China trekt ervaren Brit aan als adviseur voor Hongkong

PEKING, 24 MAART. China heeft een gepensioneerde topambtenaar van de Britse koloniale regering tot adviseur inzake Hongkong benoemd. Sir David Akers-Jones (66), eerste minister van Hongkong in 1985-'86 en waarnemend gouverneur begin 1987, is de eerste buitenlander die de functie heeft aanvaard.

Hij is de meest prominente van China's tweede lichting van 54 adviseurs, die de regering in Peking moeten bijstaan in de voorbereidingen voor de overname van Hongkong in 1997. Vorig jaar benoemde China reeds 44 adviseurs, grotendeels vooraanstaande zakenlieden met belangen in China. Akers-Jones nam eind vorige week ontslag als voorzitter van Hongkongs invloedrijke Raad van Volkshuisvesting (Housing Authority) en maakte enige dagen later bekend dat hij door politieke intriges gedwongen werd de post te verlaten.

Hij was een van Hongkongs eerste Britse notabelen die stelling namen tegen de politieke hervormingsvoorstellen van de nieuwe gouverneur Chris Patten, die Hongkong meer democratie moeten brengen. Hij sloot zich aan bij de Business & Professionals Federation en zat tijdens een opzienbarende persconferentie in november vorig jaar naast voorzitter Vincent Lo, toen deze de plannen van Patten als onrealistisch veroordeelde, aangezien China in een tot op de dag van vandaag escalerende confrontatie heeft gedemonstreerd dat het onder geen beding het programma van Patten zal aanvaarden en als het toch wordt uitgevoerd het onmiddellijk na de soevereiniteitsoverdracht zal ontmantelen.

China's bewindsman die belast is met Hongkong, Lu Ping, heeft vorige week tijdens een persconferentie Patten als “een misdadiger in de geschiedenis van Hongkong” bestempeld en aangekondigd dat China een “tweede keuken” zal inrichten. Dat wil zeggen: Peking zal eenzijdig voorbereidingen voor de regering van de Speciale Administratieve Regio na 1997 treffen.

Sir David Akers-Jones heeft sinds 1957 in Hongkong gewoond, waar hij meer dan 20 jaar werkte als bestuursambtenaar in de "New Territories', het platteland ten noorden van stedelijk Hongkong. Hij spreekt Kantonees, heeft jarenlang geschillen tussen dorpshoofden moeten beslechten en identificeert zich met de Chinese politieke cultuur van geduldige consensusvorming achter de schermen.

Niets staat daar zo diametraal tegenover als de stijl van publieke confrontatie die de "leek' Patten te elfder ure in Hongkong heeft geïntroduceerd. Akers-Jones is na zijn pensionering commissaris van een aantal bedrijven geworden en heeft daardoor ook zakenbelangen in China, maar niemand in de Hongkong-media heeft de suggestie gedaan dat hij zich uit opportunisme tot China heeft bekeerd. Hij heeft verzekerd dat hij zich niet bij de anti-Patten-campagne zal aansluiten, maar dat hij wel binnenkort naar Peking zal gaan om “zijn opvattingen kenbaar te maken”.

Andere prominente Britten die Patten openlijk gekritiseerd hebben zijn oud-premier Edward Heath, Lord MacLehose, gouverneur van Hongkong van 1971 tot 1982, en Sir Percy Cradock, Brits ambassadeur in China begin jaren tachtig en later adviseur van premier Margaret Thatcher.

Uit de huidige impasse zijn nog twee uitwegen mogelijk. Een is dat de Wetgevende Raad van Hongkong (Legco) het wetsontwerp van Patten afwijst, hetgeen de gouverneur de gelegenheid geeft te zeggen dat hij zijn best heeft gedaan maar dat Hongkong niet mee wil. De andere is dat Amerikaanse steun China zal matigen. Patten zal volgende maand door president Clinton worden ontvangen en daarbij pleiten voor verlenging van China's status als meest begunstigde natie (MFN), aangezien Hongkongs positie als handelscentrum daarmee staat of valt. Lu Ping heeft echter vorige week gewaarschuwd dat Amerikaanse inmenging in deze Chinees-Britse kwestie de zaak alleen maar zal verergeren.