PHIA BERGHOUT 1909 - 1993; Geboren voor de harp

Toen ze drie jaar oud was, wist ze al wat ze wilde worden: harpiste.

Phia Berghout, die toen in Rotterdam woonde, liep aan de hand van haar vader langs een muziekwinkel en raakte gebiologeerd door dat prachtige instrument. Op haar tiende kreeg ze haar eerste harples en toonde zo veel talent dat haar al op haar veertiende werd gevraagd om in het Residentieorkest te spelen. “Een aardig, pittig klein meisje met korte rokjes en hangend haar”, schreef de Hollandsche Revue in 1925. Maandag overleed Phia Berghout, 83 jaar oud. Tot het laatst toe hield zij zich intensief bezig met de harp, de laatste jaren ook als therapeutisch middel voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen.

Phia Berghout wordt altijd in een adem genoemd met de legendarische harpiste Rosa Spier, van wie zij les kreeg aan het conservatorium in Den Haag. Toen Berghout in 1933 als tweede harpiste bij het Concertgebouworkest kwam, dat onder leiding van Willem Mengelberg stond, zat Spier daar als eerste harpiste. Eduard van Beinum, toen nog tweede dirigent, werd in 1938 eerste dirigent naast Mengelberg, na de oorlog bekleedde Van Beinum die functie alleen. Tussen Van Beinum en Berghout ontstond een hechte relatie die tot zijn dood in 1959 duurde.

Toen Spier in de oorlog op last van de Duitse bezetters werd ontslagen, vroeg zij Berghout haar plaats voorlopig in te nemen. Mengelberg koos echter iemand anders. Na de oorlog werd Berghout soloharpiste bij het orkest en maakte vele buitenlandse reizen. In 1961 nam ze ontslag. Zij richtte de Eduard van Beinumstichting op en begon op Queekhoven, een landgoed in Breukelen aan de Vecht, een internationaal ontmoetingscentrum voor jonge afgestudeerde musici. Op Queekhoven wilde zij verschillende kunsten bij elkaar brengen: muziek, literatuur, beeldende kunst, architectuur. Haar harpweken daar werden wereldberoemd. In 1974, het jaar dat ze 65 werd, vond zij dat een jongere generatie Queekhoven moest overnemen. De nieuwe leiding veranderde echter de koers en het ging snel bergafwaarts met het centrum. De teloorgang van Queekhoven was voor Berghout een pijnlijke ervaring en ze heeft altijd gehoopt op een "nieuw Queekhoven'.

Berghout gaf meer dan dertig jaar les aan de conservatoria van Amsterdam en Maastricht. In 1980 kreeg zij de zilveren erepenning van de provincie Limburg wegens haar grote verdiensten voor het culturele leven in Limburg. Bekendheid bij een breed publiek kreeg zij mede door haar optredens gedurende dertig jaar voor schoolkinderen, samen met de fluitist Hubert Barwahser. Ze speelde ook vaak in gevangenissen.

Net als Rosa Spier inspireerde zij eigentijdse componisten, zoals Marius Flothuis en Lex van Delden, tot het schrijven van werken voor harp. Jonge harpisten stimuleerde zij om moderne composities te spelen. “Het verdriet me wel eens”, zei ze anderhalf jaar geleden in een interview met deze krant, “dat harpisten altijd weer teruggrijpen op hetzelfde, oudere repertoire. Jongeren zouden meer werken moeten spelen die in de loop van deze eeuw zijn ontstaan. Voor componisten is dat ook stimulerend”.