Japan voelt zich de zondebok; Westen verwijt voorzitter van G-7 gebrek aan initiatief

Japan voelt zich weer alleen op de wereld. Het moet machteloos toezien hoe in het Westen het beeld beklijft dat door Japanse onwil Rusland van Westerse hulp verstoken blijft. Die Westerse perceptie is volgens Japan weliswaar in strijd met de feiten, maar de perceptie wint het gevecht altijd. Ook Tokio weet dat.

Ogenschijnlijk gaat het om het Japanse verzet tegen vervroeging van de wereldtop van de G-7, die begin juli in Tokio zou worden gehouden. Japan heeft, onder druk van de recente omstandigheden in Moskou, dit verzet opgegeven, maar, door zijn reactieve optreden in de afgelopen weken, de verdenking op zich geladen dat het als voorzitter van de G-7 geen initiatief ontplooit. Eerst was het Frankrijk, en vervolgens Duitsland dat Japan passiviteit verweet.

De kern van het Japanse probleem met Rusland verschilt niet van dat van het Westen. Van de vorig jaar op de wereldtop in München afgesproken 24 miljard dollar hulp van de G-7, waaraan Japan loyaal meedeed, is vrijwel niets terechtgekomen. De oorzaken zijn bekend: Rusland slaagde er niet in een aanvaardbaar hervormingsplan voor het Internationale Monetaire Fonds te maken dat de hulp moet verdelen. De kleine 10 miljard dollar die wel is overgemaakt, zijn kortlopende leningen die het bankroete Rusland al snel zou moeten terugbetalen.

Maar de Japanse verhouding met Rusland wordt gecompliceerd door het territoriale geschil over de noordelijke eilanden, door Rusland steevast tot zijn Koerilen gerekend. Japan eist de eilanden terug die na de Japanse capitulatie nog gauw even werden bezet door Stalins Rode Leger. Pas dan wil het grootscheeps bilaterale hulp aan Rusland verstrekken.

Japan verwierf vorig jaar van de G-7 in München expliciete steun voor zijn standpunt. Het kabinet van premier Miyazawa speelde het geschil over de eilanden diplomatiek hoog op, volgens sommigen in Japan "belachelijk' hoog, want het gaat om eilanden waar de grootste tijd van het jaar sneeuw ligt, waar het koud is en waar hooguit gevangenissen kunnen worden gebouwd. Geen Japanner die ervan wakker ligt.

Het kabinetsbeleid culmineerde in de anticlimax van Jeltsins ondiplomatieke, eenzijdige afzegging van diens staatsbezoek aan Tokio. Japan stond plotseling met lege handen. Het gevolg was dat in Japan een anti-Russische stemming vat kreeg op de publieke opinie. Dit was vooral de schuld van de Japanse minister van buitenlandse zaken, Michio Watanabe, die zijn reputatie van houwdegen uitdroeg tot in Moskou, en van de premier zelf, die volgens waarnemers aan "grond-fetisjisme' leed en op het gevoel van de Japanners speelde.

Watanabe's positie is intussen verzwakt, hij is ziek, volgens sommigen doodziek en zou nog maar een paar jaar hebben te leven. Maar dat is voor de schandalen en interne machtsstrijd aangetaste LDP, waar oud-gedienden als oud-premier Nakasone het machtsvacuüm proberen te vullen, geen reden hem te vervangen. Nakasone, die om zijn populisme door velen in de regeringspartij wordt gevreesd, is juist een reden om de minister te handhaven. Beter een doodzieke Watanabe als minister van buitenlandse zaken dan een krachtige persoonlijkheid uit de school van Nakasone, die in de LDP het initiatief naar zich wil toetrekken. Maar een verzwakte Watanabe is geen sterk boegbeeld voor het ministerie, dat dan ook voortdurend de slag verliest in de buitenlandse politiek. De lakens worden uitgedeeld door eerste kabinetssecretaris Yohei Kono (in Japan lid van de ministerraad), die de zegen heeft van de premier. Kono is weliswaar een invloedrijk politicus binnen de LDP, maar in buitenlandse politiek een onbeschreven blad, die het aloude adagium aanhangt: Japan wikt, Washington beschikt.

Telkens wanneer Watanabe, die de nacht doorbrengt in een ziekenhuis, iets roept over bijvoorbeeld de G-7, wordt hij vervolgens door de eerste kabinetssecretaris publiekelijk gecorrigeerd met de woorden: “Wat de minister van buitenlandse zaken heeft bedoeld, is...”.

Kono voert zo'n afzijdige, afwachtende en reactieve buitenlandse politiek, of het nu deelname is van Japan aan de VN-vredesmissie in Mozambique (“Nee”) of de wereldtop van de G-7 (“Geen vervroeging”), dat hij alleen bij druk uit Washington zwicht en prompt kiest voor het Amerikaanse standpunt (“Vervroeging niet uitgesloten”).

Dat bevestigt natuurlijk de indruk in het Westen dat Japan passief is. Daarbij doet het een beetje lachwekkend aan wanneer de Japanse regering Frankrijk of Duitsland verwijten maakt. Wie geen initiatief ontplooit, moet niet verbaasd opkijken wanneer anderen dat wel doen. En wie alleen maar reageert, moet niet verbaasd zijn dat anderen die wel ageren Japan niet vooraf raadplegen.

Japan heeft door zijn blinde diplomatie jegens de noordelijke eilanden zichzelf het het zicht ontnomen op wat zich in Rusland afspeelt. Het roerde op schadelijke wijze de anti-Russische trom. Pas nu begint het uit zijn dromerij te ontwaken. Het begint te beseffen dat er in Moskou veel op het spel staat en dat het bij een dictatoriaal nationalistisch bewind zijn eilanden moet afschrijven.

Toch ziet Japan vooralsnog als allereerste dreiging niet de turbulente ontwikkeling bij zijn buur Rusland - alle recente rethoriek uit Tokio ten spijt. Het gevaar komt voorlopig vooral uit het Westen, dat in Japanse ogen een onwillig Japan aanwijst als zondebok voor Westerse schuldgevoelens jegens Jeltsin. Het alleen-op-de-wereld-gevoel raken de Japanners niet zomaar kwijt, daar zorgen ze zelf wel voor.