"Verdeelsleutel stadsherstel is niet eerlijk'

DEN HAAG, 24 MAART. Er moet een andere verdeelsleutel komen voor het geld dat aan stadsvernieuwing wordt besteed.

De raad van advies voor de ruimtelijke ordening (RARO) heeft zich vandaag in een advies aan staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) achter de gemeenten opgesteld die de afgelopen weken hun beklag hebben gedaan over de wijze waarop het geld aan stadsvernieuwingsfondsen wordt toebedeeld. De stad Utrecht begon vorige week een campagne om duidelijk te maken dat ze zeventig miljoen gulden nodig heeft voor de stadsvernieuwing, in plaats van de zeventien miljoen gulden waartoe de regering heeft besloten. Wat de regering doet is niet veel meer dan het verdelen van de armoede. Het stadsvernieuwingsgeld komt bovendien niet altijd daar terecht waar het het hardste nodig is. Aldus de RARO in het advies over de ontwerpnota “Verdeling van rijkssteun voor stadsvernieuwing in de toekomst”.

De raad is bezorgd dat door de voorstellen van de regering de stadsvernieuwing in een aantal steden voortijdig tot stilstand zal komen. Dat kan ertoe leiden dat er meer woningen op uitbreidingslokaties aan de randen van steden en dorpen moeten worden gebouwd.

Vooral gemeenten met hoge grondproduktiekosten komen er volgens de RARO te bekaaid vanaf. De kosten van het bouwrijp maken van grond lopen sterker uiteen dan de regering veronderstelt, onder andere doordat een aantal steden te kampen heeft met ernstige bodemsaneringsproblemen. Zo heeft Utrecht vandaag laten weten dat de grondkosten voor de stadsvernieuwing twee keer zo hoog zijn, als het bedrag waarvan de staatssecretaris uitgaat. Dat bedrag zou 300 miljoen hoger uitpakken dat Heerma heeft berekend. Op grond daarvan kort de bewindsman ten onrechte fors op de stadsvernieuwingsbijdrage, zo liet de gemeente vanochtend weten.

De RARO noemt Enschede en Zaanstad als voorbeelden van steden die er de dupe van dat bij verdeling van het stadsvernieuwingsgeld meer rekening wordt gehouden met de omvang en samenstelling van de woningvoorraad dan met de aanwezigheid van oude industriecomplexen.

De raad vraagt de regering meer rekening te houden met de verschillen tussen de gemeenten. Kan dat niet, dan moet een deel van het geld voor stadsvernieuwing in een knelpuntenpot worden gedaan voor gemeenten die in de dreigen te komen.

Staatssecretaris Heerma stelt vanaf 1994 tot het jaar 2005 nog 7,2 miljard gulden beschikbaar voor stadsvernieuwing. De vier grote steden ontvangen vanaf 1994 55,5 procent van de rijkssteun, gemeenten met tussen de 30.00 en 100.000 inwoners krijgen 13 procent. De overige gemeenten met meer dan 100.000 inwoners krijgen vanaf 1994 18,8 procent.