Bonden verkeren in feestroes na CAO-akkoord in de bouw

DEN HAAG, 25 MAART. De vakbonden in de bouwnijverheid hebben gisteren de compensatie van de verlaagde WAO-uitkeringen geregeld. Na 28 uur onafgebroken onderhandelen was de eerste collectieve regeling in een bedrijfstak met 200.000 werknemers een feit.

De inkt van de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst was nauwelijks droog of alle ogen richtten zich op die andere bedrijfstak: de metaal. In deze sector staken de werknemers al elf dagen tegen het uitblijven van een CAO en een regeling voor compensatie van de verlaagde WAO-uitkeringen.

Het akkoord in de bouw leidde tot gejuich bij de industriebonden, die in de overeenstemming een steun in de rug ontdekten. “De werkgevers raken gesoleerd, nu de akkoorden over de WAO als rijpe appels uit de boom vallen”, aldus een woordvoerder van de Industriebond FNV.

De FNV-bond verloor daarbij uit het oog dat deze rijpe appels tot nu toe alleen in de bedrijven vallen. Bij de Nederlandse Spoorwegen, de PTT, Unilever, V&D en Ahold is de reparatie van het WAO-gat een feit, maar in de verschillende bedrijfstakken staan werkgevers en vakbonden nog lijnrecht tegenover elkaar. In de grafische industrie dreigen acties, in het bank- en verzekeringswezen verwachten de bonden dat het CAO-overleg volgende week vastloopt en in de schoonmaakbranche onderzoeken de werkgevers slechts de kosten van de WAO-reparatie. Om maar niet te spreken van de metaalnijverheid, waar de bonden moeite hebben om buiten de tweejarige, dure CAO om afspraken over de WAO-reparatie te maken.

De vraag is of de overeenkomst in de bouw het begin is van een trend. Daarbij moet worden aangetekend dat de verschillende bedrijfstakken zich moeilijk laten vergelijken. In tegenstelling tot de bouw is de metaal- en elektronische industrie bijvoorbeeld internationaal georiënteerd. Deze bedrijfstak ondervindt momenteel veel last van de harde gulden en de tegenwind die op de internationale markten waait. Voor het bank- en verzekeringswezen geldt dat het aantal mensen dat arbeidsongeschikt wordt per onderneming enorm verschilt. En in de horeca en schoonmaak zal een groot deel van het personeel - door het vele parttime werk en daardoor lage inkomen - nooit gebruik maken van de WAO, maar bij arbeidsongeschiktheid in de AAW terecht komen. Als deze groep geen solidariteit toont en weigert mee te betalen aan de WAO-reparatie, schiet de premie als een komeet omhoog.

Wat betreft de WAO is de bouw een specifieke sector. Zo was de publieke opinie vantevoren op de hand van de bouwvakker.

Pag.27: Bonden halen flinke buit binnen met CAO in de bouw

Niet voor niets haalde tegenstanders van de kabinetsingreep steeds de 35-jarige bouwvakker die van zijn ladder valt als voorbeeld aan. Die spreekt meer tot de verbeelding dan de 48-jarige bankbediende die overspannen raakt.

Dit neemt niet weg dat de vakbonden gisteren een flinke buit hebben binnengehaald. De ingrepen van het kabinet in de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid zijn volledig hersteld. En de bonden hebben niet eens veel moeten inleveren. De huidige Vut-regeling staat voor de komende twee jaar overeind en de automatische prijscompensatie blijft gehandhaafd. In 1994 krijgen de bouwvakkers bovenop deze prijscompensatie een reële loonsverhoging van 0,5 procent. De werkgevers, die in eerste instantie de Vut, de automatischeprijscompensatie en de roostervrije dagen wilden uitruilen tegen collectieve WAO-reparatie, herzagen hun eisen.

Op het financiële vlak levert het personeel een procent van zijn bruto loon voor de WAO-reparatie in. Verder worden de vakantierechten beperkt en de bovenwettelijke uitkeringen - betaald door de werkgever - op de eerste drie jaar van de WAO geschrapt. Het geld dat met deze laatste maatregel vrijkomt, wordt aangewend voor de WAO. Theoretisch betreft het hier een bijdrage van de werkgevers. Maar in de praktijk moet de arbeidsongeschikte werknemer deze extra aanvulling straks missen. Bovendien hadden de ondernemers deze bijdrage toch al ingecalculeerd. De financiering van de werkgevers lijkt daarmee verdacht veel op een sigaar uit eigen doos.

De vakorganisaties moesten gisteren toegeven op het gebied van doorbetaling van het loon bij ziekte. Indien het parlement de wet Terugdringen Ziekteverzuim goedkeurt, moeten de werkgevers namelijk vanaf volgend jaar in de eerste ziekteweken van een werknemer 70 procent van het loon doorbetalen. Nu komt dit nog uit de ziektewet. De aanvulling tot 100 procent blijft voor rekening van de werkgevers komen. De bonden, die vreesden dat kleine ondernemingen bij een griepgolf in liquiditeitsproblemen zouden raken, eisten ook hier een collectieve herverzekering tegen dit risico.

Het AVBB vond echter dat het met de aanvulling op de WAO-uitkeringen genoeg collectief had geregeld. “We zijn met de WAO collectief door de bocht, nu regelen we het ziekteverzuim op ondernemingsniveau”, aldus onderhandelaar J. Vahstahl van werkgeverszijde. “Bovendien”, voegde collega Janmaat eraan toe, “worden ondernemingen door goed beleid op het gebied van arbeidsomstandigheden beloond met minder ziekteverzuim.” Een ondernemer betaalt immers niet graag voor de zieke bouwvakkers van de concurrrent.

De bouwbonden zijn door de bocht. Maar de collega's van de Industriebond FNV hebben wellicht te vroeg gejuichd. Onderhandelaar N. Broers moet nu immers een morrende achterban uitleggen dat hij niet eens een regeling per bedrijf kan afsluiten, terwijl de bouwbonden een verplichte regeling voor de hele bedrijfstak hebben afgesloten.