Curaçao beseft hoe laat het is

De toekomstconferentie over de nieuwe staatkundige verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen is in eerste instatie stukgelopen op het struikelblok Curaçao. Als grootste eiland met het hoogste inwonertal meent het nu ook recht te hebben op de status aparte. De eis van Nederland - eerst bestuurlijk en financieel orde op zaken stellen en daarna pas status aparte - is, gezien de situatie op Curaçao (jongerenprobleem en de vele gevallen van nepotisme en corruptie) gerechtvaardigd.

In een interview met NRC Handelsblad van 10 maart zegt oppositieleider en oud-premier van de Antillen, Don Martina, dat Nederland te opdringerig is en dat autonomie niet van een regering is of van bestuurscolleges maar van het volk. Don Martina weet echter ook wel dat het de politici in Willemstad zijn die het volk haar autonomie hebben afgenomen en ook dat de Curaçaose politici allang hun krediet hebben verspeeld. Het politieke systeem op Curaçao is in dezelfde mate door corruptie aangetast als het Italiaanse politieke bestel.

Er waren de laatste decennia zoveel corruptieschandalen op Curaçao dat ze al spottend als "gates' werden betiteld, naar het Watergate-schandaal: de "Tanki-gate' en de "Dish-gate'. Vorig jaar nog werd minister Mendes de Gouveia (leider van de Curaçaose delegatie naar de Toekomstconferentie) openlijk aangevallen op zijn (veel te) dure buitenlandse reizen die hij in zijn functie als minister en onderhandelaar namens de Nederlandse Antillen heeft ondernomen. Het resultaat van al deze reizen, zo werd vermeld in de Amigoe, het lokale Nederlandstalige avondblad, zou zijn dat de werkgelegenheid - dank zij Mendes de Gouveia - was toegenomen en dat er ook nieuwe banen in de toekomst gecreëerd zouden worden. Als dat allemaal waar zou zijn zou Mendes de Gouveia, zoals de leider van een oppositiepartij al suggereerde, inderdaad meteen heilig verklaard kunnen worden.

Op Curaçao is er vrijwel geen enkele politicus die enig aanzien heeft onder de bevolking, met uitzondering wellicht van oud-minister Inderson, die een deugdelijke gezondheidszorg nastreefde. Zijn aftreden vorig jaar werd door velen ook betreurd.

Het Curaçaose verzet tegen het synthese document komt voor een belangrijk deel voort uit het besef van de politici dat daarmee het einde van hun tijdperk wordt ingeluid. Zij zouden in veel mindere mate dure reizen ("belangrijk voor de werkgelegenheid op de Antillen') kunnen ondernemen. En het nepotisme zou door de maatregelen die uit het synthese document voortvloeien aan banden worden gelegd. Voor de politici op Curaçao komt het synthese document dan ook aan als een "one-two-three punch': ze zouden ogenblikkelijk knock-out zijn.

Volgens Martina zou Curaçao zelf op grond van een brede maatschappelijke discussie zijn prioriteiten moeten vaststellen. Hier is sprake van een "sick joke', want op Curaçao is nog nooit echte maatschappelijke discussie gevoerd.

Terecht heeft premier Lubbers aan het eind van de conferentie gezegd: “Time is running out”. De problemen van Curaçao zijn zeer groot. De grootste zijn gelegen in het onderwijs, de gezondheidszorg en de toenemende achteruitgang van waarden en normen en de almaar groeiende gewelddadige criminaliteit.

De schooluitval neemt schrikbarende vormen aan. Slechts 24 procent van alle leerlingen van het basisonderwijs bereikt de zesde klas zonder te doubleren. Er is geen controle op de naleving van de leerplicht en de enorme jeugdwerkloosheid moet grotendeels worden toegeschreven aan de achteruitgang van het onderwijs en aan de onwil van de overheid om deze jongeren om- en bij te scholen en werkgelegenheid voor hen te scheppen.

Wat zijn dan de prioriteiten voor Curaçao? Deze zo cruciale vraag zou niet alleen maar door de politici in Willemstad moeten worden beantwoord, daarover zou een brede laag van de bevolking zich moeten uitspreken.

Nederland bevindt zich nu in de moeilijke positie dat het Curaçao moet laten zien dat het ernst is en dat de tijd opraakt, terwijl het dit Koninkrijksdeel tegelijkertijd als een broos vaatwerk moet behandelen.