Amelisweerd; Het bos van Doornroosje ontwaakt

De landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen kunnen weer ademen. Sinds de gemeente Utrecht plannen heeft ontwikkeld om dit grootste rivierkleibos van Nederland voor verval en nieuwbouw te behoeden, zijn dichtgeslibde waterpartijen leeggeschept, eilandjes vrijgemaakt en overwoekerde gazons gemaaid. In sommige delen van het verwilderde bos wordt echter het snoeimes uit ecologisch oogpunt geweerd. Een kastanjeboom zonder top mag blijven staan en een omgevallen treurwilg blijft liggen waar hij ligt, omdat hij de vaste uitkijkpost van een ijsvogel is.

Het bos van Amelisweerd kreeg aan het eind van de jaren zeventig nationale bekendheid door de omstreden plannen voor de aanleg van de rijksweg A-27 ten oosten van Utrecht, waarbij enkele honderden bomen het veld zouden moeten ruimen. In de vroege ochtend van 24 september 1982 begon de mobiele eenheid met het losknippen van de actievoerders die zich aan de tweehonderd jaar oude eiken, beuken en kastanjes hadden vastgeketend. Een paar uur later had de kettingzaag het karwei voltooid.

De protesten hadden in elk geval de schade weten te beperken, was de redenering waar de tegenstanders zich ten slotte maar bij neerlegden. Het bosgebied aan de Kromme Rijn - dat de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen omvat - zou door het tracee van de A-27 aanvankelijk dwars doorsneden worden. Nu werd alleen het uiterste westpuntje van Nieuw-Amelisweerd opgeofferd. Een verzonken ligging van de weg en geluidsschermen moesten de rest doen.

Het was niet voor het eerst dat hier massaal werd gerooid, waarna het karakter ingrijpend veranderde. In 1903 moesten hectares parkbos wijken om de bewoners van Nieuw-Amelisweerd uitzicht over hun landerijen te geven. Dertig jaar eerder was op Rhijnauwen het grootste fort van de Hollandse Waterlinie, Fort Rhijnauwen aangelegd. Die vroegere veranderingen wekken nu bij niemand meer ergernis op, integendeel: het "open' zicht over weiden en knotwilgen noemen wij nu schilderachtig. Als je niet beter weet is het altijd zo geweest. En het fort - in 1940 nog in staat van paraatheid - dient niet langer de landsverdediging maar is nu een groene ster in het landschap en een toevluchtsoord voor vleermuizen, uilen en zeldzame planten geworden.

Maar de grens aan wat je kuntveranderen is nu bereikt. Want inmiddels is het hele gebied een fort geworden, een groene vesting, belegerd door de verstedelijking. Dat is niet alleen die A-27 in het westen, die je overal kunt horen en die 's nachts zorgt voor een schimmenspel van halogeenlicht tussen de stammen, maar ook de zuidelijk gelegen A-28. In het noorden staan het universiteitscentrum De Uithof en het nieuwgebouwde Academisch Ziekenhuis op de drempel. En in het oosten studeert de gemeente Bunnik op uitbreiding in de vorm van "woningbouw gecombineerd met landschapsbouw'. Zo knaagt aan alle kanten de vooruitgang.

Dat heeft ook de gemeente Utrecht zich gerealiseerd. Daarom werd enkele jaren geleden een plan opgesteld om “de landschappelijke, cultuur-historische en natuurwetenschappelijke kwaliteiten van het gebied te waarborgen”. Een onderdeel daarvan is het herstel van het park rondom Nieuw-Amelisweerd in de staat van 1860, een park in de zogeheten rijpe landschappelijke stijl. De tweede fase is kortgeleden voltooid. De vlier- en braamstruiken die hele percelen hadden overwoekerd werden op veel plaatsen gekapt, waardoor de oude "zichtlijnen' in het parkbos weer open zijn. Dichtgeslibde waterpartijen werden leeggeschept, eilandjes vrijgemaakt en de verwilderde gazons werden gemaaid en voor een deel opnieuw aangelegd.

Harry Uphof, rentmeester en beheerder van de drie landgoederen wil het geen reconstructie noemen. “We proberen de principes van toen toe te passen op de eisen van vandaag.” En vandaag stelt veel eisen. Zo mogen de bewoners van het landhuis - ooit gekraakt door zen-boedhisten, kunstschilders en meubelmaaksters, thans opgedeeld in zeventien "Van Dam-units' - gewoon hun auto blijven parkeren. Een andere eis was dat de ecologische waarde van het verwilderde bos niet volledig onder het snoeimes mocht sneuvelen.

Een deel van de werkzaamheden is daarom na eindeloze inspraakrondes alleen kosmetisch gebleven: zo werd de voormalige theetuin van Nieuw-Amelisweerd op een naastgelegen eiland alleen "aan de zichtzijde' vrij gemaakt van braam, els en vlier, maar bleef de achterkant een bos van Doornroosje.

Uphof wijst op een stam over het water. “Dat is een omgevallen treurwilg. Eigenlijk zou je die moeten weghalen, maar hij is de uitkijkpost van een ijsvogel, dus dat hebben we maar zo gelaten.”

En ook de twee bomen, zo'n veertig jaar geleden geplant door de kindertjes Bosch van Drakestein, de laatste particuliere eigenaar van Nieuw-Amelisweerd, heeft Uphof maar laten staan, ook al belemmeren ze de blik door een zichtas op de Kromme Rijn.

Amelisweerd kan weer ademhalen zo lijkt het. Eindelijk kun je ook zien dat in het hele bos sneeuwklokjes bloeien, die nu langzaam plaats maken voor narcis en, later, de wilde boshyacinth en de dichtersnarcis.

Toch loert ook van binnenuit het verval: alle bomen zijn min of meer gelijktijdig geplant en onvermijdelijk komt het moment waarop het bos in zijn geheel over zijn hoogtepunt raakt, zoals bejaarde wijn. “Dat baart ons wel zorg”, zegt Uphof. “Om het bos vitaal te houden, had men in 1900 al met nieuwe aanplant moeten beginnen.” Hij wijst naar een clump waarin nog één eik staat. “Daar hebben er vijf gestaan. In theorie kun je verwachten dat bij stormen hele percelen plat zullen gaan.”

Is het grootste "rivierkleibos' van Nederland daarom over een eeuw verdwenen? Misschien. In elk geval zullen de eiken het afleggen tegen de sneller groeiende essen en elzen, die je bovendien niet hoeft te planten. Maar is dat erg? “Wij zijn de afgelopen jaren anders, minder technisch naar bomen gaan kijken. Ginds staat een kastanje waar de top is uitgewaaid. Vroeger zou je gezegd hebben: weg ermee, die boom deugt niet meer. Nu koester je hem.”

WANDELEN EN VAREN

Op de drie landgoederen zijn twee wandelingen uitgezet, beide met een lengte van circa drie kilometer. Informatie over Oud- en Nieuw-Amelisweerd en Rhijnauwen: Bezoekerscentrum Amelisweerd, Koningslaan 11, Bunnik. Inl 03405-63427. Za 13-16u, zo 10-17u. Eens in de zes weken worden er rondleidingen gegeven "Met de boswachter op stap'. Inl 030-919340. Aan de Oudegracht en aan de Tolsteegsingel in Utrecht zijn tijdens de zomermaanden kano's en roeiboten te huren, waarmee Amelisweerd over de Kromme Rijn bereikbaar is.