Regentendom industrie berust op fantasiebeeld van journalisten

"Concern-directies verworden tot regenten' luidde de kop van een artikel van de redacteuren van NRC Handelsblad Wabe van Enk en Maarten Schinkel op de opiniepagina van 20 februari.

Ze betoogden, dat de huidige gang van zaken in vele Nederlandse ondernemingen niet zozeer aan externe oorzaken toegeschreven kan worden, maar meer aan fouten van het management. Ten tweede poneerden ze, dat bestuursleden van ondernemingen kans zien kritiek te ontlopen, ja, zelfs tot zwijgen te brengen. Commissarissen zijn maar adviseurs op grote afstand. Dit leidt ten slotte tot de conclusie van de redacteuren dat concerndirecties verworden zijn tot regenten, die het zicht op de werkelijkheid dreigen te verliezen.

Uit dit artikel blijkt, dat de schrijvers kennelijk onvoldoende zicht hebben op het wezen van een onderneming en nauwelijks kennis dragen van de gang van zaken in ondernemend Nederland, in commissariaten en directies van bedrijven.

Het is wel erg simpel om te stellen dat, als het bij een onderneming slecht gaat, dan ook het management slecht zou zijn. Misschien is in een crisissituatie, zoals die zich momenteel in vele bedrijfstakken voordoet, het management juist uitstekend en behoedt het de onderneming voor nog meer ellende. Of omgekeerd, misschien was de leiding erg zwak, maar is dat niet zichtbaar geworden, doordat de onderneming de wind in de zeilen had.

Elke leiding van een onderneming, directie of raad van bestuur van een concern, wordt uiteraard regelmatig geconfronteerd met beslissingen over de produkten die de onderneming vervaardigt en verkoopt. Uitbreiden van de capaciteit van een bepaald produkt of juist vermindering, een sprong naar een nieuwe markt of juist terugtrekken, prijzen verhogen of juist verlagen. Bij elke vraagstelling zijn er vele argumenten pro en contra en de kunst van het ondernemen is de juiste weging en beoordeling van al die factoren binnen de grenzen van de gegevens en informatie van dat moment. Risico's zijn er altijd. Ondernemen is in wezen risico's nemen. Wie niet waagt, die niet wint.

Na de Tweede Wereldoorlog was de uitspraak van de ondernemer Van Leer nogal bekend: “Een ondernemer die meer dan 50% van zijn beslissingen goed doet, is een goede ondernemer”. Ons lijkt dit cijfer voor de huidige omstandigheden veel te laag, maar de uitspraak is een illustratie van het ondernemerschap.

Een zeker percentage van de beslissingen valt dus ongetwijfeld negatief uit door de risico's, wel of niet voorzien, wel of niet voldoende afgewogen. Het achteraf breed uitmeten van één foutief uitgepakte beslissing en daarop een directie te veroordelen zoals in het genoemde artikel gebeurt, is geen goede basis voor het beoordelen van management. Het criterium zou moeten zijn of er tè vaak foutieve beslissingen zijn genomen, of er tè grote risico's zijn aanvaard en vanzelfsprekend of er te weinig beslissingen zijn genomen c.q. of er adequaat op ontwikkeling is gereageerd. Het juiste beoordelen hiervan is niet gemakkelijk en kan alleen als men hierin ervaring heeft en alle "ins en outs' van de beslissingen kent. Vrijwel alleen commissarissen zijn in die positie en het beoordelen van het management is dan ook hun moeilijkste maar tegelijk belangrijkste taak.

De in het artikel genoemde voorbeelden van bijvoorbeeld DAF is een illustratie van het nemen van ondernemingsrisico's. DAF zou tegen het advies van externe addviseurs in Leyland hebben overgenomen en dat heeft bijna tot de ondergang geleid.

Afgezien van de naar onze mening niet op feiten gebaseerde suggestie dat externe adviseurs in die tijd er tegen waren - er zal heus wel iemand achter zijn oren hebben gekrabd - is het risico van de economische ontwikkeling en in het bijzonder die in Engeland achteraf veel groter gebleken. Maar wel achteraf gezien. En ongetwijfeld hebben meer factoren een rol gespeeld bij het ontstaan van de moeilijkheden. Het is erg simplistisch om nu te doen voorkomen alsof ieder kind wist dat de Engelse vrachtwagenmarkt in elkaar zou zakken en dat DAF dus nooit Leyland had mogen overnemen. Daarmee voorbijgaande aan het argument dat voor de continuïteit verbreding van de basis verstandig was.

Het centrale thema van het artikel was, dat concerndirecties zijn verworden tot boven alle kritiek verheven regenten. Hoe zij kritiek elimineren, wordt geïllustreerd met Nedlloyd, waar grootaandeelhouder Torstein Hagen kritiek leverde en “daarom net zolang belaagd werd” tot hij zijn aandeel verkocht. Deze weergave is onjuist. De algemeen bekende feiten zijn in dit geval, dat de kritiek van Hagen op Nedlloyd en zeker zijn remedie voor de moeilijkheden nauwelijks hout sneden en in het openbaar in de aandeelhoudersvergadering uitvoerig zijn weerlegd. Op een aantal punten had hij zeker gelijk, maar die aspecten waren intern en in publikaties ook al regelmatig aan de orde geweest. Hagen heeft zijn aandelen verkocht omdat hij die niet meer kon financieren.

Concerndirecties staan juist zwaar onder kritiek. Begrijpelijk en terecht. In de eerste plaats door commissarissen. Deze zijn in Nederland allerminst alleen maar vrijblijvende adviseurs, die nota bene door directies weggestuurd zouden kunnen worden, als ze te kritisch zijn. Commissarissen zijn verantwoordelijk, ze zijn toezichthouders, raadgevers en bevoegd om aan hele reeksen, statutair opgenomen handelingen van de directie hun goedkeuring te hechten of te onthouden. Zij leggen daarover ieder jaar bij de behandeling van de jaarrekening en in hun eigen verslag van werkzaamheden verantwoording af in de aandeelhoudersvergadering en worden mede op aanbeveling van aandeelhouders c.q. werknemers benoemd. Zo één van de partijen het met een voorgenomen benoeming niet eens is, kan deze bezwaar maken bij de Ondernemingskamer. Het zgn. structuurregime in Nederland functioneert uitstekend, en beter dan het Angelsaksische met al zijn uitwassen of de starre Duitse Mitbestimmungs-modellen.

De directies staan ook onder voortdurende kritiek van de ondernemingsraden. Hun taak is constructief-kritisch te zijn uit het perspectief van de werknemers. Onze ervaring is dat zij dat in het algemeen goed doen en zich niet laten inpalmen, zoals de schrijvers stellen. Er is echter van nog veel meer kanten kritiek waar ondernemers niet omheen kunnen.

In de eerste plaats van de klanten zelf en dat weegt het zwaarst. Wie zijn klanten niet goed bedient, en wie niet de juiste beslissingen neemt wordt snel afgestraft. Ook door de banken en de financiële wereld wordt kritisch naar de onderneming gekeken. Een slechte beoordeling leidt ook daar snel tot problemen bij de financiering.

De kans dat concerndirecties in onze huidige Westeuropese maatschappij tot regenten verworden, berust op een door de schrijvers gehanteerd fantasiebeeld.

De beste stuurlui staan aan wal. En van journalisten mag je verwachten dat ze hun oor niet daarnaar laten hangen, maar dat ze zich serieus verdiepen in de situatie van de echte kapiteins.