Foto: ANTWERPEN - "Alpinisten' van de ...

Foto: ANTWERPEN - "Alpinisten' van de milieuorganisatie Greenpeace bungelen sinds gisterochtend in ploegendienst aan een kraan van chloorproducent Solvay in de haven van Antwerpen.

Een tweede ploeg heeft zich tussen de zoutbergen aan een storttrechter vastgeketend, andere actievoerders blokkeren met een cabine een spoorlijn waar de chloortreinen van Solvay over rijden. Het actieschip "Solo' van Greenpeace voorkomt dat een schip dat zout uit Duitsland kwam lossen, weer kan uitvaren. Andere schepen moesten rechtsomkeer maken.

De acties vormen het begin van de "chloormaand' van Greenpeace. Tot april willen de activisten de aandacht vestigen op chloorverontreiniging, vooral in de Schelde. Morgen is er een nieuwe ronde in het Nederlands-Vlaamse overleg over de schoonmaak van de Schelde. Minister Maij maakte eerder deze week bekend dat deze onderhandelingen zullen worden losgekoppeld van de onderhandelingen over de Maas, waarbij het onwillige gewest Wallonië de belangrijkste onderhandelingspartner is.

Solvay-Antwerpen produceert jaarlijks 220.000 ton chloor, dat onder meer dient als grondstof voor PVC-plastic. Solvay is de grootste Europese chloorproducent en een van de belangrijkste PVC-producenten ter wereld. Greepeace houdt het bedrijf verantwoordelijk voor chlooruitstoot in de Schelde. Vorig jaar besloot de Parijse commissie dat de chloorchemie in het jaar 2000 moet worden afgebouwd. M. Besieux, leider van de Belgische tak van Greenpeace, stelde gisteren dat Solvay daarom meer haast moet maken met een chloorvrij produktie van plastics.

Solvay legde de Greenpeace-activisten uit 25 landen, die het bedrijf overvielen met rubberbootjes, gisteren geen haarbreed in de weg toen ze hun spanddoeken uitvouwden. Wel heeft het bedrijf een deurwaarder ingeschakeld om dagelijks de schade te inventariseren. Een schippersvrouw, die haar zout uit Duitsland niet kon uitladen, was niettemin zeer over te spreken over de actie: “We moeten toch ook aan onze kinderen denken, nietwaar?”(Foto NRC Handelsblad / Rien Zilvold)