Ombudsman laakt inzet van arrestatieteams

DEN HAAG, 24 MAART. De criteria voor het inzetten van speciaal bewapende arrestatieteams door de politie dienen te worden verbeterd.Dit concludeert de Nationale ombudsman in het vandaag verschenen jaarverslag over 1992.

In een aantal rapporten concludeerde de ombudsman dat in een aantal gevallen niet was voldaan aan de bijzondere voorwaarden die gelden voor de inzet van arrestatieteams. De inzet van zo'n team mag alleen bij de aanhouding van vuurwapengevaarlijke verdachten. Maar soms staan personen ten onrechte als zeer gevaarlijk te boek en in enkele gevallen klopte het adres niet waar de politie mee werkte.

De ombudsman vraagt de minister van justitie om de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming tot het inzetten van een arrestatieteam uitsluitend te leggen bij de hoofdofficier van justitie. De voorwaarden voor de inzet van een team moeten worden vastgelegd in een algemeen verbindend voorschrift en niet zoals nu het geval is in een intern voorschrift.

In 1992 wendden 14.536 burgers zich tot de ombudsman: 4.821 schriftelijke verzoeken om onderzoek en 9.715 telefonische vragen om informatie. De hoeveelheid schrifteljke klachten steeg ten opzichte van 1991 met 46 procent. Het aantal telefonische verzoeken om informatie nam met 21 procent toe.

De meeste onderzoeksrapporten van de ombudsman gingen over het ministerie van justitie (25,3 procent). Het gaat hier om klachten over het openbaar ministerie - zoals het slecht informeren van slachtoffers van misdrijven - en bezwaren op het gebied van vreemdelingenzaken. Op de tweede plaats volgt het ministerie van financiën met als belangrijkste sector de belastingen.

De ombudsman merkt terloops op in het jaarverslag dat vooral de laatste maanden van het jaar telefonisch in toenemende mate “negatieve uitlatingen over allochtonen” werden gedaan. Velen schreven daarbij problemen waarmee men werd geconfronteerd, al dan niet in bedekte termen, toe aan allochtonen.

In het jaarverslag wordt ook geconstateerd dat de naam ombudsman door steeds meer instanties wordt gebruikt. Gevraagd wordt deze wildgroei tegen te gaan door wetgeving. Om verwarring bij het publiek tegen te gaan, wordt gesuggereerd dat het beter is maatregelen te treffen “die waarborgen dat het gebruik van die naam alleen is toegestaan voor een instantie die voldoet aan bepaalde kenmerken”.

Het aantal onderzoeksrapporten met klachten over naturalisatieverzoeken steeg van 11 in 1991 tot 90 klachten vorig jaar. De meeste klachten betroffen de lange behandelingsduur van verzoeken tot naturalisatie. In een aantal gevallen werd de klacht geuit dat vaak niet wordt gereageerd op verzoeken om informatie over naturalisatie. Zo werd bijvoorbeeld niet gereageerd op een brief met het verzoek het betreffende naturalisatieverzoek met spoed te behandelen, in verband met de zeer slechte gezondheidstoestand van de in Roemenië wonende moeder van de verzoekers. Met het ministerie van justitie is inmiddels afgesproken dat klachten over de lange behandelingsduur van naturalisatieverzoeken zullen worden afgehandeld via een vereenvoudigde procedure.