Politiewet aangenomen, niet alle problemen opgelost

DEN HAAG, 24 MAART. De VVD heeft zich gisteren ontpopt tot het enfant terrible van het debat over de vernieuwing van het politiebestel. De liberalen kondigden als enige partij in de Tweede Kamer aan volgende week dinsdag tegen de nieuwe politiewet te zullen stemmen. “We zullen tegen een wet stemmen waarvan we de doelstelling onderstrepen,” zo verklaarde woordvoerder Dijkstal gistermiddag aan het slot van het debat.

Het doel van de nieuwe politiewet is een eind te maken aan de versnippering van het politie-apparaat over 149 korpsen en korpsjes van gemeentelijke en rijkspolitie. De gehele Kamer heeft zich eerder achter deze doelstelling gesteld, waarna vooruitlopend op wetgeving de samenvoeging van gemeente- en rijkspolitie tot een eensoortige regionaal georganiseerd politie-apparaat werd ingezet. In de wet moet nu bijvoorbeeld worden vastgelegd hoe gezag en bestuur over de regiokopsen is geregeld.

Reden voor de ogenschijnlijk schizofrene opstelling van de VVD is, dat de fractie ervan overtuigd is dat de vernieuwing van het politiebestel niet zal slagen als er niet op korte termijn veel meer politieagenten bij komen. De cijfers die de partij daarbij noemt (dit jaar 1.450, oplopend tot 10.000 extra agenten tot 1998) doen sterk denken aan vroege verkiezingslyriek omdat niet goed duidelijk is hoe de VVD de plannen wil betalen. Bovendien is het de vraag of dergelijke grote aantallen dienders in zulke korte tijd kunnen worden geworven en opgeleid.

De opstelling van de VVD was des te opmerkelijker omdat de fractie van Groen Links, die altijd getwijfeld heeft aan het democratisch gehalte van de nieuwe politie-organisatie, gisteren bekend maakte vóór de wet te zullen stemmen. Groen Links-afgevaardigde Brouwer toonde zich gecharmeerd van een van de vele moties ondertekend door CDA-afgevaardigde Van der Heijden en zijn coalitiegenoot Stoffelen, waarin het kabinet wordt gevraagd de politieregio's op termijn te laten samenvallen met de regio's van het binnenlands bestuur. “Dat is een verschuiving in de goede richting naar een beter verankerde democratische controle,” aldus Brouwer. In alle debatten over het nieuwe bestel, en in alle stukken van de schriftelijke voorbereiding is eindeloos gepraat en geschreven over de “democratische inbedding” van de politie. Vrijwel alle partijen toonden zich beducht voor een politie-apparaat dat los zou slaan van de ankers van lokaal gezag en beheer, dus bestuur door burgemeester en gemeenteraad. Verzelfstandiging van de politie moet voorkomen worden, dus was het de vraag hoe de lokale inbreng gegarandeerd wordt binnen de 25 politie-regio's waarin het land wordt opgedeeld. De regio's vormen een bestuurlijke noodgreep omdat er in Nederland op de schaal tussen provincie en gemeente geen democratisch gekozen orgaan functioneert. Het bestuur van de politieregio's wordt gevormd door colleges van burgemeesters van alle gemeenten binnen de regio, soms vijftig in getal. Binnen de gezagsverhoudingen aan de top van die regio's spelen verder de hoofdofficier van justitie en de politiechef een belangrijke rol. Vandaar dat de oppositie zich ernstige zorgen maakte over de lokale inbreng in de toekomst.

Dijkstal, die zich rechts zag ingehaald door Groen Links, reageerde verbaasd op de ommekeer van Brouwer: hoe was het mogelijk dat zij zich liet inpakken door een vage motie van de coalitiepartijen. Immers als de democratische controle van het politiebestel moet wachten tot het binnenlands bestuur is geregeld, zitten we ruimschoots in de volgende eeuw. Brouwer reageerde koelbloedig met de opmerking dat zij wel begrip had voor de principiële opstelling van de VVD “omdat dat meestal de onze houding is”. Maar in dit geval koos Groen Links even voor een andere opstelling.

Het kabinet is er de afgelopen week in geslaagd afgezien van de VVD de niet-regeringspartijen het gevoel te geven dat er naar hen is geluisterd. Na een moeizaam begin van het debat op dinsdag en woensdag werd vorig week donderdag een extra vergaderdag ingelast om de ruim zestig wijzigingsvoorstellen van de Kamer de bespreken. Door enkele amendementen van de oppositie over te nemen, is de groeiende irritatie over de “arrogante” manier waarop kabinet en coalitiefracties de “discussie hadden dichtgetimmerd” weggenomen. Van der Heijden en Stoffelen gingen deze week nog even door met hun optreden als “Siamese tweeling van de Politiewet” (Dijkstal) door nog wat gezamenlijke moties af te scheiden. D66 afgevaardigde Kohnstamm, ook al op de bres voor de democratische inbedding, heeft uiteindelijk hoofdschuddend vastgesteld “geen aanleiding te zien de fractie te adviseren tegen de wet te stemmen”. Geen der partijen wekte echter de indruk dat dit het laatste “historische” politiedebat is geweest. Grote problemen zijn blijven liggen zoals de definitieve regio-indeling of een praktische kwestie als de overdracht van onroerende goederen (politiebureau's) van de oude naar de nieuwe organisatie.