Alle grietjes klossen deze zomer weer op klompen

Iedereen had wel een paar in de kast staan. Wie herinnert zich niet het genoeglijke geklepper van de houten zolen, en het gemak waarmee je de muiltjes aanschoot. En weer uitschopte. In de nieuwste versie zijn ze gitzwart, en hebben ze dikke profielzolen. Het Zweedse klompje: terug van weggeweest.

"Jezus wat een verschil!' Het meisje kijkt verbaasd naar beneden en barst in lachen uit. “Geen gezicht.” Aan haar linkervoet draagt ze een fr^ele veterpump, terwijl haar rechtervoet is gestoken in een oerdegelijke combatclog. Onhandig klost ze door de schoenenwinkel naar haar vriend toe die net een paar klompschoenen heeft aangetrokken. Met opgerolde broekspijpen staat hij voor de hoge spiegel. “Als je het niet erg vindt”, roept "ie naar de verkoper, “doe ik ze niet meer uit. Ze zitten als gegoten.”

Ze heten combatclogs, gevechtsklompen. Ze hebben een dikke populierenhouten zool met een rubberen profiel eronder, zwartleren bovenwerk en ze zijn er in zes soorten: de werkmans Engineer, de cowboy-Biker, de SM-Bonzo en vanaf deze week ook drie kleppervarianten met de barbienamen: Tammy, Suzy en Patsy. Q. Langelaan, mede-eigenaar van de Amsterdamse schoenwinkel Antonia, heeft een heel schap vrijgemaakt voor het nieuwste Lola Pagola-schoeisel.

Het eerste paar Tammy's verkocht hij aan een danseres van het Nationaal Ballet. “Ze trok ze aan en danste er zo op weg.” Hij ziet het al voor zich, deze zomer, “al die klossende grietjes met bruine benen onder korte rokken en shorts.” Maar een echte liefhebber is hij niet. “De klompschoen blijft toch een stuk lomper dan de damesschoenen waarmee de ontwerpers van Lola Pagola de afgelopen zeven jaar furore maakten.”

Bij klompschoenen denk je meteen aan zware lichamelijke arbeid, aan verweerde werkmansgezichten en barre weersomstandigheden, aan achterbuurten en armoede. Het schoeisel is in de eerste plaats doelmatig en goedkoop. Omdat schoenmakers tijdens de Tweede Wereldoorlog kampten met een groot gebrek aan zacht leer en gereedschap, stimuleerde de Nederlandse overheid het dragen van houten schoenen. Ook al kon je pijnlijke blaren en eksterogen oplopen, ze waren duurzaam en lekker warm. Britse modebladen lieten in die tijd hun mooiste fotomodellen met klompen poseren om de instapper van zijn working class-imago te ontdoen. Foto's uit die tijd tonen glanzende, opengewerkte en veter-klompschoenen gecombineerd met prince-de-galle mantelpakken en verenhoeden. Het mocht niet baten, de klomp bleef een armeluisschoen. Droeg een bourgeois houten zolen onder zijn schoenen, dan was het slecht met hem gesteld. Dan werd hij smalend een klompenmajoor genoemd.

“De clog is een van de meest succesvolle voorbeelden van design in onze cultuur”, schrijft trendwatcher Colin McDowell in Shoes, Fashion and Fantasy, niettemin. De flitsende leaflet van de Lola's spreekt zelfs van de "bevrijding van miljoenen voeten' en onlangs stond hun klompje genomineerd voor de Rotterdamse designprijs. Zou de verguisde combatclog dan toch nog erkenning krijgen? Hans Kappetein, die samen met Marijke Bruggink en Marlie Witteveen de Lola Pagola-clog ontwierp, is daar niet zeker van.

“Aanvankelijk dachten we dat de klompschoen hier een zachte dood zouden sterven. Dat de snelle mode-types er niets in zagen. Maar er zijn inmiddels zo'n 20 duizend paar verkocht. In de Verenigde Staten en Japan zijn ze al razend populair, net als in Zuid-Afrika.” In tegenstelling tot de jaren zeventig, toen het dragen van klompen nog stond voor een sociaal of politiek statement, heeft het schoeisel nu geen enkele bijbetekenis meer, aldus Kappetein. “Het is een modeprodukt, dat vooral beschouwd wordt als extreem kledingstuk, als verrassing onder een lompenjurk of spijkerpak.”

De combatclogs worden niet gemaakt door een trendy schoenfabrikant, maar gewoon bij de Brabantse klompenboer Gerba die voornamelijk klompen voor timmerlieden kapt. “Het is een heel klassiek model.” Kappetein wentelt nonchalant een Biker in zijn hand. “Een orthopedisch verantwoorde klomp die landbouwers en kippenslachters nog dagelijks dragen. De clog is geen lullige frats ook al is het ontwerp een uit de hand gelopen grap. Je kunt er de oorlog mee winnen. Ja, echt!”