Sfeervol vervolg op film Distant Voices, Still Lives van Terence Davies; Een laatste kinderzomer in Liverpool

The Long Day Closes. Regie: Terence Davies. Met: Leigh McCormack, Marjorie Yates, Anthony Watson, Ayse Owens. Amsterdam, Kriterion; Nijmegen, Scala.

In een interview dat hij gaf aan deze krant bij gelegenheid van zijn eerste, veelgeroemde speelfilm Distant Voices, Still Lives (1988), liet de Engelse cineast Terence Davies doorschemeren dat hij nóg een film zou kunnen ontlenen aan zijn eigen familie en hun bestaan in een sleetse Liverpoolse arbeidersbuurt. Distant Voices, Still Lives toonde ze tijdens en kort na de oorlog: een moeder en drie half-volwassen kinderen als slachtoffers van een pathologisch gewelddadige vader, die in een ferm afgesloten hoek van zijn hart een kistje tederheid had weggestoken.

Davies' tweede, The Long Day Closes, die uitdrukkelijk als autobiografie wordt gepresenteerd, is die andere film. Opnieuw neemt Terence Davies ons mee naar de roetige, deze keer ruïneuze, straat in Liverpool. Het waait en de regen gutst. Hij duwt ons een huis in dat op instorten staat en we stommelen door een glibberig portaaltje dat uitkomt op een vervallen trap. Voor onze ogen draait Davies de tijd terug, nu naar 1955: het drabbige licht verheldert zich tot de warme bruinen en gelen die we kennen uit zijn debuut, scheuren trekken weg uit de muren, de trapleuning herstelt zich en op de plotseling aanwezige loper zit een jongen van een jaar of elf met een gelukkig gezicht. Hij luistert naar zijn moeder die in de keuken staat te zingen, bij de enige kraan die de woning rijk is.

Davies etst met The Long Day Closes de laatste kinderzomer van een gevoelige jongen. Het einde van de stralende "lange dag' uit de titel is begonnen: in de idylle van zijn kinderjaren worden gaandeweg meer blutsen geslagen, door cynische leraren met hun Spaanse rietjes, wrede klasgenoten, een kinderhatende "pietenzuster' en familieleden die het gezelschap van een verloofde prefereren boven dat van hun broertje. Davies componeerde The Long Day Closes rond de jongen die hijzelf was, om het zoontje, dat in Distant Voices werd weggelaten omdat het nog te jong was voor een rol van betekenis. Zijn moeder, zijn zusters, zijn broer, ze zijn direct te herkennen uit de vorige film, ook al hebben ze andere geboortejaren, dragen ze andere namen en worden hun rollen gespeeld door andere actrices en acteurs. Er is echter een doorslaggevend verschil: ze zijn nu gelukkig. Immers, Distant Voices wervelde om de dood van de vader en de boze en bange herinneringen die zijn gezin aan hem koesterde. In The Long Day Closes is hij er niet meer om zijn omgeving te terroriseren en te mishandelen. Hoogtijdagen worden nu niet meer vergald maar des te uitbundiger gevierd. De vader wordt gemist noch herdacht. Het is of hij er nooit is geweest, niet een keer komt hij ter sprake. Een teken van zijn bestaan zit misschien verstopt tussen de tranen in de wimpers van de moeder wanneer ze in de schemer met haar jongste op haar schort zit. Zachtjes zingt ze een van de vele evergreens die ze kent. In de gloed van hun intimiteit beweent ze natuurlijk dat zelfs haar nakomertje al bijna te groot voor haar schoot is. Maar de goede verstaander die ook Distant Voices zag, voelt haar vermoeide treurnis over de manier waarop zijn broer en zusjes diezelfde geborgenheid destijds werd onstolen.

Nu spreekt het vanzelf dat lang niet iedereen die The Long Day Closes bekijkt ook Davies' eerste film zal kennen. Dat is een probleem, want Davies rangschikt dezelfde elementen rond zijn eigen, door hem als paradijselijk ervaren jeugdjaren, en dat resulteert in een beperkt verhaal. Wie het wrange verleden kent waar dit gezin zijn geluk op bouwde, wie weet dat Terence Davies de Liverpoolse arbeidersman beschouwt als het eenzaamste schepsel op aarde, wie de volgens hem per definitie problematische verhouding tussen deze mannen en hun gezin invult, wie het belang kent dat Davies toedicht aan het gezamenlijk zingen in huiskamers en café's, kortom wie Distant Voices, Still Lives zag, ondergaat met The Long Day Closes een volle, rijpe, sterk ontroerende film. Voor ieder ander is het in de eerste plaats een tot leven gewekt fotoalbum dat weemoedig het slot van een ongewoon sensitief beleefde jongenstijd oproept, in een zwaar geïdealiseerd gezin waar armoede zo onbelangrijk was dat niemand erop lette. Angst en een toekomst als buitenbeen liggen op de loer en laten zich nooit meer wegjagen, maar de herinneringen van deze jongen zullen hem tot wapens dienen. Het leidt samen tot een aangrijpende miniatuur, maar vergeleken met het grootse doek dat erachter schuil gaat, is het aanzien soms zoetig en de betekenis ervan erg particulier.

Onontkoombaar blijft Davies' toverkunstige vermogen tot het scheppen van sfeer en het weer tot leven zingen van het verleden. Alles maakt hij spannend, ook de kleinste dingen: hoe een gordijn kon ruiken, hoe bibberen voelde bij zwemles, hoe je moeder keek als je iets deed wat ze niet verwachtte - de pas gewassen vitrage over haar hoofd gooien zodat ze er even uitzag als een blozende bruid, bijvoorbeeld. Of hoe de buurvrouw kon schelden op de rossige lolbroek die haar man was. Net of ze 'm uit de grond van haar hart haatte, maar iedereen die ze samen weg zag schommelen, wist wel beter. En al heb je buurvrouw noch buurman ooit ontmoet en stak je nooit een vinger naar de vitrage uit, licht, decors, kleuren, details en de blik op de personages verzekeren The Long Day Closes soms van een magische algemene geldigheid. Dát is de macht die Terence Davies hier uitoefent en waarmee hij zich waarmaakt als een ongekend oorspronkelijk cineast.