SOCIALISME

In zijn column "Een bloedneus voor de rooien' (NRC Handelsblad, 6 maart) suggereert H.A. van Wijnen dat de geloofscrisis in de PvdA daaruit voorkomt, dat de generatie-Rottenberg een vormende jeugd heeft gemist. Nu en dan een blauw oog voor het socialisme oplopen, had haar harder gemaakt. Dr. J. Tans moet als jongeman de crisisjaren rondom 1930 nog intensief hebben ervaren.

Kan men op grond van deze opvatting - een gevoelige, vormende periode in de jeugd - verklaren waarom een maatschappelijk streven veelal in vier decennia wordt verwezenlijkt? Tussen vijfenveertig en vijftig jaar na het begin van een streven zou dan crisis moeten volgen, waarna een nieuwe generatie aantreedt. Het socialistisch ideaal van de welvaartsstaat begint na de grote depressie met de New Deal (1933). Veertig jaar later is het doel bereikt en viert het socialisme hoogtij (kabinet-Den Uyl). Vanaf 1977 raakt het in een crisis.

Mag men niet aannemen dat jongeren tussen 15 en 18 jaar oud in hun meest gevoelige leeftijd zijn voor maatschappelijke idealen? Welnu, na veertig jaar, op een leeftijd tussen 55 en 60, is bij uitstek deze generatie aan de macht in besturen, directies, raden van commissarissen en dergelijke. Tussen 60 en 65 jaar oud legt ze haar streven neer. Als het waar is dat een generatie de idealen uit haar jeugd een carrière lang koestert en nastreeft, dan zou dat moeten leiden tot een maatschappelijke cyclus van ongeveer vijftig jaar.

Voorbeelden zijn er te over. Na de Eerste Wereldoorlog leeft het ideaal van eigen organisaties in katholieke, en het ideaal van de emancipatie der arbeiders in rode kring. Deze idealen worden in Nederland gekanaliseerd in de zuilen. Na 45 jaar, omstreeks 1965, vervalt het oude streven: er ontstaat crisis in de KVP en in de PvdA komt Nieuw Links op.

De Koude oorlog ontstaat rondom 1945. In 1949 wordt de NAVO opgericht. Vier deccenia later valt in Berlijn de muur. Inmiddels leven we in de crisis van het herlevend nationalisme.

In de jaren vijftig heerst het ideaal van Europese samenwerking. Na vier deccenia gaan de grenzen open en staat monetaire eenwording binnen enkele jaren op het programma. De generatie die maatschappelijk bewust werd in de jaren zestig zal zich over een jaar of tien à vijftien maximaal doen gelden. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de democratisering in allerlei organisaties en voor vernieuwingen in levensbeschouwelijke zin (Vaticanum 2 en flower power).

De redenering staat of valt echter met de vraag of inderdaad zekere idealen het speciale domein zijn van een enkele generatie. Zo ja, dan zou een lange golf van omstreeks vijftig jaar in diverse maatschappelijke ontwikkelingen het logisch gevolg zijn van de wisseling der generaties.