Spannend theater uit de knutselkist

Voorstelling: De gebroeders Leeuwenhart door Huis aan de Amstel, vanaf 8 jaar. Tekst naar Astrid Lindgren: Janine Brogt. Regie: Rieks Swarte. Spel: Tjeerd Bischoff, Janneke Heinsius, Ferdi Janssen e.a. Gezien: 21/3, De Krakeling Amsterdam. Informatie: 020 -6229328.

Wie van Astrid Lindgrens De gebroeders Leeuwenhart een theatervoorstelling gaat maken heeft lef, want het boek wordt al zo'n twintig jaar door kinderen gekoesterd en bovendien maakte Olle Helblom er in 1977 een zeer Lindgrengetrouwe verfilming van. Een gedeelte van het publiek arriveert dus met hooggespannen verwachtingen en een hoofd vol eigen beelden. Complete zinnen liggen zelfs in zulke hoofden opgeslagen, zoals bleek bij het uitspreken van de centrale gedachte uit het stuk: " Er zijn dingen die je móet doen, anders ben je geen mens maar een"..."lor", souffleert de zaal.

De theatermaker heeft echter niet alleen lef, maar ook gelijk, want Lindgren vertelt het voor iedereen verstaanbare oerverhaal van de strijd tussen Goed en Kwaad, een strijd die zich afspeelt "in de tijd van kampvuren en sprookjes". Het is ook het verhaal van de angst en de dood die overwonnen kunnen worden - Hazehart wordt Leeuwenhart - en van de onvoorwaardelijke liefde tussen twee broers.

Persoonlijk leek het mij nogal een probleem dat Lindgren de strijd tussen de Goeden en de Slechterikken letterlijk laat voeren. Duistere types galopperen door de bergen, monsters spuwen vuur en vliegen elkaar bij donder en bliksem naar de gruwelijke kelen en de broertjes Leeuwenhart verstoppen zich in spelonken en balanceren langs afgronden, waar zo nu en dan een vuigaard in stort. Hoe zou dat allemaal moeten op, zeg maar, veertig vierkante meter? Mijn zorgen bleken ongegrond, omdat de voorstelling in handen is van Rieks Swarte. Tenslotte heeft die de Slag bij Hastings al eens geheel in triplex en karton uitgevochten. Er is geen situatie, gebeurtenis of sfeer of Swarte's verbeeldingskracht vindt er vorm en uitdrukking voor. Zijn verkleed- en knutselkist is zonder bodem en de overgave en het plezier van de acteurs die er mee spelen mogen, zijn zonder weerga. De duiven die af en aan vliegen met geheimen worden aan een stok door de lucht geduwd, terwijl iemand anders er achteraan holt die met zijn handen klapwiekgeluiden produceert. Een dekenrol krijgt met een knak aan de bovenkant een hinnikend hoofd en is even zó erg paard, dat je er zelfs achterop kunt springen. Kruimel Leeuwenharts adembenemende tocht over de waterval - er is niet meer dan een touw, een stoel, twee jongens en woeste muziek - is zo spannend, dat iedereen in applaus losbarst wanneer hij 'de overkant' bereikt heeft. Rieks Swarte levert de suggestie, de toeschouwer doet de rest.

De vorm van de voorstelling lijkt op die van Potters beesten: een groepje acteurs is met enorme lol bezig op de speelvloer. Ze opereren als een hechte eenheid, nemen afwisselend de vertellersrol op zich, kruipen in de huid van verschillende personages en zijn druk doende met decorwisselingen en het grijpen van de juiste spulletjes. Ze doen de huilende wolven en de regen na en vallen ongegeneerd dood neer. Zo brengen ze vijf kwartier lang een ode aan het toneelspel, waarbij ze tegelijkertijd dikke knipogen geven: moet je ons hier in de weer zien met onze plastic zwaardjes en onze lappen draak. Uiteindelijk werd mij die knipoog net iets te vet en te volwassen. Voor kinderen is het verslaan van draken nog een ernstige zaak en zijn de tranen om het gemis van een broer of een opa bijtend zout. Deze Leeuwenhart is iets te veel de liefdesverklaring van een grote jongen voor zijn verkleedkist geworden en iets te weinig het gevecht van een kleine jongen tegen zijn onzekerheden.