De Beweging

Woensdag

Gewekt door de bel. Er stond een man voor de deur met een schoon grijs uniform aan en lange rubber handschoenen.

Hij liet een legitimatiekaart zien: hij wilde alleen even naar mijn vuilnisbak kijken. Zonder plichtplegingen stapte hij door de gang naar de keuken, waar tussen aanrecht en ijskast mijn vuilnisbak woont. Nog voor ik hem had aangewezen, had de rubbergehandschoende het deksel eraf gelicht, hem opgetild en met een kordaat gebaar de inhoud op de keukenvloer gekiept. Op het kleed.

“Wat heeft dit in godsnaam te betekenen?” piepte ik met overslaande stem.

De man keek speurend naar de kleurrijke, geurrijke, natte, propperige hoop. Er rolde een batterijtje uit, wel een meter ver, en kwam tegen een tafelpoot tot stilstand. “Wat dit te betekenen heeft? U weet toch wel wat een milieu-inspectie is? Voor dat ding daar krijgt u alleen al veertig gulden boete, en verder zie ik schillen, da's vijfentwintig, karton, nog eens vijfentwintig, oude sokken, textiel dus, en nog een jampot ook. Honderdveertig gulden plus administratiekosten, tweeëntachtig-vijftig, rekent u zelf maar uit. Asociale toestanden.” Hij begon in zichzelf te spreken en spreidde de vuilnishoop in mijn keuken nog iets uit.

“En mijn kleed verdomme”, zei ik razend, “wat dacht u dan van mijn kleed?”

“Wij moeten ons werk kunnen doen”, zei de man. “U hebt de krant zeker niet gelezen over de nieuwe voorschriften en de aanpassingen in de woning. Dat tapijt kan met de GHTM-ophaaldienst mee.” Intussen haalde hij een bruine papieren zak tevoorschijn waar hij een bloemkoolstronk en een glazen potje - geen jam maar chocoladepasta, pas half leeg, het spul was ranzig geworden - in deed. Bewijsmateriaal? “Die halen tapijt en meubels op en zo. Zo'n tapijt in je keuken, dat klopt toch voor geen meter. Zeil is het beste. GHTM komt in week twintig, éénentwintig langs, tegen Pinksteren, en dan weer in november. Hebt u geen ophaalkalender of zo?”

Ik moest betalen, er zat niets anders op. Toen ik vroeg hoe hij aan mijn adres was gekomen zei hij dat hij bij de buren vandaan kwam, vanwege hun kastje, dat was aangegeven, en nou werkte hij het blok af. Zodoende. Dag mevrouw. Voortaan beter opletten.

Pas toen ik glasgerinkel in de tuin hoorde, en zag hoe mijn buurman in blinde drift zijn eigen tomatenkas aan het inslaan was, begreep ik het van dat kastje. Kasje. Het kweken van tomaten, en nog wel in verwarmde kas, was zeker ook verboden. Ik moet wat langer geslapen hebben dan ik dacht.

Donderdag

Het was een vies karwei om de keuken weer een beetje op orde te krijgen. Met tegenzin plaats gemaakt voor een hele rij bakken, dozen en emmers voor de diverse soorten afval. Ze doen me denken aan de spaarpotjes met etiketten ”vakantie', ”kleding', ”cadeautjes' die je vroeger wel eens hoorde dat de wezenloos braven er op na hielden.

Vrijdag

Op bezoek bij Frits, die ik aantrof terwijl hij zijn naam en adres van een heleboel oude enveloppen en tijdschriftwikkels aan het scheuren was. Waarom, daar deed hij een beetje vaag over, tot ik mijn hart had gelucht over mijn bezoeker van woensdag. Toen kwam hij los en vertelde over de Beweging. Ik zei dat ik er nog even over moest nadenken. Het was erg gezellig bij Frits.

Zaterdag

Liep toevallig vrij vroeg langs de glasbak en zag hoe een jongen daar een dode kamerplant in propte. Niks gezegd natuurlijk, maar toen wij elkaar in de ogen keken begrepen wij elkaar. Ik voelde mij zo opgetogen dat ik bijna mijn zojuist gekochte Volkskrant had opgerold en door het ronde gat er achteraan geduwd. Morgen, zo beloofde ik mijzelf. Er leeft iets, er wroet iets, dat staat vast!

Zondag

Met de buurman gepraat. Hij had, zei hij, een erg leuke bestemming voor het glas van zijn tomatenkas gevonden. De papierversnipperaars zouden nog raar opkijken. Toen ik toch licht geschokt reageerde verklaarde hij dat waar gehakt wordt, spaanders vallen en dat het zo'n beetje vijf voor twaalf was. Hij leek ervan uit te gaan dat ik de Beweging kende en bood me een ijsje uit zijn diepvrieskast aan. Zalig ijs, rare naam op het etiket. Amerikaans, zei hij, maar sinds deze zomer verboden wegens het intercontinentale heen-en-weer-gezeul met de ingrediënten. Als ik mijn mond hield mocht ik wel vaker zo'n ijsje, want hij had een ruime voorraad gehamsterd. In geen jaren zo'n goede verstandhouding met hem gehad.

Maandag

S. kwam langs: of ik belangstelling had voor haar oude wasdroger. Ze had een voorwaardelijke straf gekregen omdat ze in een opwelling een flesje neusdruppels in een batterijencontainer had gegooid en wilde nu liever geen risico's meer lopen. Zij zag er vermoeid en vlekkerig uit. Nu zij toch haar baan kwijt was, zei ze, waste zij alles in koud water. Dat was min of meer verplicht in haar straat want die was uitverkoren voor een speerpuntfunctie. Ze gingen op voor de Europese Milieuprijs of zoiets, en er kwamen elke dag mensen kijken. Laatst zelfs iemand uit Straatsburg. Er is veel leed op de wereld - maar de Beweging heeft er een lid bij.

Dinsdag

De wasdroger staat gezellig te zoemen in de badkamer; er hangt voor alle zekerheid een douchegordijn omheen. Hij maakt het lekker warm, of er nu wat in zit of niet. Iedereen van de Beweging vindt het een prachtding. We vergaderen zonder truien aan in mijn keuken. We gaan een ondergronds blad maken met tips voor het camoufleren van kassen en verboden apparaten, recepten met extra lange kooktijden, routes voor autorally's en tochten langs stille weggetjes. Dat noemen we de individuele sabotage. Voor het grote werk zoeken we heel veel materialen zoals blauwe verf, loden kogeltjes, afgewerkte olie. Iemand stelt sponsoring voor, maar dat is misschien moeilijk. Ook niet vergeten: ophaalkalenders vervalsen.

Wacht even, de bel gaat.