen en ze gebruiken de plek als meeting point'.

Hij zelf had er aanvankelijk grote moeite mee dat de cilinder open was van boven. Niet uit artistiek oogpunt maar uit pragmatische overwegingen: hij zag de schoonmakers al op een gammel trapje klimmen om de rotzooi eruit te halen. Een plexiglas deksel was voor Blake volstrekt onbespreekbaar want die zou de relatie tussen de cilinder en het vlakke werk daarboven aan de muur in één klap vernietigen. "Hij dacht dat ik aan z'n kunstwerk wilde komen', zegt Booij met oprechte verbazing. Maar, zo moet hij toegeven, de kunstenaar heeft tot nog toe gelijk gekregen: er ligt maar heel weinig op de gespiegelde bodem. Een paar pennen, een enkele aansteker en wat kleingeld.

Heel ver

Er zijn scholen die heel ver durven gaan met vernieuwende kunst en het avontuur niet uit de weg gaan. Het Christelijk Triascollege in Leeuwarden wilde graag jong talent een kans geven en verdeelde het bedrag van ƒ 75.000 over tien pas afgestudeerde kunstenaars die ieder een vierkante meter tot hun beschikking kregen. "Deze werkwijze zou in onze ogen een garantie bieden voor verschillende zienswijzen en uitingsvormen en tevens een brede confrontatie met kunst voor de schoolbevolking opleveren', schrijft Dick de Jong, lid van de kunstcommissie in de catalogus die over het project is gemaakt. Bij verreweg de meeste kunstcommissies overheerst het enthousiasme voor de 1%-regeling. Het "mapje mislukte projecten' van Emilie Feij is dan ook dun gebleven. Maar ze wil niet ontkennen dat het soms gewoon niet lukt om scholen over de streep te krijgen. Sommige mensen weigeren zich in te laten met moderne kunst.

Zo niet op het Buys Ballotcollege in Goes waar de kunstcommissie eensgezind tot een drieledige voordracht is gekomen. Marijke van Warmerdam werd gevraagd voor een deel van de opdracht. Een ander deel gaat naar schilderes Elly Strik die al in een eerdere ronde werd uitverkoren. Daarnaast, en conrector De Meester hecht er aan dat duidelijk te zeggen, wordt een klein deel van de percentageregeling besteed aan kunst gemaakt door gehandicapten.

"Een buitengewoon boeiende ervaring', zo vat hij het werk in de kunstcommissie samen, "je maakt kennis met een hele nieuwe wereld.'

Foto's: John Blake, stalen object en fotopaneel, Veurs college, Leidschendam, 1992

Hans Eykelboom, buitenbeeld (beton), Christelijk College Groevenbeek, Ermelo, 1991

Titia Ex, zeefdruk op glas in twee kleuren, 6m x 10.5m, Van Marle Scholengemeenschap, Deventer, 1990

Egon Küchlein, Een spiegel voor Pallas Athene, buitenbeeld (staal, brons), Scholengemeenschap Pallas Athene, Ede, 1991

Ton van Summeren, podium en schilderij, gemengde technieken, Buys Ballot Scholengemeenschap, Zaltbommel, 1991