Bijval voor komst kroongetuige; "Een Amsterdamse boef valt in Steenwijk zo door de mand'

ALKMAAR, 24 MAART. Strafvermindering en eventueel een andere identiteit en verblijfplaats voor verdachten die informatie geven over medeverdachten, zal de aanpak van de zware criminaliteit aanmerkelijk vergemakkelijken. De hoofdofficier van justitie in Alkmaar mr. A.N.A.M. Josephus Jitta zegt het “toe te juichen” dat minister Hirsch Ballin (justitie) gisteren in de Tweede Kamer heeft verklaard de introductie van de zogeheten kroongetuige in het Nederlandse strafrechtstelsel te willen onderzoeken.

“Als we op de bestaande wijze om blijven gaan met mensen die informatie kunnen geven, zullen we een flink aantal misdaden nooit oplossen”, zegt Josephus Jitta. Hij is er ook voorstander van dat er meer tipgeld wordt verstrekt. “In Nederland vinden we het geven van 10.000 gulden al veel. Maar in Duitsland schrikt Justitie er bijvoorbeeld niet voor terug enige honderdduizenden guldens te geven voor criminele inlichtingen. Daar krijgen ze dan ook informatie die wij nooit zien. Dat is ook logisch, want als een informant werkelijk voor zijn leven heeft te vrezen als hij praat met de politie, dan kan hij zich niet beschermen met 10.000 gulden”.

Ook nu heeft Justitie in Nederland de mogelijkheden afspraken te maken met verdachten. De voorwaarden zijn vastgelegd in de justitiële richtlijn "Deals met criminelen' uit 1983. Maar die richtlijn, die toestaat dat verdachten in ruil voor informatie bijvoorbeeld in een meer aangename strafinrichting hun detentie mogen ondergaan, is volgens Josephus Jitta gedateerd. De criminaliteit is veel harder geworden en eist een nieuwe aanpak.

De hoofdofficier van justitie voorziet wel logistieke problemen bij het verstrekken van een nieuwe identiteit aan kroongetuigen: In Nederland kun je iemand moeilijk verstoppen. “Als je een Amsterdamse boef onderbrengt in Steenwijk, valt die alleen al door zijn accent snel door de mand”.

Josephus Jitta zegt er “ethisch wel moeite” mee te hebben als een verdachte de belofte krijgt dat hij niet zal worden vervolgd wanneer hij meewerkt met Justitie. Toch meent hij dat in beginsel de mogelijkheid moet worden opengehouden dat een verdachte zogeheten strafrechtelijke immuniteit krijgt aangeboden voor zijn medewerking.

De Rotterdamse hoogleraar strafrecht mr. H. De Doelder meent dat het “geen kwaad kan om te onderzoeken” of het kroongetuige-systeem in Nederland dient te worden geïntroduceerd. Als voorwaarde stelt hij wel dat een rechter moet worden verteld hoe en waarom een verdachte belastende informatie heeft verstrekt. “Dan weet de rechter dat hij er nog scherper naar moet kijken”.

Josephus Jitta is er niet van overtuigd dat het goed is om Justitie te verplichten de rechter te vertellen waar belastende informatie vandaan komt. “Je moet er natuurlijk voor waken dat je een verdachte die meewerkt, niet alsnog traceerbaar maakt”.

De Maastrichtse hoogleraar strafrecht en voorzitter van de vereniging van strafrechtadvocaten mr. Th.A. de Roos is een stuk minder te spreken over de kroongetuige. “Ik kan me voorstellen dat je daar in Italië mee uit de voeten kunt om in een organisatie als de mafia door te dringen. Maar in Nederland zou het wel eens desastreus kunnen werken omdat wij sterk hechten aan de integriteit van de waarheidsvinding. Straks leun je op calculerende verdachten”.

De Roos vreest dat, net zoals met de introductie van de anonieme getuige in het Nederlandse strafproces, opnieuw een methode wordt geïntroduceerd waarvan op de lange termijn de schade niet valt te overzien. De regeling kan uitlokken dat verdachten zaken gaan verzinnen om hun eigen straf te ontlopen. De Doelder zegt dat daarom valt te overwegen of je verdachten niet alleen moet belonen als objectief is vast te stellen dat de verstrekte belastende informatie juist is.

Bij het openbaar ministerie wordt de mening van Josephus Jitta overigens niet door iedereen gedeeld. Een officier van justitie die in de Randstad belast is met de aanpak van de georganiseerde misdaad - en die anoniem wil blijven om zijn minister niet te beledigen - noemt de introductie van de kroongetuige een walgelijk idee. “Je krijgt onsmakelijke toestanden. Boeven die hun schaapjes op het droge hebben en dan hun maten gaan verlinken. Je zult zelfs misdaad uitlokken omdat boeven elkaar gaan afschieten”. Een andere, anonieme collega van hem, zegt zich evenwel af te vragen of Justitie moet vasthouden aan principiële bezwaren als de kroongetuige helpt “de zware jongens” aan te pakken.