Vrees meerderheid Tweede Kamer: "Invloed WVC op zelfstandige musea straks te groot'

DEN HAAG, 24 MAART. Een meerderheid van de Tweede Kamer vreest dat na de verzelfstandiging van de zeventien rijksmusea en de vier ondersteunende diensten minister Hedy d'Ancona van WVC te veel greep houdt op het beleid van de desbetreffende instellingen. Dat bleek gisteren tijdens een kamerdebat over de nu in gang gezette verzelfstandiging van deze museale diensten.

De afspraken die d'Ancona met de afzonderlijke musea wil maken, laten volgens de Kamer te weinig ruimte voor eigen beleid. De minister noemde die vrees niet gerechtvaardigd. CDA-Kamerlid Mulder-Van Dam waarschuwde voor het risico dat nieuwe regels van overheid straks zorgen voor meer overheidsinvloed, ondanks verzelfstandiging.

Valk en VVD-woordvoerster Van Heemskerck zien het liefst een vierjarenplan waarin de overheid met de musea afspraken maakt voor de financiering. Die overeenkomsten mogen zeker niet te gedetailleerd zijn. Uitgangspunt moet maximale zelfstandigheid zijn met minimale afspraken.

Musea moeten ook sneller kunnen inspringen op verrassende aanbiedingen op de kunstmarkt. De kunstinstellingen grijpen nu vaak mis omdat zij door administratieve en financiële rompslomp niet snel genoeg kunnen reageren. Dat vindt het PvdA-Kamerlid Valk. Valk vroeg d'Ancona bij haar collega Kok van financiën aan te dringen op het instellen van een noodregeling. Daarbij gaat het hem niet zozeer om een speciale noodpot voor snelle aankopen maar om een nieuwe regeling. Daarbij moet volgens Valk de nieuwe Rijksdienst Beeldende unst (RBK) een lijst samenstellen van de lacunes in de Nederlandse museumcollecties.

Volgens Valk ontbreekt het vooral aan 16de-eeuwse kunst, maar ook de 17de-eeuwse beeldhouwkunst kan wat aanvulling gebruiken. Hij acht het logisch dat er naast het Deltaplan voor het behoud van cultuurbezit, een inventarisatie komt van wat er zoal ontbreekt in het cultureel historisch erfgoed. Het spreekt voor zich dat een lijstje met lacunes nooit naar buiten mag komen omdat dan de prijs opgedreven wordt.

Overigens blijven met name PvdA en VDD een warm voorstander van sponsoring van musea. d'Ancona nam “boze vermoedens” weg dat eigen inkomsten, die musea langs deze weg verwerven, vervolgens in mindering worden gebracht op hun budget. De minister blijft verantwoordelijk voor het betalen van de musea. En zij is het met Van Heemskerck eens dat musea niet mogen worden gestraft voor eigen inventiviteit en creativiteit.