CAO en WAO

WAO WAS DE afgelopen weken een ander woord voor CAO. In alle onderhandelingen over het arbeidsvoorwaardenbeleid staat aanvulling van de wettelijk verlaagde WAO-uitkeringen centraal. Zodra aan vakbondszijde de woorden "collectieve regeling' voor de reparatie van de WAO uit het wensenpakket zijn geschrapt, laat de CAO niet lang op zich wachten.

Doordat de politiek heeft besloten tot een halve aanpak dreigt de WAO-operatie compleet te verzanden. Het ontzien van de bestaande gevallen leidt er toe dat de collectieve premie niet omlaag gaat. Wie voor een aanvullende verzekering kiest en dus een aanvullende premie betaalt, moet derhalve meer geld neertellen voor hoogstens dezelfde voorzieningen. Dat de pijn in de nieuwe CAO's wordt weggenomen met gelijktijdige loonsverhogingen, maakt de uitkomst er niet minder zuur om. Het eigenlijke probleem - hoe het aantal WAO'ers in absolute en relatieve zin terug te dringen - verdwijnt inmiddels uit de aandacht. Over dat aantal, momenteel negenhonderdduizend, klinkt slechts een pijnlijke stilte.

DE HOOG gebleven collectieve premie verkleint de ruimte voor de particuliere verzekering en de bijbehorende premiestelling. En dat neemt precies de prikkel weg die tot een beperkt gebruik van de WAO had moeten leiden. Het aantal WAO'ers in Nederland kon zo groeien doordat de almaar stijgende kosten straffeloos konden worden afgewenteld op het collectief. Waar voor een collectieve, bedrijfstaksgewijze reparatie wordt gekozen, zoals in de bouw-CAO, blijft deze toestand bestaan. Regeringsbeleid en Kamermeerderheid ten spijt - werkgevers en de georganiseerde vakbondsminderheid van werknemers gaan in de bouwbranche gewoon door. Tenzij minister De Vries straks de CAO niet algemeen verbindend verklaart, maar zoveel moed heeft hij nog nooit getoond.

Ook wanneer de WAO-reparatie wordt gezocht binnen de bedrijven, is niet alle kou uit de lucht. Dan ontstaat weliswaar een zichtbaar verband tussen het gebruik dat in een bepaald bedrijf van de WAO wordt gemaakt en de hoogte van de premies die worden betaald, maar er is pas sprake van een voelbaar effect als de premie voor de particuliere verzekering in verhouding tot de collectieve premie substantieel wordt. En dat is pas mogelijk als de collectieve WAO-voorziening aanzienlijk omlaag gaat: een taak voor het volgende kabinet.

Hoewel de hoge collectieve premie voorlopig dus een grondige sanering in de weg staat, hebben de onderhandelaars van de Unilever-CAO opmerkelijk maatwerk geleverd. De werknemers van Unilever krijgen de mogelijkheid een individuele aanvullende WAO-verzekering af te sluiten bij een particuliere verzekeringsmaatschappij. Zij brengen zelf de premie op; het bedrijf fungeert als "administratiekantoor'. Dit komt overeen met de systematiek van nogal wat personeelsverzekeringen wegens ziektekosten. Wie wil, kan zich via het bedrijf verzekeren, maar er is geen verplichting. Daarmee heeft Unilever het goede voorbeeld gegeven. Helaas hebben bonden en werkgevers in de bouw zich daar niets van aangetrokken.