"Onze samenwerking niet laten remmen door Walen'

Morgen komt voor het eerst een premier van Vlaanderen op officieel bezoek in Nederland. Premier LUC VAN DEN BRANDE zal bij zijn collega Lubbers pleiten voor intensievere samenwerking in de Benelux - desnoods zonder de Walen.

BRUSSEL, 24 MAART. De Vlaamse premier, Luc van den Brande, zit niet te wachten op een rode loper meer of minder. Dat zijn Waalse collega Spitaels begin dit jaar met de nodige egards werd ontvangen door president Mitterrand van Frankrijk, neemt hij voor kennisgeving aan. Van den Brande wil die ontmoeting absoluut niet als maatstaf nemen voor de ontvangst die hij morgen zal krijgen wanneer hij voor een officieel bezoek naar Den Haag komt. “Het belang van het gesprek zit hem niet in het decorum”, zegt de Vlaamse premier.

Van den Brande - net terug van een bezoek aan Tsjechië - zegt perfect tevreden te zijn met het programma dat hem voor het eendaagse bezoek in Den Haag in het vooruitzicht is gesteld: een vergadering, gevolgd door een werklunch met premier Lubbers, minister Kooijmans van buitenlandse zaken en wellicht ook staatssecretaris Dankert van Europese zaken.

De 47-jarige chisten-democraat Luc van den Brande is geboren en getogen in Mechelen, hij was advocaat en tot begin vorig jaar nationaal minister van Tewerkstelling en Arbeid. Als premier van Vlaanderen steekt hij zijn ambities niet onder stoelen of banken. Onlangs gaf hij het startsein voor het project "Vlaanderen-Europa 2002', vooral bedoeld om de burger bij het bestuur te betrekken, en om het open karakter van de Vlaamse samenleving te onderstrepen. “Het raakt mij als men in het buitenland Vlaanderen zou kunnen identificeren met de ideeën van het Vlaams Blok.”

Alleen als de burger het gevoel heeft dat er een betrouwbaar bestuur boven hem staat, dat naar hem luistert, heeft de Vlaamse samenleving kans van slagen in het fin de siècle, zegt Van den Brande. Zelf gaf hij het voorbeeld door het persoonlijk dienstbetoon af te schaffen. Dossier nummer zoveel komt bij hem ook niet meer automatisch boven op de stapel te liggen.

Van den Brande kent Nederland goed. Elk jaar brengt hij zijn zomervakantie door op Schiermonnikoog. “Als ik de grens oversteek, kom ik niet in een andere wereld”, zegt hij. De bedoeling van zijn bezoek morgen is, zegt hij, Nederland duidelijk te maken “wat de nieuwe institutionele werkelijkheid” in België is. Vlaanderen (5,7 miljoen inwoners) kan zijn eigen onderwijs- en cultuurbeleid bepalen, net zoals het zelfstandig is op gebieden als economie, milieu, ruimtelijke ordening, energievoorziening en volkshuisvesting. Het is nuttig dat Den Haag weet dat het daarvoor niet langer bij de Belgische regering maar bij de Vlaamse overheid moet aankloppen, zegt Van den Brande.

Maar de Vlaamse premier zal het niet laten bij die theoretische uitleg. Hij wil ook concreet voorbereidingen treffen voor verbreding van de samenwerking met Nederland. Nederland is tot dusver “een dichte buur, maar een verre partner” en daar moet verandering in komen. Van den Brande onderstreept dat hij naar Den Haag komt zonder enig verwijt over een gebrek aan belangstelling van Nederland voor de Vlaamse zaak in het verleden. Van den Brande kijkt liever vooruit. “Laten we in een open sfeer en op basis van gelijkwaardigheid de dingen doen die essentieel zijn.”

Nu nog onderhouden de Vlaamse en Nederlandse overheid hoofdzakelijk relaties op het gebied van cultuur en taal. Van den Brande streeft er naar om het huidige culturele akkoord tussen Nederland en Vlaanderen om te buigen tot een algemeen akkoord over samenwerking op veel meer (economisch bepaalde) terreinen. Die verbreding kan variëren van infrastructurele projecten tot gemeenschappelijke voorbereiding van EG-ministerraden.

Bij versterking van de economische samenwerking denkt Van den Brande aan “verdieping en verbreding” van activiteiten binnen de Benelux. Daarmee stipt de Vlaamse premier een gevoelig punt aan voor Wallonië. Die Belgische deelstaat is bang om in Benelux-verband te worden weggedrukt als Franssprekende minderheid. “Ik ben tegen een Beneluxiaans proces omdat de Walen er de Italiaanssprekende Zwitsers zijn die op het meer van Lugano paddelen”, verwoordde premier Spitaels vorig jaar de Waalse angst om te worden geminoriseerd.

Van den Brande toont zich niet erg onder de indruk van die verzuchting. Dat Wallonië het moeilijk heeft met de Benelux mag de overige partners er niet van weerhouden de Benelux nieuw leven in te blazen. “Het kan niet zo zijn dat Vlaanderen en Nederland hun beleid moeten afstemmen op het te lage ritme van de Benelux op dit moment”, zegt de Vlaamse premier. Bepleit hij dan een Benelux van twee snelheden? Van den Brande: “Het is aan mijn Waalse collega om een standpunt in te nemen, maar ik pleit in ieder geval voor de juiste snelheid voor de Benelux.”

Die uitlating is typerend voor houding die Van den Brande inneemt tegenover de Walen. Sinds hij vorig jaar werd benoemd tot premier van Vlaanderen, heeft hij bij herhaling laten blijken dat Vlaanderen zich niet langer laat afremmen door communautaire beslommeringen. Vooral zijn kritiek op de sociale zekerheid, nu nog behorend tot het domein van de nationale overheid, heeft veel stof doen opwaaien. Van den Brande verwijt de Walen dat zij naar verhouding een veel te groot beslag leggen op de uitgaven in de gezondheidszorg, en dat de Vlamingen moeten opdraaien voor de rekening. De Vlaamse regering heeft zelfs opdracht gegeven voor een wetenschappelijk onderzoek naar "niet-verklaarbare transferten' in de sociale zekerheid, richting Wallonië.

Critici waarschuwen dat Van den Brande hiermee de bijl aan de wortel legt van België als federale staat. Toen de Vlaamse premier afgelopen januari in een vraaggesprek in de Franstalige krant La Libre Belgique pleitte voor "confederalisme', was het hek helemaal van de dam. Van den Brande wil na het unitaire ook het federale België opdoeken, luidde de Waalse commentaren, en koning Boudewijn riep hem onmiddellijk bij zich voor tekst en uitleg. Zelfs oud-premier Martens, partijgenoot van Van den Brande, twijfelt aan de goede bedoelingen van de Vlaamse premier. “Je kan toch niet zeggen dat Luc van den Brande het federalisme als objectief heeft, tenzij een ver doorgedreven vorm misschien”, zei hij afgelopen week in het weekblad Knack.

Van den Brande krijgt een verbeten trek op zijn gezicht. “Over mijn gesprek met de koning zeg ik niets”, zegt hij kort. Ook wil hij niet in deze krant een polemiek gaan voeren met de heer Martens “De verdienste van Martens is dat hij een proces van federalisering in België op gang heeft gezet. Ik probeer daarop logisch voort te bouwen”, zegt hij afgemeten.

Voor een goed verstaander is het duidelijk: Van den Brande doet niets anders dan de consequenties trekken uit ontwikkingen die mede door de inzet van Martens in gang zijn gezet. “Wat ik voor heb met België? Eén, en in die volgorde: een zo groot mogelijke autonomie voor Vlaanderen. Twee: verdieping van Europa, in zijn democratische structuren en zijn sociale waardigheid. En drie: het invullen van een gezamenlijke Belgische ruimte vanuit de twee deelstaten, die zeggen: we willen een aantal dingen samen doen. Ik zal bijvoorbeeld niet pleiten voor een Vlaamse defensie. Ik vind het ook heel nuttig dat er coherentie is in het buitenlandse beleid. En dat er een aantal gemeenschappelijke regels zijn op monetair en economische gebied. Ik ben dus ook niet voor een aparte Vlaamse munt.”

Van de Brande onderstreept dat wat hem betreft in de "Belgische ruimte' ook plaats blijft voor solidariteit in de sociale zekerheid. Maar die solidariteit moet dan wel “objectief kwantificeerbaar” zijn , gebaseerd op eenduidige criteria en uniforme toepassing van de spelregels. “Ik begrijp niet dat hier in sommige kringen zo'n heisa over wordt gemaakt. In bijvoorbeeld de Bondsrepubliek is dat een elementair uitgangspunt”, zegt hij. “Men moet ophouden om te beweren dat mijn stellingen neerkomen op een pleidooi voor scheuring. Ik vraag niet om de splitsing van België. Ik zeg alleen maar dat de regels van het spel op correcte manier moeten worden toegepast.”

Van den Brande ziet de afloop van de discussie niet al te somber in. “Ik denk dat de Walen ook wel zullen inzien dat solidariteit niet kan steunen op een eenzijdige, receptieve houding”, voorspelt hij.

Op de vraag wanneer de Vlaamse premier op staatsbezoek zal gaan bij zijn Waalse collega in Namen antwoordt hij : “Ik heb al vaker gezegd: als de parlementaire behandeling van de huidige staatshervorming achter de rug is, en er dus meer duidelijkheid is, is het natuurlijk vanzelfsprekend dat wij een goede nabuurschap en samenwerking zullen opbouwen met Wallonië. Maakt u zich dus maar geen zorgen: de Walen blijven goede buren.”