Banenverlies op hoofdkantoor Shell

ROTTERDAM, 25 MAART. Shell wil zijn afdeling Manufacturing (dienstverlening voor de fabricage van olieprodukten) op het centrale hoofdkantoor van het concern in Den Haag fors afslanken. De personeelsbezetting van Manufacturing moet nog dit jaar met 128 werknemers of 21 procent worden verminderd, tot 494 banen.

Dit blijkt uit een notitie van mr B.J. Runderkamp, bestuurder van het centraal kantoor van Shell in Den Haag, aan de Ondernemingsraad.

Onder druk van de onbevredigende resultaten van Manufacturing en de sterke stijging van de kosten voor coördinatie van de afdeling ziet Shell zich genoodzaakt tot een afslankingsproces, schrijft Runderkamp. Langdurig slechte resultaten in de raffinage, gecombineerd met een sterke stijging van de kosten voor Manufacturing die aan de raffinaderijen worden doorberekend, dwingen de afdeling tot bezinning op haar positie. Doel is het terugbrengen van de door te belasten kosten naar het niveau van 1991/1992. Hiertoe is per 1996 een reductie van 80 miljoen gulden per jaar noodzakelijk, aldus de notitie van mr. Runderkamp.

Op basis van een kosten-baten analyse en "gevoeligheidsstudies' heeft het management gekozen voor een afslankingsplan waarin een optimum is gezocht tussen kostenvermindering en stabiliteit en kwaliteit van de dienstverlening aan de raffinaderijen. Het streven van het Shell-Mangement is om tweederden van de afslanking al dit jaar uit te voeren. De 128 betrokken personeelsleden worden zoveel mogelijk binnen de Shell-organisatie ondergebracht, of bij bedrijven waaraan Shell werkzaamheden uitbesteedt. Mocht binnen drie maanden blijken dat herplaatsing binnen Shell niet haalbaar is, dan wordt door het concern “actief gewerkt aan het vinden van een nieuwe werkkring buiten Shell” door outplacement.

Het reorganisatieplan van de afdeling Manufacturing bestaat uit een lijst van 60 voorstellen voor reductie van activiteiten. Circa 45 procent van het plan moet worden bereikt door verbetering van de interne doelmatigheid van divisies. In 40 procent van de voorstellen gaat het om uitbesteding van werk dat beter of goedkoper door bedrijven buiten Shell gedaan kan worden en in 10 tot 15 procent van de wijzigingen behelst “activiteiten die niet zullen worden voortgezet en die een directe verlaging van het serviceniveau voor de klant betekenen”.