Laatste troef van oppositie tegen Jeltsin; Luchtmachtgeneraal is populair bij de militairen en spreekt de taal van het volk

MOSKOU, 24 MAART. Niet alleen president Boris Jeltsin speelt va-banque. Ook zijn vice-president Aleksandr Roetskoj is in het hoogste bod verzeild geraakt. Hoewel het presidentiële kamp het graag doet voorkomen alsof het om een finale titanenstrijd tussen Jeltsin en parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov gaat, weet de luchtmachtgeneraal dat hij de laatste troefkaart in het grand slam is. Met zijn verklaring afgelopen zaterdag dat hij zich niet kan verenigingen met het besluit van Jeltsin om het land tot het referendum van 25 april via “speciaal bestuur” te regeren, heeft hij nu definitief laten blijken dat hij op de achterhand zit.

Als het Congres van Volksafgevaardigden vrijdag bijeenkomt om een beslissing te nemen over Jeltsins impitsjment, zoals het tegenwoordig in goed Russisch heet, wordt Roetskoj automatisch het nieuwe staatshoofd en dus ook de nieuwe opperbevelhebber. En als Jeltsin zich daar dan niet bij neerlegt en er zodoende twee presidenten zijn, ligt de laatste politieke keuze bij de militairen. Dan moeten zij beslissen wiens commando's ze voortaan zullen aanvaarden.

Minister van defensie Pavel Gratsjov heeft tot nu toe op zijn “neutraliteit” getamboereerd en net als zijn collega's van staatsveiligheid en binnenlandse zaken zijn trouw aan de grondwet beleden. Nu is dat nog een verkapte manier om te zeggen dat ze Jeltsin steunen. Maar als de huidige dubbele macht zich ook op het hoogste staatsniveau gaat reflecteren, komen ze er niet meer zo makkelijk vanaf.

Temeer daar Aleksandr Roetskoj niet zomaar een Chasboelatov is. Integendeel, generaal Roetskoj is een “pure” Rus. Hij is geen Tsjetsjeen, hetgeen op zich prettig uitkomt in Rusland, waar een inwoner van de Kaukasus a priori wordt geassocieerd met mafia en speculatie, een reputatie die in het geval-Chasboelatov nog eens wordt versterkt door een vloed van geruchten over een persoonlijke levensstijl die hem ook zonder feiten al chantabel maken. Roetskoj is bovendien een oorlogsheld die de taal der maten spreekt en er nog goed uitziet ook.

Net als Chasboelatov is Roetskoj een bondgenoot van Jeltsin geweest. Toen Boris Nikolajevitsj in verbitterde strijd was gewikkeld met zijn symbiotische beschermheer annex vijand Michail Gorbatsjov, waren zij het die Jeltsin door een aantal moeilijke momenten sleepten. Chasboelatov moest als vice-voorzitter van het Russische parlement de communistische tegenstanders manipuleren en deed dat zo adequaat dat hij, toen Jeltsin eenmaal tot president was gekozen, voorzitter moest worden.

Roetskoj was de man die de partij wist te scheuren, als beloning vice-president mocht worden en in die hoedanigheid in augustus 1991 een belangrijke rol speelde bij de verdediging van het parlementsgebouw tegen de putschisten. Hij was het die toen de praktische dagorders uitdeelde, hij was het die op woensdag 21 augustus Gorbatsjov op de Krim ging ophalen. Roetskoj was toen nog kolonel; een dag later werd hij door Gorbatsjov met een generaalster beloond.

Jeltsin wist twee jaar geleden precies wie hij in huis had gehaald. Het was hem in 1991 om niets anders te doen dan om die kwaliteiten die hem nu tot een “verrader” hebben gemaakt. Roetskoj was ook toen een nationalist, een communist en bovenal een militair. Maar Jeltsin had in die dagen boven alles een breekijzer nodig en koos daarom voor een man zonder enige betrouwbare politieke ervaring.

Aleksandr Vladimirovitsj Roetskoj, in 1947 in Koersk geboren, is namelijk vanaf zijn achttiende militair. Geen militair van het politieke of studieuze soort maar een vechter. Hij hoort in het rijtje van generaal Boris Gromov (de laatste commandant van de Sovjet-troepen in Afghanistan, thans onderminister van defensie) en de “vrije kater” Sasja Lebed, die nu het Russische leger op de linkeroever van de Dnjestr commandeert in de sluimerende strijd tegen Moldavië.

Toen Roetskoj als luchtmachtofficier in de jaren tachtig naar Afghanistan werd gestuurd, ging hij niet met lood in zijn schoenen. Als piloot voerde hij liefst 428 gevechtsvluchten uit. Dat hij in 1986 werd neergehaald en zwaar gewond raakte, kon hem er niet van weerhouden om twee jaar later terug te gaan. Weer werd hij in zijn toestel beschoten, nu boven Pakistaans grondgebied. Roetskoj werd krijgsgevangene gemaakt en werd ingeruild tegen een Pakistaanse spion. De medaille "held van de Sovjet-Unie' werd zijn deel. Op die titel kwam hij, zonder concurrentie van mededingers, in 1989 in het grote Sovjet-parlement en een jaar later in het Russische.

Roetskoj was toen vice-voorzitter van de nationalistische beweging Otetsjestvo (Vaderland), een organisatie die geen begrip kon opbrengen voor het onafhankelijkheidsstreven in de deelrepublieken van de Sovjet-Unie. Pas toen het tij in 1991 keerde, wendde ook Roetskoj zijn steven. Hij was het die in maart 1991, toen parlementsvoorzitter Jeltsin onder druk kwam te staan van oppositie in het Volkscongres, een democratische communistische fractie oprichtte, de oppositie tegen Jeltsin scheurde en de latere president aldus wist te redden.

Maar zijn verleden en karakter verloochende hij daarna toch niet. Als ex-communist bleef hij geloven in partijvorming. Zijn Volkspartij Vrij Rusland was daarvan het resultaat. Nu is die organisatie deel van de brede gematigd-conservatieve oppositiecoalitie Burgerunie. Omdat Jeltsin tot nu toe steeds hardnekkig weigerde om een eigen partij te vormen - het staatshoofd vond dat hij zijn functie “namens het volk” bekleedde - kon de Burgerunie als “centristische kracht” het Russische parlement gaan domineren. Als een der leiders van de Burgerunie was Roetskoj de hoogstgeplaatste criticus van de economische "shock-therapie' van Jegor Gaidar, een beleid dat inderdaad tot weinig anders bleek te leiden dan een radicale liberalisatie van de toch al amper gereguleerde Russische economie en daarom voor het gewone volk onbegrijpelijk was.

Als nationalist zag hij het als als zijn taak om de etnische minderheden binnen en buiten Rusland zo nu en dan de dampen aan te jagen. Befaamd is zijn telefoongesprek medio vorig jaar met president Sjevardnadze van Georgië die hij toen, bij het begin van de burgeroorlog met de Abchaziërs, toevoegde: “Ik laat een eskader de lucht ingaan en zal jullie steden bombarderen”.

Roetskoj vertolkt, met zijn standpunt dat de huidige Russische Federatie het eigenlijke Rusland niet is, de emotie van brede lagen van de bevolking. Voor veel Russen is ook het onverteerbaar dat ze “bezetters” worden genoemd door de volkeren die ze in hun eigen ogen juist in de vaart der volkeren hebben opgestoten. “ Ik zie er niets verkeerds in het verlangen om een grote mogendheid te zijn. Als je een grootste macht bent, is dat het resultaat van vooruitgang in de sleutelsectoren van de menselijke daad. (...) Het is immoreel de rol van Rusland in de geschiedenis van de volkeren van de Sovjet-Unie te reduceren tot louter het Molotov-Ribbentrop-pact”, aldus Roetskoj.

Die Groot-Russische gedachte en zijn scepsis jegens een Westers kapitalisme in Rusland, vermengd met de burgelijke bereidheid tot compromissen, legden hem tot nu toe geen windeieren. De laatste week is Jeltsin, dankzij de gierende polarisatie die hij mede zelf heeft aangewakkerd, weer populairder aan het worden. Maar tot voor kort deed Roetskoj het beter in de peilingen dan zijn chef.

Roetskoj is een geduchte concurrent geworden waarmee Jeltsin geen kant meer op kan. Als Jeltsin besluit hem uit te schakelen, loopt hij het gevaar ook zijn eigen achterban overdwars te splijten. Zoekt Jeltsin het compromis, dan krijgt hij alleen nog maar meer last van hem. Aleksandr Roetskoj houdt zich nu dan ook koest. De radicale democraten mogen hem dan wel niet de snuggerste vinden, hij heeft het vak Russische politiek desondanks razendsnel onder de knie gekregen.