Plan Vance/Owen stimuleert etnische zuiveringen

De aandacht voor het voormalige Joegoslavië heeft een cyclisch verloop. Machteloosheid, berusting of onverschilligheid wordt afgewisseld door verontwaardiging of dadendrang. Het is mogelijk dat de Serviërs, Kroaten en moslims het vredesplan voor Bosnië-Herzegovina van de bemiddelaars Vance en Owen - al dan niet onder druk - nu zullen aanvaarden en de Amerikanen vervolgens bereid zijn grondtroepen te sturen om de strijdende partijen dwingend aan het akkoord te houden. Dat laatste is belangrijk, want zonder de Amerikanen gaat het niet.

Het plan van Vance en Owen ziet er ingewikkeld uit. Bosnië-Herzegovina wordt opgedeeld in tien provincies. De provincie rondom Serajevo krijgt een aparte status, drie provincies worden door de moslims bestuurd, drie door de Serviërs en drie door de Kroaten. Als een provincie door Serviërs wordt bestuurd, wil dat niet zeggen dat in die provincie alleen maar Serviërs wonen. Vance en Owen leggen er de nadruk op dat de verscheidenheid van etnische bevolkingsgroepen in alle provincies blijft bestaan, maar dat de dominante bevolkingsgroep - met inachtneming van de rechten van de minderheden - bestuurt.

Deze opzet van Vance en Owen is door de strijdende partijen, met de Serviërs voorop, goed begrepen en het cynische gevolg ervan is dat de kaart van Vance en Owen het etnisch zuiveren eerder stimuleert dan tegengaat. Met name de Serviërs willen in "hun' provincies niet blijven zitten met potentieel lastige minderheden. Vandaar dat ze die - nu het nog kan - van huis en haard verdrijven.

Doordat geen van de provincies van één bevolkingsgroep aaneengesloten ligt zal het verkeer tussen bijvoorbeeld de provincies onder bestuur van de Serviërs steeds gaan over het gebied van één van de andere groepen. Verder blijkt uit de kaart dat de grenzen van de provincies tamelijk grillig verlopen, hetgeen al evenmin bijdraagt aan het apart houden van de partijen.

Allereerst moeten de verschillende kleine legers en bendes worden gescheiden en terugkeren naar hun eigen grondgebied. Land dat strijdig met het plan van Vance en Owen is bezet, zal moeten worden ontruimd en de meeste (zware) bewapening worden ingenomen. Verder zullen alle verdrevenen, voorzover dat nog mogelijk is, naar de plaats van herkomst mogen terugkeren. En dat betekent dat niet alleen de vrede tussen de provincies moet worden gehandhaafd, maar ook binnen de provincies tussen de bevolkingsgroepen.

Het land zal moeten worden opgebouwd, hetgeen niet eenvoudig zal zijn, gezien het versnipperde bestuur, de massale verwoesting, de onderlinge haat en wantrouwen en een infrastructuur die afgezien van de opgelopen schade, niet is afgestemd op de nieuwe staatkundige structuur.

Tot nog toe is alleen gesproken over de toestand in Bosnië-Herzegovina; het zal duidelijk zijn dat de problemen nog een extra dimensie krijgen wanneer elders in het voormalige Joegoslavië de strijd (weer opnieuw) uitbarst. Veel waarnemers hebben ernstige zorgen over die mogelijkheid tussen Kroatië en Servië. Aan nieuwe of oude brandhaarden is helaas geen gebrek.

Een duidelijk concept om de vrede in Bosnië-Herzegovina op te leggen is er niet. Allereerst is het de vraag wie een dergelijke operatie moet leiden. De kleine militaire staf van de Verenigde Naties kan het niet aan en er gaan steeds meer stemmen op om de NAVO dit karwei te laten klaren. Deze organisatie is ervaren met internationale samenwerking, heeft de juiste staf (Rapid Reaction Corps) en bijbehorende verbindingen en kan mits de Verenigde Staten meedoen, alle of een belangrijk deel van de strijdkrachten leveren. Over de noodzakelijke omvang van de strijdkrachten moet niet te licht worden gedacht. Er circuleren getallen die variëren tussen vijftigduizend en honderdduizend man. De NAVO denkt circa tachtigduizend man nodig te hebben. Van die zijde bestaat de vrees dat de operatie begint met te weinig troepen waardoor de strijdende partijen het zullen wagen zich te verzetten tegen de vredesmacht. Het is beter met te veel troepen te beginnen, en het aantal spoedig te verminderen, dan omgekeerd.

Duitsland heeft al verklaard dat het om constitutionele maar vooral ook om historische redenen, geen troepen zal leveren en het is ook beter dat Griekenland en Turkije zich erbuiten houden. Griekenland is een buurland van het voormalige Joegoslavië en heeft een slechte relatie met Macedonië. Turkije zou te zeer worden gezien als bondgenoot van de moslims. Anderzijds zullen de Verenigde Staten willen dat Rusland meedoet omdat dit een matigende invloed op Servië zal hebben.

Dat levert een vreemde situatie op: wanneer de NAVO het voortouw neemt, mogen de NAVO-leden Griekenland en Turkije niet meedoen en Rusland en misschien nog andere niet-leden van de NAVO juist wel. Bovendien bestaat de kans dat het NAVO-lid Frankrijk zal trachten te voorkomen dat de NAVO de operatie leidt. Voor de Fransen is de NAVO nu eenmaal synoniem met Amerikaanse dominantie en daar zijn zij allergisch voor. Het zal nog heel wat overleg vragen voor de oplossing is gevonden en zo lang die er niet is, ligt de voorbereiding van de militaire operatie goeddeels stil.

Wanneer het plan van Vance en Owen door de strijdende partijen in Bosnië-Herzegovina wordt aanvaard (of hun wordt opgedrongen), moeten de vredestroepen eigenlijk onmiddellijk ter plaatse zijn. Toch zal dat als de landen het eens zijn geworden over taak, commandovoering en samenstelling, nog gauw twee tot vier maanden duren. En in die periode kan het plan Vance-Owen door de strijdende partijen worden opgeblazen. Het is dus zaak dat de militaire planning zo dicht mogelijk aansluit bij de politieke planning, maar het is diezelfde politiek die dat tegenwerkt.

Het is nog niet erg duidelijk waar wij in Bosnië-Herzegovina aan beginnen. Wij weten nog niet wie de operatie gaat leiden, welk mandaat er is om op te treden, welke landen er wel en niet mee doen en hoe snel na een politiek akkoord de troepen ter plaatse kunnen zijn. Het is zelfs niet zeker of de vereiste troepen wel op de been gebracht kunnen worden. Maar de allergrootste onzekerheid is toch wel hoe de vrede in dat moeilijk toegankelijke en door haat verscheurde land moet worden opgelegd en of het überhaupt zal werken. En als het werkt, hoeveel doden en gewonden het zal kosten en hoe lang wij ermee moeten doorgaan. Dit is de context waarin ook Nederland zijn afweging tot militaire deelname aan de vredesoperatie in Bosnië-Herzegovina moet maken.