Voetbal is razend populair onder jonge Japanse meiden

YOKOHAMA, 24 MAART. Op straat wordt hij onmiddellijk herkend. Sommigen houden hem staande en schudden hem de hand, anderen vragen om een handtekening. De Rotterdammer Hans Ooft, trainer van het Japanse voetbalelftal, is in het land een nationale beroemdheid, een bekende "Japanner', een held. Hij zelf haalt er de schouders over op. “Ach, wat is beroemd?”, mompelt hij achteloos. Voetbal is in twee jaar tijd razend populair geworden onder de Japanners, niet het minst onder jonge meiden. Is voetbal sexy? Ooft schiet in de lach. “Sexy? Dat wist ik niet.”

Volgens Ooft heeft de populariteit in Japan iets kunstmatigs en wordt ze in de hand gewerkt door de media, die het publiek massaal en intensief voorbereiden op de eerste, officiële competitie voor profs, die 15 mei begint. En natuurlijk op de eindronde van het WK dat in 1994 in Amerika wordt gehouden. Het aantal voetbalbladen is in recordtijd gestegen van drie naar tien. “Als iets kunstmatig is, is de doelgroep ook vreemd”, zegt Ooft, verwijzend naar de duizenden schoolmeisjes die naar de wedstrijden komen kijken.

Japan won dit jaar voor het eerst de Azië Cup, waaraan acht landen deelnamen. Een soortgelijke overwinning was sinds 1968 niet meer voorgekomen: toen haalde het Japanse elftal brons op de Olympische Spelen in Mexico. Het nationale stadion in Tokio trekt bij dergelijke wedstrijden gemakkelijk 56.000 toeschouwers. Supporters brengen geduldig de nacht in de buitenlucht door om de volgende ochtend nog een kaartje te bemachtigen. Ooft heeft zijn bedenkingen bij deze populariteit. De Japanse bond moet er naar zijn idee voor zorgen dat de grote belangstelling die het voetbal trekt niet kunstmatig blijft. “Het voetbal moet ook goed zijn”, stelt hij gedecideerd.

Voorzitter Saburu Kawabuchi van de Japanse voetbalbond zegt dat er meer snelle passes en meer beweging voor het doel moeten komen. Ooft: “Kawabuchi is een zakenman en denkt als een zakenman. Hij wil meer spektakel om het enthousiasme vast te houden”. Hoe communiceert Ooft met zijn spelers? “Sociale gesprekken hoef ik niet te voeren, daarvoor is mijn Japans te slecht. Ik praat wel met de jongens, maar ik hoef de bodem van hun ziel niet te kennen. In het voetbal leer je schelden het snelst. Verder ken ik veel Japanse voetbaltermen, tenslotte heb ik eerder de club van Mazda vier jaar getraind.”

Het contract van Ooft loopt tot aan het WK van volgend jaar. “Ik denk op de korte termijn en mijn doel is heel duidelijk.” Voorziet hij verruwing van het Japanse voetbal? Ooft: “Japanners spelen hard en vinnig. Daarbij hebben ze de discipline van de Duitsers en de souplesse van de Latijns-Amerikanen.” En is er geweld onder de supporters, zoals in Europa? “Japan heeft zich daarop goed voorbereid. De mensen hier weten hoe ze stadions moeten bouwen - met grachten en al. Ze hebben zelfs De Galgenwaard van FC Utrecht intensief onderzocht.”

Op 8 april begint het Japanse elftal aan de voorronden voor het WK. Die datum verklaart waarom de nationale competitie in Japan pas in mei aanvangt. De bond had de clubs negen maanden de tijd gegeven om aan een aantal ingrijpende criteria te voldoen. Zo moeten ze een eigen stadion hebben met ten minste 30.000 plaatsen, een A-elftal, een B-elftal en twee jeugdteams. Bovendien moeten ze zich los maken van het moederbedrijf dat de club sponsort, hoewel bij de meeste clubs het bedrijf hoofdsponsor blijft met 40 à 50 procent van het budget. Sommige clubs moesten zodoende zelfs verhuizen naar een andere stad.

Aanvankelijk mikte men wat de seizoenstart betreft op maart. Maar daartegen kwam Ooft in het geweer in verband met de WK-wedstrijden van het nationale team. Maart verviel dus en 15 mei werd gekozen als eerste wedstrijddag voor de competitie en dat zal zo blijven. Het seizoen wordt in de hete zomermaanden onderbroken en eindigt in november. Omdat het stadion van Yama, dat vorig jaar in de oude competitie voor amateurs nog derde werd, niet aan de eisen voldoet, is de vereniging tot haar grote woede uitgesloten. Maar dat is hooguit voor één jaar.

Ooft verwacht dat er dit jaar tien clubs meedoen, volgend jaar twaalf en in 1995 zestien. Yama bouwt nu een reusachtig stadion waar zelfs de Shinkansen, de supersnelle trein, zal stoppen en dat door Yama al is ingeschreven voor het WK in 2002, want de Japanners rekenen er steevast op dat het WK dan in hun land zal worden gehouden. Ooft gelooft zelfs nog eerder. “Het hele circus voor 2002 draait hier al vanaf 1990. Als Azië aan de beurt is, ligt de keuze voor Japan het meest voor de hand. Japan heeft dan genoeg aan acht à tien stadions, maar al vijftien hebben erop ingeschreven.”

Behalve door de nieuwe competitie en de deelneming aan het WK trekt Japan om nog een reden aandacht in de voetbalwereld. De FIFA heeft ermee ingestemd dat Japan voor één jaar proeftuin wordt voor een nieuwe, ingrijpende competitieregel. Wedstrijden mogen niet in een gelijkspel eindigen. Indien aan het einde van de officiële speeltijd de stand gelijk is, wordt de wedstrijd vervolgd met de "sudden-death' waarbij het eerstvolgende doelpunt de beslissing brengt. Wie als eerste scoort, wint. Ooft is geen voorstander van de nieuwe regel. Hij heeft gewoon een praktisch bezwaar. Hij is bang dat, wanneer het warm wordt en er 's avonds moet worden gespeeld, toeschouwers wegblijven. “Als wedstrijden uitlopen, halen mensen de laatste trein niet meer.”

In Japan wordt wel gezegd dat een belangrijke voorwaarde voor succes van de competitie is, dat clubs zich niet langer identificeren met het bedrijf waaruit ze voortkomen, maar met de stad waar ze zijn gevestigd. Ooft beaamt dat, maar geeft toe dat dat in Japan lastiger is dan in Europa. Japanners identificeren zich nu eenmaal voor alles met de onderneming waar ze werken. Sommige clubs trokken volgens hem daarom buitenlandse spelers aan, zoals Grampus Eight uit Nagoya de Brit Lineker en Kaishima Antlers de Braziliaan Zico Coimbra, beroemde spelers “op leeftijd” om snel de band tussen supporters en club zo hecht mogelijk te maken. Het zijn spelers die hooguit twee jaar mee zullen doen. Ooft ziet overigens de onthechting van het bedrijf al heel duidelijk gebeuren. “Clubs hebben tegenwoordig allemaal hun eigen kleuren, andere dan die van het bedrijf, tot aan de suikerzakjes toe”, zegt Ooft. De bondscoach verwacht dat het niet lang meer zal duren of Japan zal jonge buitenlandse spelers aankopen. “Eerlijk gezegd zou ik daarmee al begonnen zijn.”

Japanse clubs mogen drie buitenlandse spelers opstellen en vijf op de loonlijst hebben. Dat is dan ook de reden, zegt Ooft, dat de Nederlander Dido Havenaar zich wil laten naturaliseren tot Japanner. De ex-doelman van FC Den Haag is nummer vier bij zijn vereniging en heeft geen zin eeuwig op de bank te zitten. “Als hij Japanner wordt is er een goede kans dat ik hem dan oproep voor het nationale elftal.”