Eretitel van Gelderland wekt euforie en ergernis

Gelderland werd onlangs uitverkoren tot "potentieel sterkste regio van Europa'. De eretitel heeft tot grote vreugde geleid in het provinciehuis, daarbuiten overheerst de scepsis.

ARNHEM, 24 MAART. Hitlijsten zijn een voortdurende bron van vermaak en ergernis. De perikelen rond de nationale poplijsten bewijzen het. Maar ook economische hitlijsten zijn niet zelden omstreden. De provincie Gelderland is momenteel de Whitney Houston van de Nederlandse en zelfs Europese hitlijsten. Ze heeft een hit, maar de vraag is voor hoelang.

Onlangs kreeg Gelderland het etiket "potentieel sterkste regio van Europa' opgeplakt na een onderzoek van het Duitse bureau Empirica. Van 267 Europese regio's biedt Gelderland ondernemers de beste (vestigings)vooruitzichten, zo rekende Empirica uit voor het toonaangevende Duitse weekblad Wirtschaftswoche. De belangrijkste criteria waarop het bureau zich baseerde waren bereikbaarheid, leefklimaat, groeidynamiek en aanwezigheid van onderzoekscentra. Gelderland mocht zich "de topstandplaats in het verenigd Europa' noemen.

Op het provinciehuis in Arnhem gingen de vlaggen uit. En de persberichten en faxen. Want dat liet men zich geen twee keer zeggen. Er werd direct 100.000 gulden uitgetrokken voor een publiciteitscampagne bestaande uit advertenties in Wirtschaftswoche en direct-mail aan bedrijven die zo dom zijn om nog buiten de provincie te verblijven. Vorige week deed de regio Arnhem/Nijmegen (het "economisch hart' van de provincie) een extra duit in het zakje: ze besloot 350.000 gulden te stoppen in een poging Duitse bedrijven te interesseren voor vestiging in het gebied.

“Het plan bestond al langer. Maar de kans was nu te mooi om te laten lopen”, zegt Gelderlands "ambassadeur in Duitsland' H. Cannegieter. De in Düsseldorf gestationeerde ambtenaar, die binnenkort versterking krijgt, zit zich dezer dagen te verkneukelen van genot. De publicatie in Wirtschaftswoche heeft “ongelooflijk veel reacties” teweeg gebracht, vertelt hij. Veel bedrijven bellen op om informatie. Maar er blijkt ook kinnesinne. “Andere regio's, vooral Duitse, zijn laaiend dat ze niet bovenaan geeïndigd zijn. De minister-president van Beieren schijnt zich er zelfs mee bemoeid te hebben. Die ziet München toch als de hoofdstad van de wereld, haha.” Voor Cannegieter bevestigt het onderzoek in feite slechts wat hij al tijden probeert uit te dragen: “We bieden ruimte, we hebben nog mogelijkheden voor groei.”

H. Janssens van het regionaal samenwerkingsverband Arnhem-Nijmegen noemt een paar andere lucratieve aspecten van Gelderland: “Nauwelijks files en toch een groot en goed bereikbaar marktgebied rondom. Dik veertig miljoen mensen die binnen een uur te bereiken zijn.” Volgens Janssens hoeft Gelderland die zaken slechts goed voor het voetlicht te brengen om ermee te scoren. Want daar heeft het de laatste jaren vooral aan ontbroken. Er zijn zo'n 1.100 Duitse (dochter)ondernemingen in Nederland en de meeste daarvan hebben een plek gevonden in de Randstad. Uit een door de afdeling Economische Zaken van de provincie uitgevoerd onderzoek onder die bedrijven bleek echter dat de vestigingsplaats voor de ondernemers niet van doorslaggevend belang was geweest. “Gezien dat feit is Gelderland dus bijna altijd een geschikte vestigingsplaats en is de potentiële markt in beginsel zeer ruim”, luidt de optimistische conclusie.

Is Gelderland werkelijk zo uniek en rechtvaardigen de genoemde aspecten de toppositie tussen 267 Europese regio's? Eerst maar eens een blik op door Gelderland zelf verstrekte gegevens. Uit de Gelderse Provinciaal Economische Verkenning 92 blijkt in elk geval dat de provincie het op werkgelegenheidsgebied beter deed en doet dan Nederland gemiddeld. Maar de ontwikkeling van de werkgelegenheid voor 1994 wordt slechts 0,1 procent hoger ingeschat dan de landelijke (Gelderland 0,7 procent, Nederland 0,6). Het werkloosheidspercentage in Gelderland lag in 1992 wel beduidend lager dan het landelijke cijfer (4,1 procent tegenover 5 procent). De provincie beschikt verder over 356 hectaren direct uitgeefbaar industrieterrein en plannen voor nog eens ongeveer 500 hectaren, waarvan veel rond Arnhem/Nijmegen en meestal gelegen in de nabijheid van goede snelwegen, brede rivieren en spoorwegen (Betuwelijn).

Maar maakt dit alles Gelderland tot een economisch wonderkind? Voor het antwoord op die vraag lijkt het in deze dagen van euforie zinvol om even buiten de muren van het provinciehuis in Arnhem te kijken. Lang hoeft men daar niet te zoeken. Er zijn de laatste maanden diverse andere onderzoeken gepubliceerd waarin Gelderland een zeer bescheiden rol heeft of zelfs helemaal niet figureert. Zo bracht het Nederlands Economisch Instituut (NEI) in Rotterdam vorig jaar een studie uit (European Regional Prospects) waarin wordt voorspeld dat op middellange termijn Madrid en Berlijn de steden met de snelst groeiende economieën van Europa zijn. In de onvermijdelijke top-30 is Rotterdam de eerste Nederlandse gemeente/regio (15) en komen verder alleen nog Utrecht (20) en Amsterdam (28) voor. Ook in een recente studie van TNO getiteld "de vitaliteit van het Nederlands bedrijfsleven' krijgt Gelderland niet het aureool dat Empirica haar verleent. Onder de stedelijke knooppunten neemt het economisch hart Arnhem-Nijmegen qua "vitaliteit' een gemiddelde plaats in. Opvallender lijkt de positie van steden als (en gebieden rond) Breda, Den Bosch, Eindhoven en Venlo en het knooppunt Enschede-Hengelo (Overijssel was overigens zesde op Empirica's lijst en gooide er ook direct een ton aan publiciteit tegenaan).

Er bestaat dus niet direct eenstemmigheid onder de onderzoekers. De Tilburgse econoom dr. F. Boekema, verbonden aan de KU Brabant en de sectie regionaal economisch onderzoek van het Economisch Instituut Tilburg, is dan ook zeer uitgesproken: “Het is leuk voor Gelderland, dit onderzoek. En ik zou in hun positie ook zo gereageerd hebben. Maar zo'n lijst zegt natuurlijk niets en je moet er vooral geen absolute waarde aan toekennen. Verander de criteria iets en je hebt een andere lijst.” Boekema wijst erop dat volgens de enquêtes die jaarlijks door de Kamers van Koophandel worden gehouden, de provincie Noord-Brabant al vijf jaar lang de sterkste economische ontwikkeling van Nederland laat zien. Zelfs op dit moment (DAF, Philips) zou hij Noord-Brabant nog vóór Gelderland op een hitlijst van Nederland plaatsen. “Het middelgrote en kleine bedrijfsleven hier blijft het goed doen.”

Boekema schroomt niet om van "waanzin' te spreken als het gaat over onderzoeken als die van Empirica en het NEI. “Al die rapporten. Ze kosten een hoop geld en wat doe je ermee? Investeerders laten zich er heus niet door over de drempel trekken.” Investeerders kijken namelijk niet naar gemiddelde aantrekkelijkheid, stelt Boekema. Voor elke sector gelden specifieke voorwaarden. Dat Gelderland op het gebied van transport en distributie hoog scoort is evident, maar een bedrijf dat in de financiële dienstverlening actief is zal er nooit neerstrijken. In de praktijk spelen bovendien voor ondernemers niet alleen rationele, maar ook heel subjectieve factoren. “Moeder de vrouw moet het ook leuk vinden om ergens te wonen.”

In Gelderland wil men vooralsnog even niet van al die relativeringen weten. Binnenkort staat de eerste advertentie in Wirtschaftswoche. Gelderland heet daarin "die grenzenlose NR 1'. En bovendien, of Whitney Houston nou een nummer één hit scoort of niet, dat ze mooi kan zingen staat buiten kijf. Provinciaal ambtenaar Cannegieter: “Als ik hier vroeger zei wie mijn werkgever was, vroeg men "welk land'? Nu kennen ze ons!”