"Helft veehouders weg bij strenger mestbeleid'

DEN HAAG, 24 MAART. Strengere regels voor mest en ammoniak, zoals de ministers Alders (milieu) en Bukman (landbouw) die voor ogen hebben, leiden in het jaar 2000 tot een inkrimping van de varkensstapel met dertig procent. Ongeveer de helft van alle bedrijven (circa 18.000) in de intensieve veehouderij zal verdwijnen.

Dat blijkt uit berekeningen van het Landbouw Economisch Instituut (LEI). Het aantal dieren neemt minder sterk af dan het aantal bedrijven, omdat vooral de kleinere bedrijven stoppen en een deel van de produktie door andere bedrijven wordt voortgezet. Een inkrimping van de varkensstapel met dertig procent komt neer op een reductie van ruim vier miljoen van de huidige veertien miljoen varkens die Nederland nu telt.

Het LEI schetste de gevolgen van drie beleidsvarianten voor de aantallen dieren en de aantallen bedrijven: voortzetting van het huidige beleid, het huidige beleid aangevuld met maatregelen om de mineralenproduktie te verminderen (mineralenbeleid) en ten slotte het mineralenbeleid aangevuld met de eis dat in het jaar 2000 alle stallen emissie-arm zijn (ammoniakbeleid).

De laatste variant sluit het beste aan bij het beleid dat Alders en Bukman voor ogen staat. In dat scenario zal de pluimveestapel in het jaar 2000 met 22 procent ingekrompen zijn. Voortzetting van het huidige beleid, dus zonder extra maatregelen, zal volgens het Landbouw Economisch Instituut leiden tot een inkrimping van tien procent van de varkensstapel en bij toepassing van het mineralenbeleid met twaalf procent. Voor de pluimveestapel zijn die percentages respectievelijk 0 en 7.

De ministers Alders en Bukman zullen binnenkort voorstellen doen voor ammoniak- en mestmaatregelen voor de periode 1995-2000, de zogenaamde derde fase van het mestbeleid. Zij geven daarin de maatregelen aan die ertoe moeten leiden dat eerder afgesproken "verzuringsdoelstellingen' worden gehaald: de uitstoot van ammoniak moet in 2000 (ten opzichte van 1980) met 50 procent verminderd zijn en indien technisch en economisch haalbaar met 70 procent. In het Nationaal Milieu Beleidsplan (NMP) is vastgelegd dat in het jaar 2010 de ammoniak-emissie in bosrijke gebieden met 80 tot 90 procent teruggedrongen moet zijn.

Twee topambtenaren uit de "natuurpoot' van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij, hebben minister Bukman en staatssecretaris Gabor er onlangs voor gewaarschuwd dat het niet vasthouden aan de afgesproken doelstellingen “grote risico's” voor bos en natuur heeft. Gisteren lekte een notitie uit waarin beide ambtenaren de gevolgen voor natuur en milieu schetsen.

J. Pieters, directeur Natuur, Bos, Landschap en Fauna, en A. Kleinmeulman, adjunct-directeur Milieu, Kwaliteit en Voeding waarschuwen er in hun anderhalve maand oude notitie voor dat de vitaliteit van het bos op de hogere zandgronden in de komende tijd sterk achteruit kan gaan. Er zijn ook risico's dat de bosgroeiplaatsen ongeschikt zullen worden voor bos. “Onomkeerbare effecten voor het bos- en natuurbeleid zijn dan niet meer denkbeeldig.”

De financiële gevolgen van de aantasting van bos en natuur kunnen volgens beide ambtenaren nog niet exact worden aangegeven, “maar zijn eveneens aanzienlijk”. Deze liggen onder andere in de sfeer van investeringsverliezen in bestaande natuurterreinen en bossen, opbrengstvermindering, intensievere beheersmaatregelen, verhoogde kosten voor de bereiding van drinkwater en vermindering van inkomsten in de recreatieve sector.

Beide ambtenaren beseffen dat een streng beleid gepaard zal gaan met inkrimping van de veestapel, zoals uit de berekeningen van het Landbouw Economisch Instituut blijkt. Ze menen echter dat het behoud van natuurgebieden voorrang moet krijgen.