Sterker Europa mag Rusland niet bedreigen

Als gevolg van de confrontatie met een instabiele omgeving ambieert een aantal Oosteuropese landen het lidmaatschap van de NAVO als anker van zekerheid.

Wat tot dusver gebeurt biedt hun geen vooruitzicht op veiligheidsgaranties. Het lidmaatschap wordt gezien als een stabiliserende factor en een oplossing voor het huidige veiligheidsvacuüm omdat ze dan mogen rekenen op de wederzijdse veiligheids-bijstandsverplichting die NAVO-leden elkaar bieden. In NRC Handelsblad van 12 maart houdt de VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Frits Bolkestein een pleidooi voor toetreding van de voormalige Warschaupact-landen tot de NAVO op drie voorwaarden: 1. Over de toelating moet overeenstemming zijn binnen de NAVO; 2. de aanvrager moet democratisch zijn; 3. toelating moet worden afgestemd met Rusland.

Bolkesteins eerste voorwaarde is eigenlijk niet meer dan een feitelijke constatering. Belangrijker is de vraag of lidstaten van de NAVO, waaronder ook Nederland, dit ook inzet van het beleid willen maken en daarmee vooral Middeneuropese landen een concreet veiligheidsperspectief willen bieden. Tot dusver loopt de benadering in Nederland langs een andere lijn door een (impliciete) koppeling met de integratie in EG-verband. Hiermee wordt het probleem voorlopig buiten de horizon geplaatst. Bovendien komen zo veiligheidsgaranties pas in beeld als niet alleen aan eisen op het gebied van democratie en rechtsstaat is voldaan, maar evenzeer aan eisen op het terrein van de markteconomie.

Gelet op de tweede voorwaarde die Bolkestein stelt (het democratisch gehalte) maakt hij die koppeling niet. Voor landen als Hongarije of Tsjechië is dat op zichzelf goed nieuws, want dat zou betekenen dat ze, afgezien van de derde voorwaarde, zouden mogen hopen op afzienbare termijn te worden toegelaten tot de NAVO.

Het is overigens wel de vraag of de NAVO, die toch eerst en vooral gericht was op bescherming tegen een massale aanval uit de Sovjet-Unie, en die over de top van haar levenscyclus is, in staat is ook bijstand te verlenen in gecompliceerde, regionaal beperkte conflicten. De tijd zal leren of de NAVO deze rol kan spelen als, bij wijze van voorbeeld, het territorium van Griekenland als gevolg van de conflicten op de Balkan wordt geschonden. Het lijkt wat al te optimistisch te veronderstellen dat de NAVO dan even alert en ondubbelzinnig zou reageren als in vroeger dagen mocht worden verwacht. Aan de andere kant is er geen enkel reëel alternatief voorhanden. De NAVO is door haar nog altijd gentegreerde commandostructuur en onderlinge bijstandsverplichting de enige organisatie die voor veiligheid zou kunnen zorgen. Als de politieke wil bij de westerse landen in NAVO-verband al ontbreekt om zich te committeren dan zal dat a fortiori gelden voor andere internationale verbanden zoals de CVSE of de VN. In elk geval zou het NAVO-lidmaatschap van een aantal Middeneuropese landen de "out of area' problematiek op zijn minst verschuiven, en als schaamlap voor afzijdigheid in belang inboeten.

Bij de onderhandelingen met potentiële nieuwe veiligheidspartners zouden niet alleen de eisen op het gebied van interne democratie een rol moeten spelen. Deze zouden ook bij uitstek kunnen worden benut om (territoriale) ambities ten opzichte van buren waar "eigen' minderheden leven nadrukkelijk te begrenzen, zodat de stabiliteit in de regio toeneemt.

De derde eis die Bolkestein stelt is “een zekere mate van afstemming met Rusland over de gewenste veiligheidsstructuur van Europa”. Hij noemt dit zelf de zwaarste van de drie. In feite werkt deze eis prohibitief. Natuurlijk zou het geweldig zijn als hieraan zou kunnen worden voldaan. Rusland beschikt, net als de Oekrane trouwens, nog altijd over grote hoeveelheden kernwapens en kan alleen al daarom niet buiten de veiligheidsstructuur van Europa blijven. De vraag is evenwel of door het onverkort stellen van deze eis wij ons niet te zeer gijzelaar maken van Rusland. Het goede en het betere lijken hier elkaars vijanden. De stabiliteit in de directe achtertuin van West-Europa wordt zo namelijk afhankelijk gesteld van een onberekenbare factor. Hoe Rusland zich zal ontwikkelen is volkomen onduidelijk. Maar het is vast niet te veel gezegd dat we in elk geval het komende decennium met voortgaande chaos rekening moeten houden.

De conclusie lijkt eerder dat met behulp van vertrouwenwekkende maatregelen getracht moet worden opeenvolgende Russische politieke en militaire leiders ervan te overtuigen dat het streven naar een stabiele situatie ten westen van Rusland niet per se een bedreiging is voor Rusland zelf. In plaats van de conclusie dat moet worden afgezien van militaire samenwerking met meer nabijgelegen Midden- en Oosteuropese landen die overigens aan al onze eisen voldoen.

De aanvraag van het NAVO-lidmaatschap van democratische rechtsstaten in Midden- en Oost-Europa verdient, ondanks alle beperkingen daarvan, een enthousiaster onthaal dan Bolkestein geeft.