Hoechst zwijgzaam over grote incidenten

FRANKFURT, 24 MAART. Aan de golf van ongelukken die het Duitse chemieconcern Hoechst de afgelopen weken heeft geteisterd, wilde Hoechst-topman dr. Wolfgang Hilger gisteren maar weinig woorden vuil maken. Eerst moest de presentatie van de twee weken geleden reeds gepubliceerde jaarcijfers afgerond worden.

Pas bij het vragenuurtje slaagden enkele journalisten er in om het pijnlijke onderwerp even aan de orde te stellen, maar Hilgers antwoorden wierpen weinig licht op de incidenten.

De grootste fout maakte Hoechst drie weken geleden, toen men in eerste instantie zweeg nadat uit een fabriek vlakbij Frankfurt twee ton chemicaliën was ontsnapt en een gelige wolk neersloeg op twee nabijgelegen woonbuurten. De onderneming weigerde mee te delen om welke stoffen het ging, maar meldde wel dat er geen sprake was van gevaar voor de volksgezondheid. Twee dagen later moest Hoechst toegeven dat de chemicaliën mogelijk kankerverwekkend waren en begon de onderneming aan een grote schoonmaak van de woongebieden.

In de volgende weken deden zich nieuwe incidenten voor, uitmondend in een explosie bij de hoofdfabriek van Hoechst die aan een werknemer het leven kostte. Evenals bij het eerste grote ongeval gaf de deelstaat Hessen opdracht voor een politie-onderzoek naar de toedracht.

De geslotenheid van het bedrijf leidde in de Duitse pers tot wilde speculaties over de gang van zaken bij Hoechst. De veiligheidsmaatregelen zouden onvoldoende geweest zijn, terwijl door de reorganisatie van de afgelopen jaren ook te weinig personeel aanwezig zou zijn.

Topman Hilger ontkende gisteren dat de fabrieken onderbemand zijn, maar gaf toe dat er waarschijnlijk “menselijke fouten” zijn gemaakt. De onderneming is volgens hem nu bezig te onderzoeken of personeelsleden te vaak en te lang dezelfde routinematige handelingen hebben moeten verrichten, waardoor zij wellicht minder alert hebben gereageerd.

Vooral het eerste ongeval heeft in Duitsland weer de vraag opgeworpen of fabrieken in dichtbevolkte gebieden mogen staan. Een onderwerp waar ook in Nederland, met name rond industriegebieden als het Rotterdamse Botlekgebied, vaak over gesproken wordt. Uit een onderzoek dat de Industriebond FNV een jaar geleden liet uitvoeren naar aanleiding van een reeks incidenten in het Botlekgebied, waaronder een explosie bij DSM Chemicals die zeven mensen het leven kostte, bleek dat de werknemers en omwonenden in dit gebied zich dagelijks in een “structureel gevaarlijke situatie” bevinden.

Volgens de bond worden de meeste incidenten veroorzaakt door een toenemende werkdruk voor het personeel, verouderde installaties, achterstallig onderhoud en onwerkbare veiligheidsvoorschriften - beweringen die door de chemische bedrijven zelf steeds met kracht worden tegengesproken. Maar de recente uitspraak van de Nederlandse rechter dat de ramp vorig jaar bij het Uithoornse bedrijf Cindu Chemicals waarbij drie doden vielen, te wijten is geweest aan “gebrekkige controles” lijkt het bewijs dat er ook in de Nederlandse chemiesector nog heel wat te verbeteren valt.